Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen

zondag 24 februari 2019

C: Flessentuin

Het klinkt misschien gek voor iemand die al jarenlang een grote moestuin heeft en heel erg van tuinieren houdt, maar als het om kámerplanten gaat dan zijn m'n vingers ineens niet zo groen meer. Op een of andere wijze werkt dat kennelijk niet hetzelfde. In huis heb ik daarom, afgezien van tijdelijke kruidenpotjes of overwinterende planten op zolder, door schade en schande eigenlijk nooit zoveel kamergroen opgebouwd.  (Afgezien van één orchidee uit de erfenis van m'n schoonvader, die wonderwel wél nog steeds in leven is gebleven.)
En op zich was dat allemaal prima verder, die groen-loze woonkamer, maar toch begon ik het steeds meer jammer te vinden. Waarom kan ik het plezier van buiten niet wat meer naar binnen halen?
Daarmee werd er langzaam een zaadje geplant (ha!) naar meer groen in huis en afgelopen zomer had ik meteen het ideale project om een overgang mee te maken.
 
Ik stuitte namelijk op het, op internet bekende, plaatje van David Latimer en zijn 'Bottle Garden'. Ik had die afbeelding al eerder gezien, maar dit keer viel het in meer voedzame bodem (Ha!.. oh sorry voor de flauwe woordspelingen.) De foto laat David zien terwijl hij een grote afgesloten gistfles vasthoudt met daarin een volgroeide, (destijds) 54 jaar oude, eendagsbloem-plant (tradescantia virginiana) die hij in 1972 voor het laatst water had gegeven. Deze flessentuinen waren een periode behoorlijk hip back-in-the-day (zie ook hier) en tegenwoordig weer helemaal bezig met een revival.
 
Dat moet te doen zijn, dacht ik meteen. Hoe leuk is het om één (of meer) kleine eigengemaakte afgesloten eco-systeempjes in huis te hebben staan! Onderhoudsarm maar toch hartstikke interessant én groen.
Op internet is er uiteraard veel te vinden qua informatie over het zelf maken van een flessentuin en hoe dit aan te pakken, maar de meest uitgebreide en duidelijke informatie vond ik op YouTube bij SerpaDesign. Mocht je zelf interesse hebben dan zou ik zeker daar eens een kijkje nemen.

De benodigdheden:

  • Een glazen fles (Grote gistflessen zijn erg mooi en retro. De smalle hals is in eerste instantie niet erg handig voor het vullen en planten maar weer wél voor het vinden van een passende stop.) Vaak wel te vinden op rommelmarkten of kringlopen.
  • Steentjes, grit en evt. zand (Voor het maken van een drainagelaag onderin de fles.)
  • Gaas/Vliegengaas (Voor het maken van een scheidingslaag tussen aarde en grit
  • Actieve Kool (Voor het zuiveren van verontreinigingen.)
  • Grondmix (Mix voor een vruchtbare, waterhoudende plantlaag.)
  • Springstaartjes (Om uitbraak van schimmels te voorkomen.)
  • Planten (Die van nature houden van warm en vochtig.)
  • Stop (Voor het afdichten van de fles.)

 

De aanpak:

Ik begon uiteraard met de fles. In de tuin van m'n ouders stond al jarenlang een oude (handgeblazen) gistfles in een verloren hoekje steeds groener uit te slaan. Ooit een kringloopvondst van m'n moeder geweest. Hoe geweldig zou het zijn als ik die weer een nieuw doel kon geven! Heb 'm meegenomen en met allerlei flessenborstels weer helemaal schoon en helder gekregen. Daarna goed nagespoeld met een azijnoplossing en schoon water. Ook kocht ik nog twee grotere glazen potten bij de Action (als we tóch bezig gaan maak ik er meteen meer.) Achteraf zijn die twee gekochte potten niet helemaal handig want ik heb tot op heden nog geen stoppen of kurken gevonden die ze kunnen afdichten, de opening is té groot. Dus dat zijn nu zo lang nog open flessentuinen en moeten regelmatig wat water.

Daarna de steentjes. Met een man die als hobby verschillende terraria onderhoudt voor zijn amfibieën hadden we daar al verschillende steentjes voor liggen, van verschillende grootte ook nog. Heel handig. Maar omdat ze steeds hergebruikt worden heb ik ze wel eerst ontsmet.  Dat kan door ze in een pannetje water op het vuur een poosje te laten koken en daarna goed na te spoelen. Weer eens wat anders in de pan! Een poosje in de oven op 100 graden is ook een manier.


De grootste steentjes gaan onderin de fles, daarbovenop wat kleinere. Niet dat dat per se zo moet (je kunt ze ook gewoon mixen of maar één maat steentjes gebruiken) maar zo ziet het er van de buitenkant wat mooier uit vond ik. Alles bij elkaar wel een paar centimeter hoog.

Daarna ging er een rond geknipt stukje vliegengaas in, aan de randen weggewerkt met wat fijnere steentjes zodat je het van de buitenkant niet ziet. Dit gaas zorgt voor een afscheiding zodat de stenen eronder als drainagelaag niet dichtslibben. Hadden we toevallig ook nog een stukje van liggen ook!

Voor de actieve kool-laag kocht ik kleinere geactiveerde koolkorreltjes van de dierenwinkel. (wordt vaak gebruikt voor het filteren van aquaria.) Een potje is maar een paar euro. Soms lees ik ook dat je houtskool (van echt verbrand hout dan wel) kunt gebruiken als alternatief al is dat iets minder zuiverend. Je kunt ook zelf actieve kool maken van houtskool (zie hier) maar dat klonk me iets te omslachtig allemaal. Deze actieve kool-laag helpt de afgesloten kringloop straks zuiverder te houden, dus redelijk belangrijk.

