donderdag 1 augustus 2013

C: IJsthee, huisgemaakt.

In principe ben ik een slechte drinker. Ik vergeet het gewoon, lijkt wel. Heb zelden echt dorst. Maar met die hittegolf die laatst over Nederland hing, en met het kippenhok waar ik zo hard voor aan het werk was buiten.. nou, dan is het toch wel goed om regelmatig iets te drinken.
Nu hou ik het normaal gesproken bij water. Wat dat betreft ben ik heel goedkoop in onderhoud. Sapjes, frisdranken, koffie, thee, alcohol..vind het allemaal niet echt lekker. Vooruit, sapjes nog wel, maar dan wel vers en zelfgeperst, en thee of  warme chocolademelk in de winter. Maar qua frisdrank, koffie of alcohol kun je me wel een geheelonthouder noemen.

Maar ja..water is wel weer zo simpel en gewoon dat ik het dus vaak vergeet. Soms maak ik luxewater, om mezelf wat meer te verleiden. Dan gaat er een grote kan water 's avonds de koelkast in waar bijvoorbeeld wat munt, citroen, of vruchtjes inzitten om zo de volgende dag een heerlijk fris water-met-een-smaakje van te drinken. Ook heel lekker, en het helpt zeker om aan zo'n kan te zien hoeveel (of hoe weinig) je drinkt gedurende de dag.

Maar sinds deze zomer heb ik er een nieuwe variant bij. IJsthee. Maar dan wel zelfgemaakt en zonder prik (hoewel dat laatste ook huisgemaakt kan.) Je moet het wel een dag van te voren klaarmaken want ijsthee is alleen lekker als het ijs- en ijskoud is. Laat het nou net morgen weer ver over de 30 graden worden!

Veel recepten heb ik al gezien, veel variaties zijn mogelijk.
Zo werkt het voor mij:


  • Neem ongeveer 6 theezakjes. (meer als je een sterkere smaak wil en minder als je een subtielere smaak wil.) Alle thee is in principe mogelijk. Zwarte of groene thee (met of zonder smaakje) of kruidenthee. Of een mix daarvan. Eigenlijk net wat je zelf lekker vindt. In zwarte en groene thee zit theïne, wat je een oppepper kan geven. Zelf vind ik het lekker om er in ieder geval minimaal één zakje pepermuntthee bij te doen. Persoonlijk vind ik zwarte en groene thee op zichzelf niet zo lekker, maar door een mix voor ijsthee kan het prima.
  • Neem 1 liter kokend heet water en laat de theezakjes 10 minuten trekken. Niet langer, niet korter. Wil je het sterker of zwakker neem dan meer of minder theezakjes, maar hou de trektijd op 10 minuten. Op die manier krijg je een sterkere smaak dan een gewoon kopje thee, maar niet zo sterk dat het te bitter wordt.
  • Verwijder dan de theezakjes en voeg één liter koud water toe. (Ik zet vaak van te voren alvast een literbeker in de koelkast om koud te worden) Dit verdunnen met koud water heeft een praktische reden, want je kunt natuurlijk ook gewoon de theezakjes laten trekken in 2 liter heet water. Door er koud water aan toe te voegen wordt de theeoplossing koel genoeg om meteen in de koelkast te zetten, ben je meteen klaar. Anders moet je weer wachten tot het geheel koel genoeg geworden is om in de koelkast te zetten, want heet erin is voor de koelkast uiteraard niet goed.
  • (Mocht je nou toch ijsthee met prik willen, laat dan dit koude water achterwege. Laat het hete theemengsel afkoelen en zet het dan zo in de koelkast. De volgende dag in je glas aanlengen met de helft sterk bruiswater voor de toevoeging van belletjes.)
  • Een tip is om er ook een halve theelepel zuiveringszout/baking soda toe te voegen aan het theemengsel. Dat haalt de bitterheid van de thee weg waardoor het veel zachter van smaak wordt. (Over zuiveringszout en waar het te kopen klik hier.)
  • Optioneel kun je ervoor kiezen om de thee te zoeten. En eerlijk gezegd vind ik dat zelf wel wat lekkerder, maar ik ben geen hard-core theedrinker. 4 eetlepels honing voeg ik eraan toe. (kan ook suiker, ahornsiroop, stevia etc. zijn)
  • Laatste tip. Ik doe er vaak ook nog een takje munt in voor het de koelkast ingaat. Dat verschil proef je later en maakt het, naar mijn smaak, beduidend veel lekkerder.
  • De volgende ochtend is je thee klaar voor gebruik. In de koelkast blijft het zo'n drie dagen goed.
  • Nou vooruit, nóg een kleine tip. Uiteraard moeten er ijsklontjes in. En als het even kan een schijfje citroen. Om dat te combineren maak ik meestal ijsklontjes met citroensap erin. In één klap klaar.
En dan drinken maar!



