Posts tonen met het label recept. Alle posts tonen
Posts tonen met het label recept. Alle posts tonen

maandag 13 oktober 2014

C: Recept voor bellenblaas -EXTRA LARGE-


Je hebt van die blogberichten die er een tijdje over doen om eindelijk het licht te zien. Dit is er eentje van. Al maanden ben ik bezig om er werk van te maken maar steeds werd het maar iets verder uitgesteld. Omdat ik niet meteen alle ingrediënten had, of het juiste materiaal, of gewoon te druk was met andere dingen.
En dat terwijl het zo ontzettend leuk en magisch is om te doen! Zelfs een klein beetje verslavend. 

Als hobbymatige zeepzieder heb ik wel iets met zeepbellen. Het is zo feestelijk en vrolijk meteen. Maar ook vluchtig en wonderlijk, al die kleine transparante belletjes in de lucht. 
Maar dat alles valt toch wel een béétje in het niet als je de heeeele grote reuzenbellen blaast die als dansende barbapapa's door de lucht spoken. Dát is bellenblazen voor de serieuze liefhebber, en daar hoef je echt geen kind meer voor te zijn! Het vergt alleen wel iets meer voorbereiding want uiteraard moet je zeepmengsel aangepast worden om zo'n grote bel te kunnen vormen. En ook kun je niet meer met een gewoon blaasstokje aan komen zetten, uiteraard. 

Goed bellenblaas:

Via internet leerde ik dat een goed recept voor grote bellen bestaat uit de volgende ingrediënten:
Water: Gewoon kraanwater is goed.
Oppervlakte actieve stof : In dit geval afwasmiddel. (Niet alle afwasmiddel is geschikt. In Nederland gebruik je het beste het afwasmiddel van Dreft. )
Polymeer: Een polymeer zorgt ervoor dat de zeepbel kan rekken zonder meteen kapot te barsten en wordt als bijna onmisbaar aanbevolen als je grote bellen wil blazen. Een populair natuurlijk polymeer is "Guar Gum" gemaakt van bonen. Soms in natuurvoedingswinkels te koop, in ieder geval wel via webshops op internet.
Ph-aanpasser: Door het gebruik van afwasmiddel veranderd de Ph van het water. Om dit weer aan te passen kun je bakpoeder gebruiken. (Hetzelfde poeder wat je ook in de keuken gebruikt.)
Vochtinbrenger: Hierdoor droogt de zeepbel minder snel uit. Glycerine is een goed voorbeeld. 


Het recept:

- 1 liter kraanwater (warm)
- 40 gram Dreft afwasmiddel
- 1,5 gram Guar Gum
- 2 gram bakpoeder
- 1 theelepel glycerine

Weeg in een klein bakje de Guar Gum af en voeg daar een beetje glycerine aan toe, genoeg om het samen te kunnen mengen. 1 theelepel is vaak al genoeg.

Meng het samen tot een klontvrij geheel. Het komt nooit echt helemaal in suspensie, maar zolang er geen klontjes inzitten is het goed.

Van het 1 liter warme water neem je een kwart (250 ml.) af en verwarmt dat tot heet.

Voeg aan die 250 ml. heet water het Guar Gum-glycerine mengsel toe en blijf dat ongeveer 2 minuten doorroeren. Het water zal er enigszins dikker van worden.

Dit mengen met het overige driekwart (750 ml.) warme water.

Het geheel goed roeren en enigszins laten afkoelen.

Meet 40 ml. van het afwasmiddel af.

En roer dat rustig door het water-Guar Gum-glycerinemengsel. Niet te hard anders gaat het teveel schuimen.

Tot slot nog het afgewogen bakpoeder erbij.

En weer rustig doorroeren. Na een kwartiertje wachten is je bellenblaasmengsel in principe klaar voor gebruik, al schijnt het beter te zijn als je een etmaal wacht voor het beste resultaat. Deze hoeveelheid lijkt niet veel maar toch kun je er heel wat grote bellen mee maken. Genoeg voor een middag plezier!