Tot slot doe ik er zelf nog een klein laagje brekerszand overheen (van de bouwmarkt) Ik gebruik dat zelf altijd in m'n kippenhok als bedekkingslaag dus ook dat had ik nog staan. 

Vervolgens gaat er een laag grondmix bovenop, de laag waar straks de planten in gezet gaan worden. Als basis heb ik een deel potgrond van DCM ecoterra potgrond gebruikt (want ecologisch), met daarin ook een flinke hand veenmos gemixt (Sphagnum). Dit veenmos kan heel veel water in zich opnemen (en dus ook weer afgeven) wat fijn is voor plantjes in een gesloten ecosysteem. Dat veenmos had m'n man nog liggen maar kun je ook gewoon kopen. In Nederland mag je het niet uit het wild halen. Je kunt anders ook nog altijd een handje kokospeat toevoegen. Dat heb ik nu niet gedaan.

De lagen hebben nu zo ongeveer 1/3 deel van de pot ingenomen, een iets dikkere laag aarde t.o.v. de grindlaag.

Het leukste deel van deze hele flessentuin zijn natuurlijk de plantjes! Die had ik uiteraard niet in huis en niet álle plantjes zijn hiervoor ook zomaar geschikt. Het meest succesvol zijn plantjes die van nature van een beetje warme en vochtige omstandigheden houden. En ook fijn, dat ze niet héél snel groeien. Zelf ging ik voor een grote favoriet, het mozaiekplantje (Fittonia verschaffeltii) die heb je in verschillende kleuren. Ook de pannenkoekplant (peperomia argyreia) leek me leuk. De graslelie (Chlorophytum comosum) groeit bij nader inzien wel erg snel en heb ik uiteindelijk toch maar niet gebruikt.

Ik ben daarvoor trouwens niet naar een tuincentrum gegaan maar vond iemand die kleine stekjes verkocht op marktplaats. Ideaal want zo is het goedkoper en je hebt sowieso maar kleine plantjes nodig anders krijg je ze niet door de flessenhals heen. Heb ze eerst aan laten slaan in kleine potjes aarde en na een paar weken overgezet in de fles. Maar zo bij elkaar zag het er nog maar karig uit.

Omdat de jongen van SerpaDesign zo weg is van de kruipende eikenbladficus (Ficus quencifolia) kwam ik bij m'n zoektocht daarnaar uit op de site van dutch-rana, een website voor allerlei tropische terraria benodigdheden. Daar viel ik ook voor de kleine zuidzeepalm (biophytum sensitivum) en de bromelia (crypthantus bivittatus-red star).

Met 5 verschillende plantjes leek de flessentuin me wel compleet. In het begin is het natuurlijk wat leeg maar als de planten gaan groeien wordt het vanzelf voller. Het leuke is juist als je dat in de loop van de tijd ziet gebeuren.

Ik heb nog gedacht aan wat 'landscaping', het toevoegen van takjes, stenen of kristallen. Er zijn ook mensen die er kleine ornamentjes tussen zetten. Maar eerlijk gezegd liet de opening van de hals en de vorm van de fles niet veel bewegingsvrijheid toe. Ik was al blij dat ik de plantjes er met enig fatsoen in kreeg. Veel gefriemel met lange stokjes. Een iets wijdere hals zou in deze wel wat werkzamer zijn geweest. Heb het hierbij gelaten.

Als finishing touch gingen er ook wat springstaartjes (Collembola) bij. Een soort primitieve oer-insectjes. Die dragen bij aan de kringloop doordat ze schimmels en afvalresten eten. En door die rare hobby van m'n man hebben we die óók gewoon in huis. (of nou ja, in het schuurtje dan.) Alternatief zouden er ook pissenbedden of compostwormen in kunnen, maar heb het voor nu bij de springstaartjes gehouden. Die kun je trouwens gewoon kopen in sommige speciaal-dierenwinkels. Je ziet ze overigens niet verder, vallen helemaal weg tegen de donkere ondergrond.

Als allerlaatste bestelde ik nog een kurken dop waarvan mijn maat natuurlijk net uitverkocht was. Maar dat was het uiteindelijk dan. De flessentuin, máánden na aanvang, eindelijk helemaal af. Voor de dop erop ging heeft de fles soms nog even open gestaan. De inhoud moet niet te droog, maar ook niet té nat zijn op het moment dat je 'm afsluit. Een beetje condens in de ochtend is normaal en de bedoeling, maar het moet ook weer niet de hele dag beslagen zijn.
Ook mag de fles niet in de volle zon komen te staan, het glas werkt als een broeikas en daar kunnen de plantjes niet tegen. Af en toe draaien voor een evenwichtige groei is wel aan te raden.

Alles opgesomd is bovenstaande illustratie een goede samenvatting van het geheel. Maar google zeker ook op flessentuin en/of bottle garden als je meer verhalen hierover zoekt.

Ik herinnerde me later nog een plaatje uit m'n VWO-biologieboek van de middelbare school. Vraag me niet waarom maar 25 jaar na dato heb ik dat boek nog steeds niet weggedaan. Het experiment van Priestley stond daarin geïllustreerd. Op internet staat dat experiment wat anders beschreven (met brandende kaarsen erbij) want zoals bovenstaande gedeeltelijk suggereert (namelijk dat een plant alleen onder een stolp niet overleeft) daar klopt natuurlijk niets van. Overruled door het experiment van eerder genoemde David Latimer!! Dat van dat muisje, dat klopt dan helaas weer wel.
Grappig genoeg ontdekten ze pas 250 jaar geleden dat onze lucht feitelijk schoon bleef door het ons omringende groen. Met die kennis kun je dus eigenlijk beter een boom planten dan een flessentuin opzetten, maar gelukkig heeft deze flessentuin er in ieder geval wel alvast voor gezorgd dat er in huis inmiddels heel wat verschillende stekjes staan (van graslelie, eikenbladficus en meerdere kleuren mozaiekplantjes) en dat er een speciaal plantentafeltje is gekomen waar óók nog een plekje voor een calathea vrij was. Zo heel langzaamaan worden ook m'n vingers binnenshuis groener!

donderdag 15 februari 2018

C: Mierikswortel, planten, oogsten en verwerken.