C: Kippenhok

Ik dacht..als straks de lessen en cursussen afgelopen zijn voor dit seizoen, dan zal het vast heerlijk rustig worden. Nou, niet dus. Het is hier een kippenhok! In figuurlijke zin loopt m'n hoofd over van alle dingen die ik moet doen, thuis en in de moestuin. Maar ook in letterlijke zin, want een van de grote oorzaken van de drukte is letterlijk het bouwen van een kippenhok. Een heus kippenhok voor échte kippen!!

Eindelijk, ein-de-lijk is m'n man overstag gegaan. Na jaren en jaren van protest op mijn verlangen om kippetjes te willen, zei hij opeens op een dag, niet zo lang geleden: "Het houdt kennelijk niet op, dus vooruit dan maar. Jij mag kippetjes." Nog dezelfde avond heb ik het eerste ontwerp voor het kippenhok getekend.

Want dat ik een hok zelf wilde maken stond al bij voorbaat vast. Ten eerste ben ik de grote klusser hier in huis, dus dit gaf me de kans om weer eens een leuk project te hebben, precies in de vakantie. Maar ten tweede vind ik de hokken die je kant-en-klaar kunt kopen niet handig/mooi/groot genoeg voor het geld wat je ervoor moet betalen.
Het voordeel van een zelfgemaakt hok is dat je het kunt maken zoals je wilt, passend in de tuin die je hebt. Dus vandaar.

Ik heb me er alleen danig op verkeken. Dacht er echt met een week werk wel mee klaar te zijn, maar in de praktijk werd dat eerder een maand, ruim. Dat heeft ongetwijfeld met mijn kluscapaciteiten te maken, maar ook met de graad van luxe die dat hok kreeg. Had ik het eenvoudiger gehouden dan was het wellicht sneller gegaan. Een hittegolf tussendoor bespoedigde de zaak ook niet echt..man, wat heb ik afgezien.

Lijst van wensen:

Ik ging uit van een paar zaken waar een kippenhok volgens de regels aan moet voldoen. En wat ik zelf nog wilde. Maar dan liefst ook zo praktisch en mooi mogelijk. Namelijk.

-Hok moet groot genoeg zijn voor 3 krielkippen. (1 x 1.25 m.)
-Makkelijk toegankelijk (tafelhoogte en met grote opening)
-Makkelijk schoon te maken (gladde binnenkant, uitneembare zitstok en mestplank, geen naden/kieren)
-Legnesten toegankelijk vanaf de buitenkant van het hok. (om makkelijk eitjes te kunnen rapen)
-Automatisch geregelde uitloop naar de ren (mbv automatisch hokopener.. luxe)
-Ren met altijd schaduw en beschutting maar ook open plekken (loopt onder verhoogd hok door)
-Veilig voor roofdieren ( geen vossen of roofvogels hier in de woonwijk maar katten/honden?  míjn katten/honden?..ren overdekken.)
-Waarneembaar vanuit de woonkamer (om de kippetjes in de gaten te kunnen houden én ervan te kunnen genieten)
-Raampje op het oosten (voor wat lichtinval, geen deprimerend donker hok, wel een mooi raampje)
-Uitgang en ventilatie aan dezelfde kant. (om tocht tegen te gaan, liefst op westen)
-Integreren in de sfeer van de rest van de tuin (materiaalgebruik en slim gebruik maken van de beperkte ruimte)
-Zoveel mogelijk recyclen, of gebruik van duurzame en ecologische middelen. (voor allemaal fijner)

Ga er maar aanstaan..