De bellenblaas-stok:

De bellenblaas-stok is een geval apart, die zul je zelf moeten gaan maken. Gelukkig is ook dat niet al te moeilijk. Wat je nodig hebt zijn:

2 stijve stokken als lange handvatten. (Ik gebruikte bezemstelen, al zijn die wel wat zwaarder als je dit met kinderen gaat doen.)
2 stukken veterkoord (liefst van katoen of andere opneembaar materiaal) De bovenste is dikker en korter (ongeveer 85 cm.) dan de onderste (ongeveer 170 cm.). Dat dikteverschil komt doordat het bovenste koord de drager is van het zeepsop, een dikker koord kan meer sop opnemen.  
2 ooghaakjes. Om het koord aan de stokken te bevestigen.
- optioneel, een gewichtje voor aan het onderste koord. Niet noodzakelijk maar soms wel makkelijker als er meer wind staat. Ik gebruikte een grote kraal die ik met wat dunner touw aan het onderste koord vastknoopte.

De praktijk:

Als er een windje staat, ga dan met de wind in de rug staan. Doopt het koord in het zeepmengsel. Laat het erboven heel even uitlekken en brengt het dan, met de stokken nog tegen elkaar boven je hoofd. Langzaam..langzáám..haal je nu de twee stokken van elkaar zodat het koord zich opent. Door de wind komen er automatisch bellen vanaf. (Als er geen wind staat zul je zelf een stukje achteruit moeten lopen (of in een drafje.))

Als je te lang wacht, en je de bel te groot laat worden, springt ie stuk terwijl het nog aan je koord vastzit. Wil je een bel sluiten dan moet je langzáám de twee stokken weer naar elkaar toe brengen zodat het koord zich sluit (en de bel ook.)

En nu jullie:

Bellen blazen is veel leuker als je niet alleen bent. (Je zult overigens toch wel gauw publiek krijgen dat bewonderend toekijkt) Ik kreeg net m'n ouders op bezoek en dat was natuurlijk bij uitstek het geschikte moment om samen de straat op te gaan. Niet het mooiste weer dus we gingen naar het dichtstbijzijnde parkeerplaatsje.

Kijk eens wat een prachtige bel m'n vader te voorschijn toverde.

Al knapte die wel stuk... dat doen ze ook mooi trouwens. Niet in één keer maar van het koord af naar achteren toelopend. Je ziet het gebeuren. Bij bovenstaande foto is ie op de helft.

M'n moeder werd er helemaal jolig van. "Dit moet je bij een bejaardentehuis gaan doen." zei ze maar steeds. Wat maar weer laat zien dat het zeker niet alleen voor kinderen is.

Zelfs niet alleen voor mensen.. Want later in het bos bleek dat Lucky, een van de wat oudere buurthondjes, er ook helemaal speels en vrolijk van werd. Die bleef achter alle bellen aanrennen in een poging ze te vangen.

Het is echt prachtig om die enorme bellen door de lucht te zien wobbelen. Soms wel een meter in doorsnee. Ze blijven trouwens ook bast lang zweven als de wind ze een beetje omhoog neemt. 
Ik denk dat als ik nóg grotere bellen wil blazen (jááá), ik dan het koord wat langer moet maken. (Zo blijft er gelukkig altijd wel wat te experimenteren over!!) Maar in de tussentijd is dit al meer dan leuk genoeg, echt een aanrader!