Ik heb al een aantal jaar mierikswortel in de tuin staan. Eerst in m'n eigen achtertuin, maar met het verkrijgen van een grote gehuurde moestuin verhuisde het daar naartoe. Het is niet per se een hele hippe plant. Het is ook niet echt een kruid wat je regelmatig vers in de supermarkt ziet liggen of vaak in je keuken gebruikt want de smaak is nogal sterk peperig en uitgesproken, al helemáál in verse toestand. Daar moet je maar net van houden. Maar toch is het een plant die ik een keer in het zonnetje wil zetten want áls je er van houdt dan loont het de moeite om ze zelf vers te oogsten. En heb je eenmaal een Mierikswortel in je bezit, dan heb je 'm voor heel je leven! Lekker duurzaam.

Het planten van Mierikswortel:

Een mierikswortel vermeerdert zich door de wortelstokken en niet zozeer uit zaad. Dus als je graag een plant wil bemachtigen zul je naar de wortels op zoek moeten gaan. Via moestuinders, internet of tuincentra zijn ze zeker wel te vinden. 
Ze staan bij mij nu in de moestuin al een aantal jaar op een zonnige plek, maar in m'n achtertuin stonden ze wat meer in de halfschaduw en daar deden ze het ook prima. Bedenk wel dat het erg invasieve groeiers zijn, het is echt aan te raden in de grond een flinke afscheiding te maken om ze in de perken te houden. Door bijvoorbeeld een stevige pot of bamboescherm in te graven. Zelf teel ik op zandgrond en geef ik ieder jaar wat compost en voeding. In warme zomers krijgen ze af en toe water en verder kijk ik er eigenlijk niet veel naar om. Koude winters komen ze makkelijk door. 
Qua hoogte komen ze bij mij maximaal op 80 cm. uit met grote brede groene bladeren. 
Slakken verbergen zich overigens graag in deze plant maar vraat heeft er verder niet erg veel effect op. Ik zie het vooral als een soort slakkenval waar je in één keer een hoop slakjes kunt wegvangen. En de bladeren zijn ook erg handig om af en toe een beetje van af te knippen en als mulch in de tuin te gebruiken. Ook daar heeft de plant niet echt onder te lijden.

Ik moest even m'n fotoarchieven in om te zien of ik destijds van de verhuizing foto's had gemaakt en warempel, ja dus. Destijds groef ik in de late winter een paar wortelstekken op en plantte die over op de nieuwe plek. Elk stukje wortel kan op die manier uitgroeien dus het maakt feitelijk niet uit hoe groot of dik ze zijn. Omdat ze toen al begonnen met uitlopen hield ik het groen eraan, maar dat hoeft niet per se.

Bij het uitplanten is het advies om ze niet verticaal te planten maar eerder onder een schuine hoek, tegen het horizontale aan. Dat is later veel makkelijker oogsten. Het groen liet ik uitsteken. Als je zelf geen groene uitlopers aan je wortels hebt zorg dan dat de kop maar een paar centimeter onder de grond zit.

Vervolgens is ook het advies om ze zo'n 30 cm. uit elkaar te planten en zoals bovenstaande foto laat zien is dat bij mij wat aan de krappe kant gebeurd. Het nadeel is dat bij het oogsten ook de wortels wat dichter op elkaar zitten en aangezien het sowieso al geen plant is die je makkelijk omhoog trekt kan dat het uitgraven wel een heel stuk lastiger maken.

Het oogsten:

Vandaar dat ze er bij mij niet echt als keurige wortels weer uitkomen maar dat ik ze met een scherpe spade gewoon door de midden splijt om ze naar boven te wrikken. Niet helemaal zoals het hoort. Al helemaal niet als je de oogst niet meteen gaat verwerken want zo'n open wortel verkleurt snel en bewaart slechter. Dus dat weet je dan ook weer.
Oogsten doe je in de regel in het najaar als het blad is afgestorven of zolang het niet vriest gedurende de winter tot het groen weer gaat uitlopen. Men zegt dat de smaak beter is als er een keer de vorst overheen is geweest, dus dat was de reden dat ik het nu na die laatste koude vorstnachten wel een goede timing vond.
Hoewel dit trouwens een meerderjarige plant is die je ook gewoon in de grond kunt laten zitten, is het vaak slimmer om ieder jaar alle wortels op te graven en een klein aantal meteen weer terug te planten. Wil je tenminste een beetje controle houden over het geheel anders krijg je later een enorme kluwen aan wortels. Ik had de afgelopen 2 jaar niets gedaan want had geen tijd (of zin) gehad om de oogst te verwerken en dat was nu wel te merken. Dus dat is een goed voornemen op m'n to-do lijst van de komende tijd; de Mierikswortel helemaal opgraven en opnieuw herplanten.
Hoewel je een vers geoogste wortel wel eventjes kunt bewaren (het langste is in een bloempot met licht vochtig zand op een koele vorstvrije plek, dan heb je het over maanden) gaat het hier sowieso niet erg snel op. M'n man houdt helemaal niet van die typische peperige smaak en daardoor laat ik me vaak toch wel tegenhouden.