Fotoverslag van het proces:

Na veel passen en meten begon ik met het timmeren van het buitenbeslag op frame. Het hout hiervoor hadden we al jaren liggen in de schuur, dus dat kon mooi hiervoor hergebruikt worden. Wel eerst alle kromme spijkers moeten verwijderen, en de plankjes bleken ook niet allemaal even recht en schoon.

Buiten een stuk grond vrijgemaakt (precies tussen de appel- en de vijgenboom) en een palenconstructie neergezet op 80 cm. hoogte. Voor de palen kocht ik kastanjehouten rustieke palen, vanwege de mooi en de duurzaamheid. Het blad wat erop ligt is meteen de vloer van het hok. Ik koos betonplex, dat is sterk, waterdicht en glad, dus hygiënisch en makkelijk schoon te maken. De wanden staan even los erop om een idee van het geheel te krijgen. Lijkt meteen al heel wat, maar is nog niks, één zuchtje wind en....

De hoekpalen van het hok zijn vastgeschroefd en de wanden zitten nu vast. Aan elkaar en aan de bodemplaat. Alleen de twee deurtjes aan de voorzijde zitten nog niet vast. En het dak zit er ook nog niet vast op. Ook voor het dak heb ik voor betonplex gekozen (paste samen met de bodem uit één plaat) vanwege de sterkte en waterdichtheid.) Niet goedkoop, betonplex, maar voor vloer en dak wel de beste keus, vond ik.

Voor kippen is het  niet nodig om het hok te isoleren, want ze kunnen prima tegen de kou, maar toch heb ik het wel gedaan. Omdat het kon qua ruimte tussen het buiten- en binnenbeslag en omdat ik de polystyreen-platen nog had liggen. Ik redeneerde dat het de temperatuur wat constanter zou houden, dus niet alleen tegen kou maar ook tegen hitte. Op bovenstaande foto kun je net niet zien dat er bovenin ze linkerwand een groot ventilatiegat zit. In deze fase hou ik al wel rekening waar later nog losse onderdelen tegen de wand geschroefd moeten worden, daar komt nu alvast een houtje achter te zitten voor de stevigheid. De achterwand heeft het gladde binnenbeslag al gekregen, het linkerdeurtje zit er ook al in.

Alle zijden hebben isolatie en binnenbeslag gekregen. Hier zie je het ventilatiegat in de linkerzijde (bovenin) wel zitten. Het andere gat is de kippenuitgang. Als dat aan dezelfde zijde zit heb je geen tocht (daar kunnen kippen absoluut niet tegen.) Het prachtige glas-in-lood raampje komt van marktplaats. (Kwam van een historisch pand/restaurant in Veghel en was een crime om schoon te schuren.) Maar een prachtig raampje, wat we zien vanuit de woonkamer dus zowel voor de kippen als voor ons een esthetisch genot. Het zit hier nog niet vast maar even voor het idee en de foto erin geklemd.

De hele binnenkant is geschilderd en alle naden zijn afgekit. Ik koos hier voor ecologische lijnolieverf. Het soort wat op houtwerk van Scandinavische huizen wordt geschilderd. Het is milieubewuster maar het duurt wel een paar dagen voor het helemaal droog is. Gelukkig schijnt de zon uitbundig en is er voor lange tijd geen regen in het vooruitzicht. Ook al begonnen aan het dak.

Op het dak maak ik een groendak met sedumbegroeiing. Niet alleen isoleert dat beter (koel in de zomer, warm in de winter) maar het maakt de tuin ook groener. Groen is altijd beter, denk ik dan. We hebben ook een stuk van ons schuurtje met sedummatten bedekt en dat bevalt al een paar jaar uitstekend. Dit is ook de reden waarom ik het dak een klein beetje (10%) heb laten aflopen. Dan zie je het groen beter dan als het helemaal plat zou zijn en je er niet op kunt kijken. Het sedum kregen we gratis, maar verder heb je wel een speciaal substraat en onderlaag nodig om op een dak te kunnen planten.
De automatische hokopener is ook geïnstalleerd en doet het! Compleet overbodige luxe maar ik kick er stiekem best wel op. Omdat hout niet zo'n goed idee is voor iets wat tussen geleiders moet lopen en ook nat kan worden (hout zet uit) heb ik daar een kunststof groentesnijdplankje als deurtje voor gebruikt. Paste perfect!
Zie je ook het konijntje Nero op de foto? Die was een paar weken op bezoek omdat Mirjam met vakantie was. Ze vond het hartstikke leuk om af en toe langs te komen huppelen als ik bezig was.