(Bron: http://soapbubble.wikia.com/wiki/Soap_Bubble_Wiki)

zondag 5 oktober 2014

C: Zelf maken "Kastanjemeel"

Het is weer de tijd van de tamme kastanjes. Ik kan niet door het bos wandelen zonder ze te rapen, zo massaal liggen ze te pronken. Inmiddels heb ik al een paar kilo geschild en in de vriezer liggen voor komende winter. (Hoe je dat doet lees je hier) Maar om een beetje variatie toe te passen leek het me leuk om ook eens te schrijven over het maken van eigen kastanjemeel. Het is wel redelijk arbeidsintensief om te doen, maar voor wie tijd en tamme kastanjes over heeft is het zeker leuk om eens te proberen.
Ik maakte er heerlijke notenkoekjes van, glutenvrij ook nog! Het recept daarvoor vind je ook hieronder.
En trouwens, voor wie niet de tijd en moeite (of de kastanjes) heeft om zelf meel te maken, het is ook gewoon te koop, dat kastanjemeel. In natuurvoedingswinkels bijvoorbeeld.


Kastanjemeel maken:

Allereerst moet je de kastanjes roosteren. Daarover heb ik al eens uitgebreid geschreven dus gemakshalve verwijs ik je voor dat deel even naar die post terug. (Klik hier. Halverwege het verhaal kun je de uitleg vinden over het roosteren van tamme kastanjes.)

Ik neem niet eindeloos de moeite om alle binnenste velletjes helemaal weg te peuteren. Dan zou het al helemáál monnikenwerk worden. Bij de ene gaat het soms makkelijker dan bij de andere, maar over het algemeen zijn de kastanjes hier vrij lastig helemaal schoon te krijgen. Dus, dan maar met velletjes. Maar wel zonder schil natuurlijk, want die zijn kei-hard na het roosteren.
Ook breek ik ze hier doormidden of verkruimel ze een beetje. Maar dat is meer om te zien of er geen nare beestjes inzitten. (Vooral als kastanjes niet vers geraapt zijn is de kans daarop groter.)

En vervolgens maal ik ze in de keukenmachine zo fijn mogelijk. Het blijft altijd wel een beetje te grootte van broodkruimels. In het kader van meten=weten heb ik ze eens gewogen. Ongeveer 450 gram was het bij elkaar.

Daarna is het belangrijk om de fijne kruimels te drogen. Dat kan door het op een ovenplaat de spreiden (met de oven op de laagste stand en met de klep op een kiertje voor een aantal uur.) Of desnoods boven een warme verwarming voor een dag. Ik heb hier een dehydrator, dus dat is helemaal gemakkelijk. 

Vanwege de ventilator in de dehydrator leg ik er een extra matje op, zodat het netjes blijft liggen. En zo droogt het een nacht op 30 graden C.

Als de kruimels droog zijn kun je ze nóg een keer in de keukenmachine malen voor een nog fijnere structuur. Of desnoods in een vijzel. Al krijg je het nooit zo fijn als traditioneel meel, de structuur zal altijd wat grover zijn. Of je moet een echte meelmaler bezitten natuurlijk. Koffiemolentjes zijn meestal wel beter in het fijner malen van dingen dan keukenmachines, maar die van mij is onlangs doorgedraaid (letterlijk.)
Maar ook wat grover is het prima om te verwerken in gerechten. Het grote voordeel is dat het glutenvrij is en een enigszins nootachtige smaak heeft. De meeste recepten die ik ken gaan echter nooit alleen maar uit van kastanjemeel, het is altijd een combinatie met andere meelsoorten. Ik heb ooit gelezen dat het tot ongeveer 25 tot 30 % van een recept kan uitmaken.
Na het drogen had ik trouwens nog maar 135 gram aan gewicht over. Wat de relatie tussen arbeid en eindproduct gaandeweg dus niet gunstiger maakt. 

Recept notenkoekjes, met kastanjemeel: (glutenvrij & lactosevrij)

Sinds ik glutenvrij moet eten is m'n eetgedrag behoorlijk veranderd. Geen brood meer, dat is de meest ingrijpende aderlating geweest, al moet ik zeggen dat ik het inmiddels niet meer mis. Voor andere deegwaren zoals pizzabodems of pannenkoeken zijn er alternatieven in de vorm van bijvoorbeeld boekweitmeel. Gebakjes en zoete hapjes zijn getransformeerd in andere heerlijke en bovenal gezondere varianten. En ook koekjes hoef ik niet te laten staan. Al moet ik ze wel vaak eerst zelf bakken!