Het verwerken:

Maar niet deze keer. Er is een behoorlijk stuk mierikswortel uit de grond gekomen en dat wil ik allemaal meteen verwerken, dan maar alleen voor mezelf.
Nu wordt mierikswortel vaak vooral verwerkt tot een romig sausje want dat is echt een super lekkere smaakmaker bij allerlei gerechten (vlees, vis, ei, groenten) maar is in die romige vorm alleen niet echt erg lang houdbaar. Toch kun je alvast één stap van te voren al tackelen bij het maken van die sausjes en dat is wat ze in het Engels "prepared horseradish" noemen; (voor)bereide mierikswortel.

Bereide mierikswortel:

Daarvoor was je eerst de verse wortels goed schoon, schraap je met een scherp mesje het velletje ervan af en snijd je ze in kleinere stukjes. Het is een taaie vezelige wortel dus gebruik een scherp mes hiervoor. Als je hier trouwens lang over doet zul je merken dat de wortel gaat verkleuren dus als je dat wil tegengaan dan kun je de stukken tussendoor in wat citroen- of azijnwater leggen.

Vervolgens doe je de stukjes met een paar eetlepels water in een keukenmachine en maal je ze tot fijne snippertjes. Let hier trouwens wel op, met het snijden kon je de typische scherpe lucht al een beetje ruiken, maar zo fijn gesnipperd tot een soort papje is de geurwalm die ervan af komt zooo scherp dat het echt zeer bijtend is voor je ogen. Ook je neusholtes gaan er meteen helemaal van open staan. Werk in een goed geventileerde ruimte of loop desnoods even naar buiten als je de deksel er vanaf haalt. Geen grapje.

Mierikswortel krijgt dezelfde chemische reactie als mosterdzaad bij het stukgaan van de celwanden. (zie ook m'n post over het zelf maken van mosterd.) De stoffen die dan vrijkomen zijn erg scherp en vluchtig en kunnen worden gestabiliseerd met een zuur, meestal azijn. Voeg je geen azijn toe dan zal de scherpte (en daarmee dus ook de smaak) snel afnemen.  Het moment dat je de azijn toevoegt is bepalend voor de scherpte. Meteen toegevoegd bij het snipperen geeft het een mildere smaak, maar wacht je een paar minuten tot een kwartier (de periode waarin de vluchtige stoffen volop ontwikkelen voordat ze daarna weer gaan afnemen) dan is de scherpte optimaal. Op een kopje gesnipperde mierikswortel doe je ongeveer een thee/eetlepel azijn.
En tot slot nog een klein beetje zout. Mix het allemaal nog een keer goed door zodat de azijn en zout evenredig verdeeld zitten.

En breng alles over in een schone (gesteriliseerde) pot. In de koelkast zou het minimaal een aantal weken goed moeten blijven maar ik heb ook reacties gelezen van mensen die beweerden dat het op deze manier maanden aan eens stuk goed bleef.

Mierikswortelsaus: 

Voor de uiteindelijke saus zijn uiteraard ontelbaar veel recepten. Vaak gaat het hier om een kwestie van smaak. De bereide mierikswortel van hierboven meng je dan met zure room, yoghurt, kwark of mayonaise in een verhouding die jij sterk genoeg en lekker vindt. (1:1 is vrij sterk,  1:2 of 1:3 is bij verse mierikswortel vaak al pittig genoeg.) Vaak gaat er ook nog een beetje zuur bij (azijn of citroensap) wat kruiden (mosterdpoeder of mosterd, peper, cayennepeper, bieslook) en soms een beetje suiker of ahornsiroop.
Zelf deed ik:

3 delen zure room
1,5  deel bereide mierikswortel
0,5 deel mosterd
klein kneepje citroensap
zout en peper naar smaak
snufje dille

Lekker hoor! En ook nog eens erg gezond. Mierikswortel is vooral werkzaam op de slijmvliezen (erg goed als je verkouden en hoesterig bent.) bevat veel vitamine C en is spijsverteringsbevorderend. Maar je moet er niet teveel van eten, 20 gram van de wortel is zo'n beetje de dagelijkse dosis.
Ben benieuwd of jullie vaak Mierikswortel eten, of is het inmiddels een beetje een vergeten smaak geworden?


zondag 4 februari 2018

C: De heemstede in januari

Afgelopen oktober startte ik met een nieuwe reeks maandelijkse opsommingen over onze "heemstede", om zo inzichtelijk te maken wat er hier aan soort werkzaamheden voorbij komt.
Want ook al zit ik niet op een feitelijk boerderijtje, heemsteden kan onder allerlei omstandigheden. In mijn geval met 2 honden, 2 katten, 2 kippen en één echtgenoot in een gewoon rijtjeshuis en met een gehuurde moestuin. Inmiddels is januari aan de beurt.

In meerdere opzichten was januari hier een buitengewoon stormachtige maand. Uiteraard was er de feitelijke storm die halverwege over ons land raasde en een spoor van ontwrichtende vernieling achterliet. (Ik heb het bos uit voorzorg maar een keertje overgeslagen vanwege alle vallende bomen.)
Maar ook op emotioneel vlak was het niet bepaald windstil. (Grotendeels veroorzaakt door ingrijpende gesprekken/ontwikkelingen rondom mijn moeders Alzheimer, die al geruime tijd met gemak indicatie 5 aantikt maar nog steeds samen met m'n vader thuis woont. Die ziekte is werkelijk zo'n ingrijpende natuurkracht dat het ons als mantelzorgers soms met gemak letterlijk van de voeten blaast.     Daarbovenop kreeg ik ook nog wat laatste rukwinden aan werkstress te verduren, maar daar weet ik gelukkig inmiddels steeds beter mee om te gaan.)
Maar daar gaat deze blog allemaal niet over. Bovendien sta ik nog steeds rechtop en blijk dus buigzamer dan gedacht. (Het lijkt wel of een goeie ouderwetse storm een soort energie achterlaat in de lucht die nog dagen later voelbaar is. Het gaf mij in ieder geval een boost om vooral niet bij de pakken neer te gaan zitten.)