Vooraanzicht. Het raam zit er nu helemaal in (alle naden ook daar dichtgekit) en ben bezig met het tweede deurtje. Daar komen ook de uitstekende legnesten aan. Het idee is dat dat tweede deurtje makkelijk open kan worden gezet als ik het hok moet schoonmaken. Maar voor alle kleine en vlugge bezoekjes aan het hok kan ik het kleinere linkerdeurtje gebruiken. Je ziet het niet heel goed maar het groendak ligt er ook al in. Compleet met dakgootje.

Het begint steeds meer af te komen. Het tweede deurtje zit erin. Met de legnestruimte nog bezig. Daar doe ik geen schrootjes tegenaan want dat zou te zwaar worden. In plaats daarvan alleen triplex, maar ook die wordt geïsoleerd en aan de binnenkant met lijnolieverf beschilderd. De kippetjes moeten er natuurlijk wel  lekker bijliggen als ze aan het leggen zijn. De buitenkant van het triplex "lak" ik af met 3 lagen Deense olie. Dat is mijn nieuwe favoriete middel. Het is helemaal natuurlijk en veilig (wordt bijvoorbeeld ook op houten kinderspeelgoed gebruikt), met meerder lagen wordt het hout daardoor helemaal waterdicht.
Niet te zien op de foto maar ook het gat van de ventilatie heeft een plaatje (perspex, hadden we nog liggen) gekregen die met geleiders helemaal open of dicht te schuiven is, al naar gelang de behoefte. Er zit sowieso vliegengaas voor. Tegen de vliegen uiteraard, maar het houdt ook de regen een beetje tegen mocht die ertegenaan komen.

Het hok is zo goed als af. De legnesten zijn klaar, met deksel en alles (toegang van binnenuit wel nog even dichtgemaakt met karton zodat de kippetjes niet leren om daar te gaan slapen maar in plaats daarvan de zitstok te gaan gebruiken.. ze zijn toch nog te jong om eieren te leggen.) 
Aan de voorkant heb ik een opstaande rand gemaakt (van een restje betonplex, nog steeds uit dezelfde plaat.) die weggehaald kan worden als het hok helemaal schoongemaakt moet worden, maar nu vooral de bodembedekking tegenhoud als je de deurtjes open doet. Ook heb ik rondom van alle zijden de onderste paar centimeter met lak beschilderd om het hout daar extra te beschermen tegen de bodembedekking (ik gebruik zand)
De zitstok en mestplank  kunnen verwijderd worden om het makkelijk schoon te maken. Beide zijn ook met Deense olie ingesmeerd om ze waterafstotend te maken. (maar nog steeds 'stroef")
Hoewel het water- en eetbakje nog even tijdelijk is (daar zijn makkelijkere systemen voor, maar die moet ik nog maken) is het hok klaar genoeg om de kippetjes te verwelkomen. Het rennetje daarentegen.. daar ben ik nog mee bezig.

Drie orphington krieletjes komen er wonen. Ze moesten eens weten hoeveel tijd, energie, blauwe plekken, schrammen, blaren, eeltplekken, gevloek, zonnesteken, zweet, (bijna) tranen, en liefde ik al in hun huisje heb gestopt. 
Maar ik ben supertrots op het resultaat en heb het idee dat ik het mooiste en meest praktische kippenhok heb gebouwd wat in mijn vermogen lag! Alles voor de kippetjes, heb er 10 jaar van kunnen dromen, dus dan krijgen ze ook wat!



maandag 17 juni 2013

C: Monty Don, video's

 
Als je bekend bent met BBC-programma Gardeners' World, dan ken je ook Monty Don, één van de presentatoren die al jaaaren aan dat programma verbonden is. Wat ik nog níet wist was dat hij in 1999 een serie had met de titel "Fork to Fork" (van riek tot vork) op de Britse tv. Een serie van 6 afleveringen over zijn ecologische moestuin door het jaar heen, mét recepten om te maken van de oogst. Kijk, dat is nog eens een leuke ontdekking om toevallig tegenaan te surfen. (Met dank aan YouTube want in '99 was ik zelf nog druk bezig met afstuderen, had bovendien geen televisie én geen ontwikkelde moestuinaspiraties.)