Voor dit notenkoekje heb ik me laten inspireren door de notenkoeken van Bakker Meelmuts. Dé bakker van Eindhoven. Hij staat o.a. op de biologische markt waar ik vaak m'n boodschappen doe. Zijn notenkoeken vonden jarenlang gretig aftrek hier, zoo lekker, maar inmiddels koop ik er alleen af en toe nog maar eentje (voor m'n man, terwijl ik weemoedig toekijk.)

Zo zien ze eruit (na een paar kilometer fietsen onderin de boodschappentas.. haha)
Dit is overigens geen poging om ze te evenaren, dat is onmogelijk. Maar een lekker notig koekje, glutenvrij én lactosevrij is al welkom genoeg!

En uitgangspunt was de 135 gram eigengemaakte kastanjemeel. 

Recept:

-135 gram kastanjemeel
-135 gram amandelmeel (Als je zelf amandelmelk maakt kun je hiervoor ook de pulp gebruiken die je daarvan overhoudt. Wel gedroogd uiteraard.) Klik hier voor de link naar het zelf maken van amandelmelk.
-135 gram boekweitmeel
-135 gram gehakselde noten (Ik had nu pecannoten, hazelnoten, cashewnoten en amandelen, gedeeltelijk fijn én grof gemalen) Als je ze eerst lichtbruin roostert in een droge pan wordt de smaak nog intenser. (Stukjes beetgaar gekookte kastanjes zouden overigens ook niet misstaan hier.)

(Zoals je ziet zijn het allemaal gelijke delen, als je zelf van andere hoeveelheden uitgaat kun je het makkelijk aanpassen.)

-ongeveer 1 pakje bakpoeder (21 gram)
-flinke theelepel zout (naar smaak)
-3 eetlepels basterdsuiker (of andere zoetmiddelen.) (naar smaak)
-eventueel wat kaneel, of koekkruiden (naar smaak)

Smaakstoffen zoals zout en suiker staan niet vast maar kun je naar eigen inzicht toevoegen. Ik ben bijvoorbeeld inmiddels redelijk van suiker afgekickt en heb er minder behoefte aan, maar misschien vind jij het zoeter lekkerder. Je kunt altijd van het deeg proeven voor het de oven ingaat en naar smaak meer toevoegen.

-handje rozijnen. (ach, die waren bij mij net op.. jammer. Met rozijnen of cranberry's of stukjes dadel worden ze net een graadje lekkerder, want plaatselijk zoeter en minder droog, en dus ook minder saai.)
-5 eetlepels gesmolten kokosolie (als alternatief voor boter)
-amandelmelk (Genoeg om het kneedbaar te krijgen, in mijn geval was het nu 100 ml.) 


Rol er balletjes van die je vervolgens een beetje plat drukt en bak ze in de oven goudbruin. Ongeveer 180 graden voor ongeveer 20-30 minuten, afhankelijk van je oven. Ik draaide ze halverwege een keertje om.

 Koud proef je de smaken beter dan warm, dus even het geduld hebben om ze af te laten koelen... en dan vooral aanvallen!!




zondag 7 september 2014

C: Kokospasta zelf maken


Ik geef toe, dit is niet het meest alledaagse wat je in je keuken kunt klaarmaken. Maar als je een beetje in het eetgebied zit waar ik me de laatste maanden met m'n allergeen-vrije dieet in begeef, dan is het zo raar nog niet. Kokospasta is dan een ingrediënt wat je kunt inzetten in veel verschillende recepten, als gezond alternatief. Het is niet hetzelfde als kokosolie want in de pasta zitten ook alle kokosvezels nog. Wel is het licht zoet, bomvol gezonde stoffen en vetten, en werkelijk stúkken goedkoper als je het zelf maakt dan als je het zou moeten kopen. Bovendien, niet moeilijk om te maken.. al heb je wel een keukenmachine nodig.... en kokos uiteraard.