De moestuin:

Dat was vooral nodig toen ik de ochtend ná de zware stormdag eens poolshoogte ging nemen op de moestuin.

 O neeee...

Daar was zoals voorvoeld inderdaad wel een 'gevalletje' aan de hand. M'n grote kas stond gevaarlijk ver uit het lood, als de toren van Pisa. Het had zulke flinke vlagen gekregen dat het was gaan zwikken en al het glas aan de voor- en achterkant door de spanning was gesprongen. Het leek of  't elk moment hartstochtelijk in elkaar kon storten. Ik kan je zeggen dat ik daar wel even een kleine hartverzakking van kreeg.
Maar gelukkig was de ontreddering niet van lange duur. Het voordeel van een grote vereniging is dat er ook veel handige mensen rondlopen (waaronder ervaren kassenbouwers) en nog binnen het uur had ik met iemand een afspraak gemaakt met plan van aanpak. Allereerst moest het glas eruit, de kas rechtgetrokken, vervolgens goed geschoord en verankerd, en tot slot voorzien van nieuwe rubbers en glas.
Het rampgevoel is daardoor nooit echt ingedaald. Het is zo, er is iets aan te doen, dus hup. Gewoon doorgaan. Er zijn ergere dingen in het leven.

Omdat er nog steeds veel wind op de planning stond en het instortingsgevaar van de kas erg hoog ingeschat, werd met de eerste stap niet al te lang gewacht. Met al het glas eruit was het letterlijk een "kar-kas" Haha, gelukkig kon ik nog om m'n eigen grapjes lachen.
De vereniging had inmiddels al laten weten dat ze, vanwege de vele schade overal, integraal tweedehands kassenglas gingen bestellen. Van mijn eigen glas wordt wel zoveel mogelijk gerecycled maar dan nog heb ik een hoop extra nodig. Met nieuwe rubbers ook. Mijn handige mannen Toon en Tiny trokken de boel alvast recht en plaatsten gauw een aantal schoren.

Daarna kon de kale kas weer zonder spanbanden staan. Onwrikbaar is ie nu. Mijn eigen bijdrage was het extra goed schoonmaken van alle profielen, het opspeuren en afvoeren van kleine glassplinters, het uitpeuteren van half vergane en afgescheurde rubbers en tot slot  het opruimen van allerlei zooi ín de kas. (ook meteen wat compost kunnen kruien, wat onkruid trekken en ein-de-lijk de knoflookteentjes in de grond gezet, 3 (drie!) maanden later dan normaal...)Veel steunbetuigingen gekregen ook. Ik sta nu algemeen bekend als de-vrouw-van-de-scheve-kas. 

De bestelde glasplaten zijn inmiddels binnen, de nieuwe rubbers ook. Afhankelijk van het weer, gaan Toon en Tiny komende week beginnen aan het glas. Maar dat verhaal is voor februari.

De kippetjes:

Goddank brak af en toe het zonnetje door. Niet alleen voor m'n eigen gemoed een opsteker, maar ook voor de kippetjes. Na alle regen van december was het heerlijk het hok weer eens lekker open te zetten. Weg met alle natheid die gaandeweg in alle kieren was doorgesijpeld.

En zo fijn om weer eens wat zon op die nieuwe veren te zien. De stralen halen inmiddels de binnenkant van de ren weer. Het is echt opmerkzaam langer licht en ik zwéér je dat ik Fopsje al weer in de buurt van de legnesten heb zien scharrelen. Niet dat ik verwacht dat ze meteen eitjes gaat leggen maar heb voor de zekerheid al weer wat vers stro in de legnesten gelegd. Je weet ooit nooit. Al viel op het eind van de maand weer belachelijk veel regen hier.

Het huishouden:

Eind deze maand kreeg ik een filmploeg van het tijdschrift Landleven op bezoek. In maart komt het artikel over het ramenwassen uit waarvoor ik in november ben geïnterviewd, en daar wilden ze graag ook een filmpje bij, voor op de site. Het was allemaal zo kort dag dat ik het maar over me heen heb laten komen. M'n hoofd stond er eigenlijk helemaal niet zo naar toen ik het toezegde maar gelukkig viel de praktijk qua timing allemaal heel gunstig en bleek het een welkome afwisseling.

Was wel koud die ochtend maar het liep allemaal zo vlot. Bijna alle takes stonden er in één keer op, met af en toe de onontkoombare blooper. Binnen het uur waren we weer klaar, met opbouwen en afbreken en alles.

Achteraf is daar natuurlijk ook altijd weer een beetje twijfel. O God, sta ik straks niet als een of andere blije gup op de film? Over 'ra-men-was-sen'? (Als m'n moeder het allemaal nog kon bevatten zou ze ongetwijfeld de kans grijpen om me er in lengte der dagen mee te plagen, haha.)
We zullen het vanzelf wel zien.
Op het moment voel ik me ondanks alle stormachtige gebeurtenissen vooral erg rustig en positief. De ontelbare regenbuien die ik op de fiets over me heen heb gekregen, m'n grieperige man op de bank, de overuren en extra lessen die er bij kwamen, het zij zo. Ik vóel gewoon dat er betere tijden aankomen. Bovendien is het leven te kort om te sikkeneuren.

dinsdag 17 oktober 2017

C: Onderhoud van de wormentoren.