Nog vers in m'n geheugen lag de serie van (mede-BBC-Gardeners' World-presentatrice) Alys Fowler. Haar serie van "The Edible Garden" uit 2010 (klik hier) lijkt er wel iets van weg te hebben, en had me al een behoorlijke boost inspiratie gegeven. Ik ging ik er dus eens lekker voor zitten.. Moeten jullie ook doen.
Wel een woord van waarschuwing vooraf, bij Monty geldt de overtreffende trap van groot, groter, grootst en veel, meer, meest. Alleen het formaat van zijn keuken is al ongeveer gelijk aan menig Nederlandse woonkamer, laat staan zijn achtertuin!! Oogst wordt daar met volle kruiwagens binnengereden. Dat geeft een ietwat vertekenend beeld van wat de gemiddelde moestuinder aan resultaat kan verwachten, maar afgezien daarvan...best genieten. Ik krijg in ieder geval meteen zin om óf naar de moestuin te gaan, óf in de keuken te gaan staan.

Veel Plezier!

Nawoord 2017: Bovenstaand bericht dateert alweer uit 2013. Inmiddels zijn de linkjes op YouTube niet meer actief, dus dat was reden om deze blogpost weer eens te bewerken. Ik vond inmiddels weer een andere manier om de afleveringen te bekijken via dailymotion.com. Zie linkjes hieronder:

Fork to Fork-Leaves
Fork to Fork-Orchards
Fork to Fork-Squashes
Fork to Fork-Herbs
Fork to Fork-Tomatoes
Fork to Fork-Root vegetables




maandag 10 juni 2013

C: Basilicum

Als iets me aan de zomer doet denken dan is het wel de geur van basilicum op je bord. Dus als de zon eenmaal een beetje krachtig wordt is dat ook een van de eerste dingen die ik thuis ga zaaien. Meestal in pot, ik heb gemerkt dat dat beter gaat dan in de volle grond.
Maar dit jaar duurde de komst van de zomer wel zooo lang! Er leek geen einde te komen aan dat koude voorjaar. Van zaaien was voorlopig geen sprake, leek wel. Dus op een gegeven moment ben ik eens gaan uitproberen of ik iets kon met de potjes basilicum van de supermarkt. Niet om meteen op te eten maar om te gebruiken om uit te planten en verder te laten groeien. Of als stekplant. Om zo toch alvast een beetje voorsprong te krijgen.
Nu moet je goed beseffen dat de plantjes van de supermarkt helemaal niet bedoeld zijn om als plant te behouden, maar meer om binnen een paar dagen kaal te plukken en op te eten. Het zijn eigenlijk slappe sprieterige kasplantjes die helemaal niets gewend zijn. Een beetje een experiment is het dus wel.

Ze zitten ook met hun wortels als een kluitje op elkaar, veel te dicht op elkaar gezaaid zodat de wortels elkaar al gauw gaan verstikken in hun zoektocht naar voedingsstoffen.

Dus het eerste wat ik deed was de kluit delen in kleinere stukken (dat gaat vrij makkelijk door het met beide handen van elkaar te scheuren) om het vervolgens in een grotere pot uit te planten met lekker veel ruimte en extra voeding voor de wortels.

Tot slot knipte ik de toppen eruit. De rode pijltjes geven aan waar de groeipunten zitten en als je ervoor zorgt dat je knipt tot vlak boven een groeipunt dan zullen daar de bladeren gaan vertakken en geeft dat dus een bossige groei. (Dat is iets wat je bij alle basilicumplanten altijd kunt toepassen om te voorkomen dat ze te sprietig uitgroeien.) In dit geval zorgt het er ook voor dat de plant minder verdampt en dus hopelijk beter aanslaat in de nieuwe pot.

Dus van het kleine potje op de voorgrond werd de plant verdeeld over twee grotere potten. De linkerpot al helemaal getopt, rechts nog wat slappe sprieten.

Overigens at ik de topjes niet op maar gebruikte die om mee te gaan stekken. Daarvoor haalde ik een aantal blaadjes weg zodat er alleen aan de bovenkant van het topje nog een paar blaadjes bleven zitten en zette die in een bekertje met water.