Of kokos-rasp eigenlijk. Het bekende gedroogde spul wat je in elke supermarkt kunt kopen. Maar om zeker te zijn dat het puur geproduceerd is koop ik de biologische variant. (Verse kokos is trouwens niet geschikt.)

Hou het alleen niet bij één zakje. Het maken van een pasta is alleen te doen als je ook wat massa in je machine hebt zitten. 600 gram bijvoorbeeld, zoals ik hier heb gedaan. Gebruik een S-blad voor het draaien.

Nu heeft mijn machine een redelijk sterke motor. Toch zet ik 'm niet op de hoogste stand. Net als met auto's die een berg op rijden is het naar mijn gevoel beter om het in een lagere versnelling en wat langzamer te doen. Maar misschien is dat helemaal niet nodig. Toch, ik neem liever het zekere voor het onzekere. De meeste machines zijn niet gemaakt om een lange tijd in hoge stand achter elkaar door te blijven draaien.
Een werktijd is dus ook moeilijk te geven. Echte hele sterke machines kunnen het voluit in een paar minuten. Doe je het een stuk rustiger dan kan het wel 20-30 minuten duren.
Het kan geen kwaad om tussendoor te stoppen en de machine een tijdje te laten afkoelen, mocht je het idee krijgen dat de motor te heet wordt. Op elk moment in het proces heeft het geen invloed in het maken van de pasta.

Tussendoor heb ik steeds een foto gemaakt om te laten zien wat er met de kokos gebeurt. Van fijn en droog naar steeds iets plakkeriger en vetter. Tot het uiteindelijk pasteus en 'vloeibaar' wordt. Het is trouwens slim om af en toe de zijkanten schoon te schrapen met een spatel omdat anders teveel aan de kant blijft plakken.









Zoals je op de laatste foto kunt zien is het redelijk zacht en smeerbaar. Eenmaal in een potje en afgekoeld naar kamertemperatuur zal het weer een stuk opstijven (zoals je op de foto helemaal bovenaan het bericht kunt zien.) Dit is weer omkeerbaar als je het wat opwarmt (au bain marie). Soms is het namelijk fijn als de pasta wat meer smeerbaar is en soms maakt het niet uit.

In principe is dit het. Eén ingrediënt en klaar. Maar afhankelijk van je smaak of gebruik kun je het wat oppimpen als je wil. Een snufje zout doe ik er meestal wel bij, maar als je hieronder verder leest zie je nog meer mogelijkheden.

Waar gebruik je het voor?

