Posts tonen met het label workshop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label workshop. Alle posts tonen

maandag 14 juli 2014

C: Workshop: Destilleren

Afgelopen weekend heb ik een workshop (stoom)destillatie gevolgd. (Niet verwarren met distilleren trouwens, want dan heb je het over het stoken van alcohol!) Destilleren is een methode om etherische oliën en hydrolaten (bloemenwaters) te maken en aangezien ik veel met etherische oliën werk (bij het zeepmaken, schoonmaken, sfeermaken, etc.) én me inmiddels wel een half kruidenvrouwtje kan noemen, paste dit heel mooi in mijn straatje. Dat wil zeggen, hydrolaten heb ik al wel vaker gemaakt, dat kan vrij eenvoudig thuis in je eigen keukentje,  maar etherische olie....dat is even andere koek.

Vorig jaar had ik mezelf in een hele gulle bui al een destilleerketel cadeau gegeven. Dat wilde ik al zooo lang, maar vanwege de prijs stelde ik het steeds maar uit, afwachtend of daarmee ook de interesse vanzelf zou wegebben. Maar nee, integendeel juist. Dus uiteindelijk kwam dan toch op een mooie winterdag het bestelde pakketje uit Portugal binnen. Een heuse ambachtelijk gemaakte alambiek van 10 liter, handgeslagen koper, prachtig vakmanschap. Alleen... nu de kennis nog om het op een goede manier te gebruiken! (Ik heb 'm zelfs nog niet helemaal in elkaar gezet.)

Voor informatie hoef je eigenlijk niet lang te zoeken. Vrij snel kom je al uit op de blog "In de koperen ketel" van Henk Ploeger. Daar is al heel veel theorie te vinden over stoomdestillatie en het maken van je eigen etherische olie. Maar, nog leuker, hij geeft ook workshops! En dan ook nog zowat om de hoek, in ons eigen Brabant! Dus daar hoefde ik niet lang over na te denken, zo'n kijkje in de keuken van een geoefende destilleerder. Afgelopen weekend was het dan ook eindelijk zover. De workshop "Lavendel (Lavandin) destilleren"!

In de achtertuin van Henk, extra overspannen met zeil vanwege mogelijke regenbuien die gelukkig nooit kwamen, stonden de spullen al klaar. Met 6 andere deelnemers was het naar zijn zeggen de eerste keer dat de mannen in de meerderheid waren. Een mooi divers clubje. Henk had verschillende destilleerapparaten staan, van koper, rvs en glas.. En ik had natuurlijk gehoopt dat we in zijn koperen ketel zouden gaan destilleren, zodat ik daarvan de kunst kon afkijken, maar vanwege gemak en formaat werd het de rvs-ketel. Het principe werkt overigens precies hetzelfde.


  1. De ketel moet een warmtebron hebben. Dat kan (als het formaat van de ketel het toelaat) je fornuis zijn. Of zoals hier via een gasbrander met losse pit buiten. Of, helemaal ambachtelijk, op een kampvuurtje. (Dat laatste geeft wel iets meer regelwerk tussendoor, qua warmteverdeling.)
  2. De grote ketel is het vat waar de plantmaterialen ingaan. Binnenin dit vat zit onderop eerst een laag water (hier 20 liter!) en een stuk daarboven hangt een rooster. Op dat rooster ligt een gaasdoek waar (ruim 3 kilo) gedroogde lavendelbloemen op gestort liggen. Het is heel belangrijk dat het plantmateriaal het water niet raakt maar dat alleen de stoom van dat water in contact komt met de lavendelbloemen. Het uiteindelijke product wordt daar zuiverder van omdat zo plantbestanddelen niet oplossen in het kookwater maar meteen door de stoom daarvan weggevoerd worden om elders te condenseren.
  3. Die hete stoom stijgt dus op en neemt onderweg de bestanddelen van de lavendel mee. Om niets van die stoom te verliezen is de deksel hier afgesloten met aluminiumtape. (Van oudsher werd dat met een roggepapje gedaan.) Eenmaal boven kan de stoom dan alleen maar de kant van de schuine buis op, die richting de koeling leidt.
  4. De ketel waarin gekoeld wordt is gevuld met water waar de buis (waar het stoom inzit) spiraalsgewijs in naar beneden loopt, en die vooraan onderin de ketel naar buiten een afvoer heeft. Het koelwater is overigens niet koud, gek genoeg, maar bovenin redelijk heet, in het midden lauw en beneden koel. Zo kan de stoom geleidelijk koelen en wordt het niet "plakkerig". Rechts van de koelketel zie je onder en boven een kraantje zitten, daarop zit de aan- en afvoer van een tuinslang gekoppeld die eventueel wat koud water van onderaf kan aanvoeren als het koelwater te heet wordt.
  5. Ongeveer 10 cm. van de bodem af zit aan de voorkant de afvoer van de spiraalbuis. Daar druppelt vervolgens het gecondenseerde stoomwater (waar etherische olie in meegenomen zit.) naar buiten waar het wordt opgevangen. Henk gebruikte hier een zogenaamde Florentijnse vaas voor. Een glaswerk dat de etherische olie makkelijker van het gecondenseerde stoomwater kan scheiden (doordat de olie op het water blijft drijven en zo af te gieten is.)
  6. Het vocht wat onder het drijvende olielaagje uit die Florentijnse vaas druppelt (bij de linker foto boven) en in een grote rvs kan wordt opgevangen, is het stoomwater zonder de etherische bestanddelen. Oftewel het pure hydrolaat (of bloemenwater). Als je destilleert kun je dus zowel etherische olie als hydrolaat 'oogsten'. 