Eigenlijk werkt het 't makkelijkst om een plasticfolie over een bekertje te spannen en daar een paar gaatjes in te prikken zodat daar de stekjes in kunnen hangen. Het slappe steeltje gaat namelijk al snel krullen en daardoor zou anders het stekje omlaag in het water zakken zodat de blaadjes nat worden en kunnen gaan rotten. Door het folie blijft alles mooi droog. Zorg wel dat het waterniveau hoog genoeg is zodat de stengeltjes zich niet uit het water kunnen krullen.

De stekjes in de plastic bakjes gingen naar binnen op de (soms) warme verwarming voor het raam. 
De twee uitgeplante basilicumplanten in pot stonden soms buiten in het waterige zonnetje en bij koude nachten altijd binnen.

Na 2,5 week waren al duidelijk de nieuwe worteltjes zichtbaar! In de tussentijd had ik af en toe het water opnieuw verschoond. 

Ter vergelijking: Munt is het snelst met het vormen van wortels op deze manier. Binnen een dikke week zag ik al wortels groeien. Hier zijn de wortels al op een lengte dat ik ze kan gaan uitplanten in de grond.

De slappe nieuwe stengels van de citroenverbena, die ik als experiment ook meenam deden er het langst over.  En van de vier scheutjes kregen er maar 2 wortels. Wel schoten ze aan de bovenkant enorm uit met veel extra blad. Ik denk dat als je die blaadjes wat meer in de perken houdt er wellicht meer energie naar de wortels gaat? Als ik deze uitplant in de grond zal ik zeker weer een stuk van de top afknippen.

Bij de basilicum wachtte ik tot de wortels ongeveer zo lang waren als op de foto voor ik ze ging uitplanten in de licht bemeste grond. Hier was dat zo'n 4 weken nadat ik de topjes voor het eerst in het water zette. Je moet er wel rekening mee houden dat het nog waterwortels zijn, dus hield ik de grond in het begin nog vrij vochtig (niet nat) en zette de pot op een licht maar beschut plekje. Niet in de volle zon! Als ik het idee heb dat er erg veel groot blad is t.o.v. de wortels knip ik soms een puntje van het blad af om te veel verdamping tegen te gaan.

Ter vergelijking. De stekjes in het voorste potje op bovenstaande foto zijn topjes van de originele uitgeplante supermarktplantjes die erachter staan. Hmm, welke zien er het best uit!! (Ter verdediging van de ouderplanten.. ze hebben wel een periode van het koude voorjaar meegemaakt, maar echt goed bijgetrokken zijn ze niet sinds ik ze kocht en uitgeplant heb.)

Hebben de stekken een paar dagen op een beschut plekje gestaan dan mogen ze in een grotere pot met meer voeding én meer in de zon. Nu kunnen ze aan hun echte groei gaan beginnen. De ouderplant in zwarte pot is inmiddels weer zover om opnieuw stekken van te nemen, zo blijven we vrolijk doorgaan.

Mijn conclusies van dit experiment:

  • Wil je het meeste halen uit een gekocht kasplantje van de supermarkt? Knip dan wat topjes uit de plant en gebruik die om waterstekjes van te nemen. Zo heb je zeker een voorsprong op het starten vanuit zaad. Gebruik de rest van de plant om snel helemaal op te eten. Uitplanten geeft weinig resultaat.
  • Wil je juist wél een plantje om uit te planten? Ga dan naar een tuincentrum. Daar zijn de plantjes beter opgekweekt om de overgang naar volle grond of grotere pot te overleven. Bovendien zijn daar vaak ook eco-plantjes van basilicum te koop, voor de bewuste kiezers. Neem ook dán stekjes van de topjes, dat kan nooit kwaad. Het zorgt ervoor dat de originele plant voller uitgroeit doordat het zich door het toppen meer vertakt, en je hebt meteen een tweede fase aan basilicumplantjes in de maak. (In het kader van: hoe meer/langer basilicum, hoe beter.) Van de tweede fase plant kun je te zijner tijd weer topjes stekken voor de derde fase enz enz. Zo kun je een hele zomer doorborduren op één gekochte plant. Handig!! 
  • Of wacht tot de zomer doorbreekt en start vanuit zaad. Het is kwantitatief goedkoper maar het vergt wel iets meer geduld voor de basilicumliefhebbers.  Maar.. daar staat tegenover dat er eigenlijk toch niets leuker is dan om helemaal vanuit een zaadje te beginnen en een plantje te zien opgroeien. Bovendien, planten die zijn opgegroeid in hun eigen seizoen zijn altijd het allerlekkerste en meest ecologisch.
  • Of doe een mix van bovenstaande punten. Kopen, eten, uitplanten, toppen én zaaien!! Dan zit het wel goed met die basilicum deze zomer!

zondag 9 juni 2013

C: Brandnetel, soep en gier.