  • Je kunt kokospasta zo eten, rechtstreeks uit de pot als een snel lekker hapje. Al moet ik bekennen dat ik het daar zelf net niet zoet genoeg voor vind. Ook als broodbeleg of als smeersel op cake/ koekje/ fruit etc. mag het van mij net wat zoeter zijn. Dat kan makkelijk door tijdens het maken, tegen het eind, wat honing/ maple syrup/ agave siroop e.d. naar smaak toe te voegen. Ook wordt er wel eens kaneelpoeder of vanille extract als smaak bijgedaan, of cacaopoeder. Net wat je zelf lekker vindt.
  • Doordat het mengsel wat opstijft als het afkoelt wordt het ook vaak gebruikt als gezonder glazuur op taartjes of andere baksels zoals muffins of cupcakes. Je kunt het eventueel samen met wat fruit pureren om het zo een sterkere smaak/kleur te geven.
  •  In gebak-baksels zelf kun je het gebruiken als alternatief voor boter. Schijnt.. Dat heb ik zelf nog niet uitgeprobeerd dus hou me ten goede. In ieder geval kun je het wel gebruiken als alternatief voor notenboters (zoals amandelpasta, pindakaas, cashewboter etc.) mocht je een recept noot-vrij willen maken. Het laat zich anders ook vrij makkelijk mengen met notenboters voor allerlei toepassingen.
  • Gemixt door smoothies heen gaat ook heel goed. Het geeft net een lepeltje extra gezonde vetten mee. (En vet helpt bij de opname van de vitamines.)
  • De combinaties met chocolade en banaan zijn bijna klassiek. Allerlei zelfgemaakte toetjes waar dat in gaat kunnen er vaak ook wat kokospasta in kwijt. Maar soms hoef je helemaal niet zo moeilijk te denken.. een stukje donkere chocola (of een schijfje banaan), een toefje kokospasta erop, misschien wat fijngehakte nootjes eroverheen en Hap!
  • Ooit aan zelfgemaakt bounty's gedacht? De gezonde variant? Google maar eens want er zijn veel recepten van, maar extra lekker wordt ie met kokospasta!!
  • Zelf was een van mijn favoriete hapjes altijd een opengesneden dadel, wat monchou erin en daar een cashewnoot in gestoken. Superrrrlekker. Maar zonder koemelk (en dus monchou) gaat het ook perfect als je daar kokospasta voor gebruikt.. Ah, een ontdekking!!!
Nou, er is vast nog veel meer te bedenken. Dus als je ooit in een avontuurlijke keukenbui bent dan is dit een goeie om eens uit te proberen. In het potje blijft het trouwens heel lang goed (hoeft niet eens in de koelkast) dus altijd handig om achter de hand te hebben.

maandag 11 augustus 2014

C: Doe het zelf: Mosterd

Bij ons in huis liggen de smaken niet helemaal op één lijn. Zo is m'n man niet zo'n fan van scherp en pittig. (Schimmelkazen weigert hij pertinent, maar ook geitenkaas is vaak al teveel van het goede. Mierikswortel en pepertjes idem en helaas óók mosterd.) Ik daarentegen hou er wel van op z'n tijd, maar eet het sinds we samenwonen dus veel minder dan daarvoor. Zo gaat dat kennelijk, uit gemak eet je toch de dingen die je alletwee lekker vindt.
Maar daar is inmiddels verandering in gekomen sinds ik de afgelopen maanden met m'n allergeen-vrije dieet zit (glutenvrij, koemelkvrij, sojavrij, eivrij) en dus vaker toch al met aparte pannen voor ieder in de weer ben. Zo zoetjes aan vinden de scherpere smaken hun weg terug in mijn gerechten, allemaal blij!

Vandaag een blogje over de mosterd want dat is zo makkelijk om zelf te maken, en ook leuk want het is net een beetje toveren. Je kunt het zo mild of scherp maken als je zelf wil... als je tenminste wat foefjes kent.

Mosterd-foefjes, wat moet je weten:

  • Mosterd wordt gemaakt met mosterdzaadjes en daar zijn 3 soorten/kleuren van. De gele (of witte) mosterdzaadjes (Sinapsis alba) zijn het mildst. De bruine mosterdzaadjes (Brassica juncea) zijn al wat pittiger en de zwarte mosterdzaadjes (Brassica nigra) zijn het heetst. De keuze welke kleur zaad je neemt bepaalt al voor een groot deel hoe je mosterd gaat uitpakken. Nu moet ik wel zeggen dat zwarte mosterdzaadjes over het algemeen amper gebruikt worden in het mosterd-maken, te scherp. Gele en bruine zaadjes (of het poeder ervan) zijn ook veel makkelijker te koop. (Toko's hebben vaak grotere verpakkingen en zijn relatief goedkoper dan de kleinere zakjes uit de gewone supermarkt.)
  • Feitelijk heb je voor het maken van een heeele simpele mosterd alleen mosterdpoeder en water nodig. Pas als de mosterdzaadjes gekneusd of gemalen worden komen de inwendige werkzame stoffen vrij, en die reageren met het water wat de typische pittige mosterdsmaak teweeg brengt. Koud water triggert deze chemische reactie, hitte tempert het. Dus als je in je recept gebruik maakt van koud water dan wordt de mosterd pittiger dan als je kiest voor warm/heet water. Ook als je klaar bent met alle ingrediënten en het mengsel dan nog even verwarmt, voor het in het potje gaat, wordt de mosterd milder.
  • De chemische reactie tussen het mosterdpoeder en het water is een vluchtige reactie dat niet lang standhoudt. Door een zuur (zoals azijn) aan het mengsel toe te voegen 'stabiliseert' de reactie van dat moment en zal de smaak daarna niet meer verflauwen. Het moment waarop je het zuur toevoegt geeft je dus speling in de scherpte van de mosterd. Je kunt dat meteen tegelijk met het water doen voor een milde variant, of de chemische reactie tussen het mosterdpoeder en het water even de tijd geven om op volle kracht te komen, dat gebeurt meestal na 10-15 minuten.
  • Mosterd is niet meteen op smaak. Er kunnen wel allerlei ingrediënten worden toegevoegd om de mosterd verder 'op smaak' te brengen, maar de kern van de mosterd zelf heeft tijd nodig om te ontwikkelen. Voor de ongeduldigen onder ons minimaal 12 uur, maar een paar dagen is eigenlijk beter voor het dus echt te beoordelen is. In eerste instantie is het te bitter en niet echt lekker. Maak mosterd dus op tijd. Schrijf goed op wat je hebt gedaan want het kan dus wel een paar pogingen duren voor je een echt lekker recept te pakken hebt met al die variabelen.

Mosterd-tips uit eigen ervaring:

Ik wil mezelf niet meteen als de grootste mosterd-expert profileren, maar ik heb er in de loop van de jaren al wel een aantal potjes opzitten. Een paar tips.
  • Een elektrische koffiemolen is heel erg handig als je zelf hele zaadjes wil vermalen. Heb je die niet koop dan liever meteen mosterdpoeder want in een gewone keukenmachine is het haast onmogelijk droge hele zaadjes tot poeder te krijgen. Er is trouwens wel de mogelijkheid om de hele mosterdzaadjes een paar dagen (minimaal twee) in water te weken zodat ze zachter worden en wel makkelijker in een blender zijn te pureren. Je moet dan wel nóg eerder je mosterd voorbereiden eer het eetklaar is uiteraard.
  • Je kunt smeuïge mosterd maken (van alleen het poeder) of grove mosterd (dan zitten er ook hele of licht gekneusde zaadjes tussen.) Zelf vind ik smeuïge of grove mosterd lekkerder als je een mix van gele én bruine zaadjes gebruikt, dat smaakt minder vlak. Voor een smeuïge mosterd maal ik een mix van geel en bruin tot een poeder (meer geel dan bruin) en voor een grove mosterd gebruik ik vaak geel mosterdpoeder met gekneusde bruine zaadjes.
  • Er kunnen allerlei ingrediënten bij om de mosterd karakter te geven. Zelf vindt ik een beetje honing erbij erg lekker, maar het kan haast van alles zijn. Verse of gedroogde kruiden (dille, dragon, rozemarijn, karwij etc.) gesnipperde knoflook of mierikswortel, een sjalotje of uitje, tabasco, worcestershire saus, noem maar op. Zelfs vruchten worden wel eens gebruikt. Ook de azijn die je gebruikt kan verschillen. Vaak wordt witte wijnazijn gebruikt, maar appelciderazijn, rode wijnazijn of azijn geïnfuseerd met kruiden kan ook.
  • In principe is mosterd haast oneindig houdbaar. Maar voor de zekerheid plak ik er zelf wel een uiterste houdbaarheidsdatum op, aangezien het zelfgemaakt is in een gewoon keukentje. Een half tot één jaar is geen probleem. Op het etiket schrijf ik altijd wanneer de mosterd is gemaakt. De maand en het jaartal.
  • In de winkel is mosterd trouwens vaak veel geler van kleur. Dat komt omdat er een klein beetje kurkuma (geelwortel) aan wordt toegevoegd en dit is puur voor optische redenen. Als je zelf wat kurkuma wil toevoegen gebruik dan niet teveel want de smaak gaat al snel overheersen. 