Zeven jaar geleden kocht ik voor mezelf een wormentoren om zelf GFT te kunnen composteren in m'n eigen achtertuin. Destijds had ik nog geen volkstuin en op deze manier probeerde ik toch een soort van klein kringloopje te creëren met de minimale moestuinruimte die ik in m'n eigen achtertuin tot m'n beschikking had. En hoewel ik inmiddels al jaren wél een grote volkstuin heb gaat het eigenlijk nog steeds zo. De moestuinbakken (à 2,5 m2) aan huis krijgen hun compost van deze wormen (en een beetje van de kippen). De volkstuin heeft eigen compostbakken ter plaatse.
Het biologische afval wat hier uit de keuken komt wordt onderling verdeeld. Sommige dingen gaan naar de kippen, sommige worden opgespaard in een emmer voor de compostbakken op de volkstuin, en een gedeelte gaat naar de wormen. Zo blijven we lekker bezig.

Hoe werkt een wormentoren?

Ik heb een toren van "The Worm Works". Die bestaat uit een basiselement met een kraantje en daarnaast 3 vierkante stapelbakken en tot slot een deksel. Die stapelbakken hebben onderin een open raster die het vocht doorlaat en de wormen de mogelijkheid geeft tussen de bakken te migreren.
In de praktijk begin je met één stapelbak bovenop het basiselement. Daar maak je een startplek van vochtig materiaal en zacht voedsel en van daaruit voeg je steeds nieuw afval toe, tot de bak na verloop van tijd vol is. Uiteraard is de bak dan nog niet volledig verteerd dus zet je er een nieuwe stapelbak bovenop en gaat die vullen. Uiteindelijk verhuizen de wormen gaandeweg een verdieping hoger. Zo kun je nóg een stapelbak toevoegen en op een gegeven moment de onderste bak gaan oogsten.
Het vocht wat bij deze vertering vrijkomt (feitelijk pierenpies) sijpelt naar het onderste element en kun je aftappen. Dit vocht is uitstekende voeding om verdunt voor je planten te gebruiken.
Sowieso zeggen ze van wormen, in tegenstelling tot andere dieren, dat wat er uit hun achterste uitkomt rijker en van meer waarde is dan wat er aan de voorkant ooit inging. Iets in hun spijsvertering zorgt voor een sprankje magie. Mooier kan niet.

De oogst en schoonmaak:

Vandaag vond ik het hoog tijd om de wormentoren weer eens schoon te maken. Doorgaans doe ik dat eens per jaar. Afhankelijk van wanneer er een bak verteerd genoeg is om te oogsten.

Ik merkte nu vooral ook dat er meer wormen omhoog kropen en langs de rand van het deksel gingen zitten. Nu is dat in kleine mate geen probleem, maar als ze het massaal gaan doen dan is dat een teken dat ze het niet prettig hebben. Vaak omdat het té droog of té vochtig wordt. Dat wilde ik voorkomen. Tijd om de toren eens goed te inspecteren en opnieuw op te zetten, ook al had ik op dat moment nog steeds een stapelbak over om te gebruiken.
Trouwens, je ziet hierboven de paarse compostwormen (Eisenia fetida oftewel tijgerworm) maar ook witte kleine wormpjes. Die laatste heeft m'n man geïntroduceerd als fokwormpjes voor z'n kleine salamandertjes. Die twee kunnen prima naast elkaar bestaan. Die paarse wormen schijnen niet zo lekker te zijn. M'n kippen zijn er ook niet dol op. Normaal gesproken heb je in een wormentoren dus alleen die paarse.

Oké, actie. Niets lekkerder dan met je blote handen in een compostbak te wroeten. Als ik het bovenste voedsellaagje een beetje weghaal zitten direct daaronder hele kluwen aan wormen. Die wil ik natuurlijk wel behouden, dus die bovenste laag met onverteerd voedsel en grote hoeveelheden wormen haal ik voorzichtig weg en leg die even apart in een emmer. De laag onder de bovenste laag bevat bijna alleen maar verteerd spul met minder wormen erin. De stapelbak eronder is helemaal verteerd. De bakken zet ik even apart.

Voor de schoonmaak maak ik eerst het basiselement schoon. Even goed doorspoelen zodat het kraantje goed doorloopt. Ik heb dat kraantje trouwens standaard open staan met een flesje eronder om het vocht af te voeren. Dat is wat makkelijker te controleren en zo zal er nooit een zwembadje ontstaan.

Onderin de eerste stapelbak leg ik altijd vliesdoek. Dit om te voorkomen dat er kruimels verteerd compost doorheen vallen die het kraantje verstoppen, maar ook om ervoor te zorgen dat er geen wormen doorheen kruipen die daarna maar moeilijk weer vanuit de loze ruimte terug kunnen. Ik wil dat hier alleen maar vocht doorheen kan. (De volgende stapelbakken krijgen nooit vliesdoek want dat zou het migreren van de wormen onmogelijk maken.)

Vervolgens komt in die eerste stapelbak een mix van de allerbovenste laag die ik net even apart had gelegd in een emmer (met de grootste hoeveelheid aan wormen erin en nog een beetje onverteerd voedsel van afgelopen maand) en een nieuwe startplek. In dit geval zijn dat aan repen gescheurde vochtige kranten en wat nieuw zacht voedsel. Je kunt ook vochtig kokospeat gebruiken. Wormen houden van donkere vochtige voedselrijke en rustige plekken. De kranten hebben even in het water gelegen maar zijn daarna goed uitgeknepen en uit elkaar getrokken. Vochtig is niet hetzelfde als nat!