Eigenlijk ben ik en beetje te laat met het schrijven van deze blog over de brandnetel, door alle drukte vanwege het nieuwe stuk moestuin is het blijven liggen, heb pas vandaag de tijd om het verhaaltje bij de foto's te schrijven. Inmiddels zijn de brandnetels namelijk een stuk groter en taaier gegroeid, en is op zonnige stukken de zaadvorming al begonnen, dat maakt ze een stuk minder geschikt om zowel soep als gier van te maken.
Maar als je net even terug in de tijd gaat, de periode voordat de zon opeens ruimschoots begon te schijnen en we allemaal nog vol smart zaten te wachten op een beetje warmte in dat langdurige koude voorjaar, dát was de tijd waarin ik met keukenhandschoenen en een plastic zak het bos in trok om een flinke hoeveelheid brandnetel te oogsten. Voor mezelf én voor mijn plantjes.

Regels voor wildplukken/ foerageren:

Ga je erop uit om voedsel te foerageren dan zijn daar wel wat (morele) regels aan verbonden. Het is immers voedsel wat je niet zelf geplant hebt, op een stuk grond wat niet van jou is. Voor eigen veiligheid en respect voor dier en natuur houd je best rekening met het volgende.
  •  Officieel moet je altijd toestemming vragen aan de eigenaar van de grond om te mogen plukken. Van openbare plekken is de eigenaar vaak de gemeente. Staan de planten niet op de lijst van beschermde soorten dan is het plukken van kleine hoeveelheden toegestaan (mits er in de desbetreffende gemeenteverordening niets afwijkends staat over wildplukken.) In de praktijk gebeurt het natuurlijk niet snel dat je bij een openbare plek toestemming gaat vragen om wat groen te plukken (voor jezelf of je konijn/kippen etc.) Gelukkig wordt het in de praktijk ook vaak gedoogd. Gebruik je gezonde verstand. Is de grond overduidelijk van een particulier dan ligt het gevoeliger en hoor je dus netjes toestemming te vragen. Beschermde natuurgebieden zijn uiteraard geen optie.
  • Zorg dat je héél goed weet wat je plukt. Niet alles is eetbaar. Sommige planten zijn zelfs erg giftig. Bij twijfel niet plukken en al helemaal niet eten!
  • Kies alleen gezond ogende planten uit op een plek waar je geen verontreinigingen verwacht door verkeer, industrie, pesticiden etc.
  • Wees niet inhalig! Houd altijd in je achterhoofd dat die plant er niet staat speciaal voor jou, maar zie het in een groter geheel, als onderdeel van een ecosysteem. Daaruit volgt vanzelfsprekend dat je dus let op de omgeving. Roei de soort op die plek niet helemaal uit maar laat wat over voor de grond, de dieren en de oogst voor volgend jaar. (Er is volgens mij een indianenregel die stelt dat je de eerste 7 planten moet laten staan voordat je mag gaan plukken)  Pluk ook niet meer dan je nodig hebt! Let op waar je gaat staan en laat geen rommel achter. 
  • Hygiëne. Was de planten bij thuiskomst goed in een beetje azijnwater want vaak zitten er nog insecten tussen de bladeren en je weet natuurlijk nooit wie er op geplast heeft!  (Uit volledigheid moet ik het van mijn man even hebben over de vossenlintworm (echinococcus multilocularis). Het is uiterst zeldzaam maar zeer gevaarlijk voor de mens. Wilde bosbessen, paddenstoelen, valfruit etc. kunnen ermee besmet zijn. In Nederland komt die lintworm in grensprovincies voor (aangetoond in Zuid-Limburg en Groningen.) Grondig wassen en (véél beter nog) koken is de manier om te voorkomen dat het in je systeem komt. 10 minuten op 60 graden tot 1 minuut op 100 graden. Voor de zekerheid eet je bosoogst dus niet rauw.)