Aan de slag:

Dit is een voorbeeld van een recept zoals ik het wel eens maak. Een grove honing-mosterd, niet te scherp en een beetje zoet. Op internet zijn er natuurlijk allerlei varianten te vinden dus kijk wat je zelf lekker lijkt. Misschien helpen de stappen hieronder je alvast op weg.

In een elektrische koffiemolen maal ik ongeveer 70 gr. geel mosterdzaad tot poeder. (Dat is ongeveer 7 eetlepels). Dat duurt maar een paar seconden trouwens, dat malen.

In een vijzel kneus ik 4 eetlepels bruin mosterdzaad. Dat doe je door zachtjes te drukken en draaien, niet door te stampen want dan vliegen de zaadjes alle kanten op, net vlooien. Het lijkt op bovenstaande foto alsof er ook geel zaad bij zit, maar dat is niet zo. Dat is het binnenste van het bruine zaad.

De gekneusde zaadje gaan bij het poeder in een grotere kom en daar komt ongeveer 100 ml. water bij. Ik gebruik redelijk heet water want wil de mosterd wat milder maken.

Op het moment dat het water erbij gaat en het mengsel goed doorgemixt is, hou ik de tijd in de gaten door een kookwekkertje op max. 15 minuten te zetten. Dit hoeft niet. Als ik de mosterd helemáál mild wil hebben las ik geen wachttijd in maar ga gelijk door met de volgende stap. Persoonlijk vind ik het echter wel makkelijk om tussendoor wat tijd te hebben, om bijvoorbeeld het potje alvast te steriliseren of de volgende stap klaar te zetten.

In een ander kommetje mix ik 3 eetlepels azijn (nu witte wijnazijn geïnfuseerd met vlierbloesem, (zie hier)) met 3 eetlepels honing en 1 theelepel zout. Dat zout werkt als smaakversterker en conserveermiddel. En giet dat erbij als het kwartier voorbij is. (In deze fase kun je eventueel ook extra ingrediënten, zoals kruiden, gaan toevoegen.)

Nog even goed doorroeren zodat alles één geheel wordt..

..en het kan in een gesteriliseerd potje. Klaar ben je! Of nou.. een paar dagen geduld voordat je het dus lekker kunt gaan eten..dat wel.


Het recept op een rijtje:

-70 gr. geel mosterdpoeder
-4 eetl. bruin mosterdzaad (licht gekneusd)
-100 ml. water (koud of warm)
Samen mengen tot een pasta en eventueel 10-15 laten rusten om op volle sterkte te komen
-3 eetl. azijn (opt. rode, witte wijnazijn/ appelciderazijn)
-3 eetl. honing (kun je ook weglaten, minder zoet)
-1 theel. zout
-Optioneel max. 1 theel. kurkuma voor de gele kleur. (Heb ik nu niet gedaan.)


Zelf mosterdzaad kweken?

(Voor de moestuinders onder jullie.) Dat kan! Vooral het gele mosterdzaad wordt verkocht en gebruikt als groenbemester. Het kan redelijk laat (t/m september) gezaaid worden en dat is voor een groenbemester handig want dan hou je geen bruikbare grond bezet tijdens het groeiseizoen..maar niet als je zaad wil, dan zul je echt vroeger (april) moeten zaaien voor zaadoogst in september. (Hou er trouwens rekening mee dat gele mosterd niet opgevolgd kan worden door koolgewassen vanwege gevoeligheid voor knolvoet.) De plant zelf kan niet tegen vorst en vriest bij het minste nachtvorstje al dood.