Normaal gesproken ben je er dan eigenlijk al. Deksel erop en klaar! In die eerste bak kun je nu weer gaandeweg voedsel gaan toevoegen en de inhoud van de overige bakken gaan gebruiken om als oogst over je moestuinbakken te strooien.
Maar meestal laat ik die verteerde compost eerst nog een paar dagen open en bloot, dus zonder deksel, bovenop de onderste bak staan. Dit om de verteerde compost wat droger te laten worden maar vooral ook om de wormen die er nog wél inzitten de kans te geven naar de voedselrijke bak eronder te migreren.
Let wel, dit doe ik maar voor een paar dagen want ik wil natuurlijk niet dat alles gaat uitdrogen. De bak staat overigens ook nooit in de zon. Zolang het licht is zullen de wormen lekker weggestopt in de vochtige duisternis in de bak blijven zitten. 's Nachts gaat daarom wel het deksel erop. Het is een paar dagen je aandacht erbij houden, en nogmaals, het hoeft niet per se zo, maar voor mij werkt dit beter.

Zo, klus weer geklaard, lekker gevoel toch altijd weer. Alles schoongespoeld en klaar voor een nieuwe periode. Over een paar dagen gaat de bovenste bak eraf en de deksel er weer constant op.
Hier staat de toren direct bij de keuken-achterdeur onder een open afdak, onder een buitenaanrecht. Het is er schaduwrijk en rustig. In de winter, als de vorst intreedt, gooi ik er in eerste instantie een oude wollen deken overheen, maar als het erg vriezig wordt verhuist de toren tijdelijk naar de koele zolder. Zo houden we het al jaren samen uit, de wormpjes en ik. De meest gemakkelijke huisdieren in ons bestand!

zondag 6 augustus 2017

C: Tuinzeizoen augustus

Het is alweer een paar weken geleden dat hier het toegezonden augustusnummer van Tuinseizoen op de mat viel. Spannend moment want in dit nummer staat namelijk het artikel waarvoor Mirjam en ik afgelopen juni werden geïnterviewd, over déze blog welteverstaan! Hoe zou de opmaak eruit zien, hoe is het om te ervaren je eigen woorden zo gedrukt te zien staan?

Nou, héél leuk dus! En een beetje maf. Maar vooral leuk.
In nasleep van deze papieren uitgave had de redactie óók nog een onderwerp van onze blog op hun site herplaatst, namelijk over het witten van de kas uit 2014, getiteld: De kas witten met Chantal. (Origineel hier te lezen) 
Dusss.. dat was dubbel leuk!

Inmiddels zijn we wel weer volop aan de orde van de dag toegekomen. De moestuin is na een korte vakantie lekker uit de kluiten gewassen en de oogst komt nu in de vorm van aardappelen, uien, tomaten en courgettes richting huis. In gezelschap van een vers bosje dahlia's voor de vrolijkheid.
De zon-regen-zon-regen slingert alles nog eens extra aan. Drukte alom, maar in de moestuin voelt dat vaak tóch als een beetje vakantie dus er is niets om echt over te zeuren. Augustus is fantastisch!

dinsdag 14 februari 2017

C: Gereedschap gereed!

Voor iemand die zoveel in de moestuin werkt ga ik opvallend nalatig met m'n tuingereedschap om, realiseerde ik me opeens. Ik zie ze voornamelijk als gebruiksvoorwerpen die gebruikt worden, niet verzorgd. Dus zo gebeurt het steeds weer dat ze na gedane arbeid vies en vuil in het schuurtje belanden tot ik ze weer nodig heb, zonder daar verder ook maar eventjes bij stil te staan. De focus ligt vooral op het stukje grond dat ik ermee bewerkt heb, of de struik die ermee is opgegraven... en hoe mooi dat er nu bij ligt. Niet op het gereedschap zelf uiteraard, want dat is vanzelfsprekend, daar zijn ze immers voor gemaakt.

Waarom ik het nu opeens anders ging zien weet ik niet precies. Voortschrijdend inzicht wellicht, of een plotselinge inval van wijsheid die ik eigenlijk al steeds in me had maar nooit aan het licht liet komen.  Hoe vaak hoor je wel niet zeggen dat goed werk begint bij goed gereedschap. In m'n eigen atelier of in de werkplaats is dat al lang doorgedrongen, alles zoveel mogelijk schoon en geordend. Waarom op de moestuin dan niet?
In een flits zag ik buurman Frits in m'n herinnering terug, hoe hij vroeger met een zeis het gras maaide en een slijpsteentje in z'n overal had zitten waar hij met regelmaat z'n zeis een scherp glimmend randje mee gaf. Of hoe een andere buurman alles aan haakjes geordend aan de muur had hangen. Vervolgens keek ik naar m'n eigen aangekoekte gereedschap dat als een rommeltje in een hoekje van m'n tuinhuisje lag..  Hier klopt iets niet Chantal! Dit kan beter, respectvoller en duurzamer.
 
Dus zo begon een goed voornemen. Ik verzamelde al het tuingereedschap bij elkaar, nam het mee naar huis en begon het schoon te borstelen. Al het aangeklonterde zand eraf waaronder hier en daar al roest en splinters aan het ontwikkelen waren. Vervolgens met een sopje van groene zeep en een ruw sponsje alles schoongemaakt. Het metaal én de houten stelen. Jeetje zeg, daar knapten ze al een heel stuk van op. En zo op een rijtje naast elkaar te drogen in het zwakke winterzonnetje voelde ik me opeens een beetje schuldig. Gereedschap in de tuin is zo onmisbaar, ze verlichten het werk enorm en zoals ze nu als soldaatjes helemaal opgepoetst stonden te blinken bracht dat besef helemaal naar voren dat ik niet echt aardig voor ze was geweest al die tijd.