Brandnetelsoep:

Erg gezond want rijk aan vitamine C en ijzer. Maar wat mij er zo in aantrekt is dat er ook wordt beweerd dat het verlicht bij allergische aandoeningen (hooikoorts, etc) maar ook dat het gewoon erg lekker is.

Gebruik voor de soep alleen de malse bovenste topjes van de jonge plant. Pas op want ze prikken nu nog steeds, dus handschoenen zijn wel nodig.
Ik volg geen echt vast recept. Meestal begin ik door wat ui en knoflook in een grote pan te fruiten. Daarbij gaan de gewassen brandneteltopjes met een klein beetje water of aanhangend vocht, en roer ik het door tot de topjes wat geslonken zijn. Dan gaat er (groenten)bouillon bij en laat ik alles voor 10-15 minuten zachtjes koken. (als ik heb een aardappel of 2 erbij.) Dan alles pureren met een staafmixer en op smaak brengen met peper en zout. Tot slot eventueel wat kookroom of crème fraîche erbij en garneren met wat groens.
Maar ik kan me voorstellen dat een klein pepertje, of voor het gemak wat kruidenroomkaas, of andere groenten als spinazie, warmoes etc. ook erg lekker kan zijn.
Meestal maak ik een grote pan en vries ik het overschot in. Heerlijk!

Voor het koken. 

 Na het pureren. Hmmmm!


Brandnetelgier:

Dit is absoluut niet voor menselijke consumtie, maar wel extra lekker en voedzaam voor de planten in de tuin. Stikstofrijk, groeistimulerend, en vol mineralen voor het bodemleven. Ik maak het meestal gelijk met de brandnetelsoep want alles wat daarvan overblijft nadat ik de bovenste topjes heb afgesneden kan gebruikt worden voor de gier. Zorg wel dat je geen brandnetels gebruikt waar al zaden aan zitten want anders krijg je hetzelfde als wat mijn goede vriend Ko overkwam.. een eigen kweek aan brandneteltjes in je tuin! Knip dan de kopjes eraf en gebruik alleen stengel en blad. Al met al iets meer werk.

Neem een emmer waar je de brandnetels in doet (ik knip ze vaak eerst in kleinere stukjes) en zoveel water dat de brandnetels onder staan. Eventueel kun je er een steen inleggen zodat de bladeren onder water blijven maar zelf doe ik dat eigenlijk nooit. Wel doe ik er een schepje lavameel bij. Dat zou de geur wat moeten neutraliseren, want reken maar dat dit later gaat stinken!!
Dek de emmers af en laat ze een poosje staan. Een week of twee. Je kunt het af en toe doorroeren (met neus dicht). 

En dan krijg je uiteindelijk zoiets. Een aftreksel van rottende brandnetel. De plantjes zijn er GEK op! Er zijn verschillende theorieën of je het nu verdund of onverdund aan de planten moet geven. Zelf denk ik dat het alletwee kan. Op jonge kwetsbare zaailingen zou ik het verdund geven maar zijn planten al wat meer gevestigd dan kan het er onverdund bij. Zelfs de drab kun je rond de plant leggen.

Brandnetelmulch:

Wat je ook kunt doen met (niet zaaddragende) brandnetels is ze bij de voet afsnijden (dus geen wortels erbij) en zo in hun geheel als bedekking tussen je planten op de bodem leggen. Het werkt dan als een soort mulch en voedt te zijner tijd de planten terwijl het verdort en wordt opgenomen door de grond. Met m'n nieuwe stuk moestuin heb ik een hoop brandnetels geërfd, die ik allemaal geoogst heb en tussen de planten in de bakken heb gelegd. Dat betekent voeding aan de ene kant en makkelijker opschonen aan de andere kant. Win-win.

Tweede kans:

Later in het seizoen is de brandnetel overigens weer door z'n zaadvorming heen (de wittige sliertjes die er aanhangen) en kun je ze weer veilig gebruiken voor mulch, gier en zelfs nog soep! Een soort "toetje" dus nog! Altijd fijn, tweede kansen!