Nadat ze een paar dagen hadden staan drogen onder het afdak begon ik aan de volgende stap. De houten stelen werden licht opgeschuurd met schuurpapier om ze weer mooi glad en splintervrij te krijgen, de metalen delen met een staalborstel zoveel mogelijk roestvrij gemaakt en alle randjes met een vijl weer scherp gemaakt. Over dat vijlen trouwens, daar zijn op internet verschillende video's over die wel handig zijn om eerst te bekijken. Dit is een willekeurige.
Kort gezegd moet je opletten dat je consequent in de juiste hoek zit en dat je met je vijl niet op en neer gaat maar steeds maar vanuit een kant vijlt.
Vervolgens smeerde ik alle houten stelen ruim in met gekookte lijnolie (geen rauwe lijnolie want die is niet drogend.) waarna ze na een kwartiertje met een schone doek werden uitgewreven. In het begin voelt het nog steeds vettig aan maar na verloop van tijd is dat ingetrokken en zijn de houten stelen beschermd.
Alle metalen delen spoot ik in met een dun laagje WD 40 om ze te beschermen.

En zo stond alles weer schoon, scherp en ingevet klaar voor het nieuwe seizoen. Dat voelt toch wel een stukje beter. Het enige waar ik nu nog voor moet zorgen is een manier om ze in de moestuin op te hangen, zodat ze niet op hun scherpe randjes hoeven te rusten. En dat er een ruwe borstel en doek bij ligt om ze steeds schoon en droog weg te kunnen hangen.

Een paar dagen later ook alle snoeischaren die ik had verzameld, zowel van thuis als van de moestuin. Sommige zagen er zo aftands uit en schaarden zo stroef dat ze haast opgegeven leken.
Had ik dat even mis!
Eerst gingen ze weer in een sopje met een schuursponsje, flink over de bladen heen om ze zo schoon mogelijk te boenen.
Vervolgens ook hier met de vijl erover om ze weer scherp te maken. (Aan snoeischaren kun je goed zien aan welke kant van het blad je moet vijlen want daar zit al een schuin kantje, doe het ook alleen maar dáár want anders ontstaat er ruimte tussen de bladen bij het scharen en dat is niet de bedoeling.) Daarna legde ik ze weer even in een laagje water waar een heel klein beetje chloor in zat om ze te ontsmetten en liet ze na afspoelen drogen op de verwarming.
Tot slot ook hier een dun laagje WD 40 eroverheen waardoor alles weer soepeltjes bewoog en ze haast weer als nieuw leken.
Als ik eerder had geweten dat het allemaal zo makkelijk was om te doen dan was ik veel eerder in actie gekomen. Nu is het alleen nog een kwestie van bijhouden en de tijd nemen om ook na het werken in de tuin niet meteen het poortje te sluiten om naar huis te gaan, maar om te zorgen dat al het gebruikte gereedschap weer schoon en droog opgeborgen ligt, klaar voor het volgende bezoek.

vrijdag 3 februari 2017

C: Het begint met.... Zaadjes

In de wintertijd liggen de moestuinactiviteiten redelijk stil. Zelfs aan het uitzoeken van de nieuwe zaden, toch vaak wel het hoogtepunt van deze rustige periode, kwam ik pas laat toe. Ik had al lang de mailtjes gezien van Velt en onze moestuinvereniging met het aanbod mee te doen met de samenkoopactie voor 10% bulk-korting, maar het kwam er steeds maar niet van. De moestuin is dan misschien wel rustig, maar voor m'n werk is de winter juist een drukke tijd en december spant helemaal de kroon.
Vandaar dat ik er pas in januari aan toe kwam, bij ongeluk nog wel want het ging niet via de geijkte weg. Ik begon namelijk in eerste instantie een enkele zoektocht naar roodbloeiende tuinboonzaden. Die kunnen zowat als eerste de grond in en mijn eigen zaden had ik door de natte vorige zomer niet weten te oogsten en waren op. Die zaden kreeg ik alleen op de Nederlandse sites niet gevonden, tenminste, niet biologisch en dat is toch wel mijn vereiste. Uit frustratie toen maar over de grenzen gaan zoeken, meer om te achterhalen of ze überhaupt wel bestonden..ergens.. dan om ze nou ook daadwerkelijk uit den vreemde te gaan bestellen. Op Engelse sites kwam ik ze ook niet tegen maar uiteindelijk wél op een Duitse site. En dat bleek een hele interessante site ook nog. Zomaar plotseling ontdekt.
De site is eerder een soort verzamelsite van 15 verschillende bio-kwekerijen verspreidt over heel Duitsland. Dat aantal zorgt ervoor dat het aanbod van biologisch zaad een stuk diverser is dan wat er hier in Nederland te krijgen is. Toch wel even de moeite van het bekijken waard.
Al browsend door hun onlineshop werd ik lekker gemaakt met allerlei nieuwe variëteiten. Samen met een vertaalprogramma en weggezakt vwo-Duits kwam ik een heel eind, dus het duurde eigenlijk niet lang voordat ik daadwerkelijk besloot m'n hele bestelling maar daar te plaatsen. Niet alleen de roodbloeiende tuinbonen, maar alles waar ik geen weerstand tegen kon bieden.

Na het plaatsen van de bestelling duurt het wel wat langer voordat 't thuisbezorgd wordt. Ik neem aan dat daar alle zaden van de verschillende kwekerijen eerst bij elkaar gebracht moeten worden én het is natuurlijk ook buitenlandse post, maar na twee weken viel het hier dan toch op de mat, samen met de rekening. Bestelling gelukt!! (Alwéér geslaagd, zou m'n moeder zeggen.)

https://www.instagram.com/crmics/
Nadat ik halverwege vorig jaar m'n instagram-account over de moestuin een beetje liet versloffen heb ik inmiddels in dit nieuwe jaar de draad weer helemaal opgepakt. De ontdekking van de site én de komst van de zaadjes bleef uiteraard niet onvermeld.