Uiteindelijk wordt de vloeistof uit de afgegoten Florentijnse vaas (dus vooral de achtergebleven etherische olie met vaak nog wel een klein beetje hydrolaat) overgegoten in een scheitrechter, die kan ook het laatste beetje hydrolaat-water afvoeren. Van daaruit wordt de etherische olie gefilterd en in flesjes gevuld en afgetapt.

En ziedaar, anderhalf uur later stond daar ons eigen gebrouwen potje  'Lavandin' etherische olie klaar, 10 ml.! Nog een maandje laten narijpen en het is klaar voor gebruik!
De opbrengst voor Henk was trouwens groot. Groter dan hij zelf verwacht had. Dat kwam omdat hij dit keer voor het eerst met gedroogde lavendelbloesem werkte en niet met vers plantmateriaal waar ook altijd wat van stengels en bladeren bijzit, en meer vocht. (Bij lavendel kan dat trouwens, van de gedroogde vorm uitgaan. Dat is niet bij alle planten zo).

Naast het hele proces van lavendelolie maken gaf de workshop ook wat theorie en praktijk over etherische olie en destilleren in het algemeen met zich mee. Zoals informatie over welke planten geschikt zijn, hoe ze hun etherische olie aanmaken, opslaan en afgeven. Wat precies de samenstelling en geur beïnvloedt. Hoe je geur zou kunnen analyseren en omschrijven.
We kregen een hele hoop verschillende soorten lavendelolie te ruiken, om de verscheidenheid te vergelijken en proberen te omschrijven. (Oef, en het rook sowieso al zo lekker naar lavendel intussen. Eigenlijk was het een wonder dat we nog een beetje alert bleven na zoveel rustgevende geurtjes om ons heen!) Er waren daarnaast ook meerdere geursessies over het verschil tussen een complete etherische olie en een enkel geïsoleerd bestanddeel daarvan. Erg interessant om daar je neus eens in te kunnen steken.

Enigszins 'beneveld' weer richting huis. Met een hoofd vol luchtjes.
De volgende dag kregen we nog een flinke syllabus in de mail met een hoop van de theorie daarin beschreven. En de link naar Henk's verslag van deze middag. Klik hier.
Een aanrader dus, zo'n workshop etherische olie destilleren.

Voor degenen die liever eigenhandig aan de slag willen zal ik deze week trouwens nog het doe-het-zelf-verhaal posten over het maken van een  hydrolaat (dus het bloemenwater) in je eigen keuken. Dat is helemaal niet zo ingewikkeld en een leuk handigheidje om eens uit te proberen en daarna te gebruiken. (Een hydrolaat is overigens niet hetzelfde als water waar druppeltjes etherische olie inzitten, zoals je misschien zou denken. De samenstelling is heel anders. Daar zal ik dan ook over schrijven.)
Ik doe het dan trouwens niet met lavendel, want na deze workshop was het helemáál duidelijk, een hydrolaat van lavendel ruikt eigenlijk helemaal niet zo lekker. Niet frissig zoals de etherische olie, maar eerder muffig. Dus in plaats daarvan ga ik m'n muntplanten eens flink toppen voor een munt-hydrolaat. 
Hmmmm, lekker fris....stay tuned!

Update..Voor het zelf maken van hydrolaat: klik hier

vrijdag 17 mei 2013

C: Workshop wilgentenen vlechten

In de meivakantie heb ik Mirjam een keertje verrast met een spontaan zussendagje. Tenminste, ik had haar gebeld om te zeggen dat ze die en die vrijdag om 9 uur 's ochtends naar mij toe moest komen want "dan gingen we iets leuks doen". Makkelijke kleren vereist. Wat we precies zouden doen bleef nog even geheim.
Pas toen we op de bewuste vrijdagochtend ter plaatse bij de voordeur van Mieke Langenhuizen in Veldhoven arriveerden werd het duidelijk, want overal op de oprit stonden al gevlochten of losse wilgentenen. We waren overduidelijk beland bij 't Wilgennest.
De week ervoor was ik bij toeval op Mieke's site terecht gekomen en had haar meteen gebeld met de vraag of het mogelijk was om op de zogenaamde "snuffelmorgen" die gepland stond een piramide/plantensteun van wilgentenen te maken, om m'n zus mee te verrassen, en dat kon.. zodoende. Het leek me zo leuk om samen iets te maken voor onze moestuinen.
We hadden trouwens het geluk dat we de enige twee waren die hadden ingeschreven op de snuffelmorgen en zo kwam het dat we zo goed als privéles kregen.

Allereerst begonnen we met het afknippen van de dikkere (tweejarige) wilgentenen, die het geraamte zouden gaan vormen van onze piramides. Gestoken in een grote speciekuip met zand voor de steun. Met de jongere eenjarige tenen, die een week in het water hadden gelegen voor soepelheid, zouden we gaan vlechten. Beide van het ras Belgisch rood.

Het vlechten zelf is op zich niet zo moeilijk alleen moet je maar net weten hoe je bijvoorbeeld een begin en een eind maakt en hoe je tussendoor overgaat op nieuwe tenen. Mieke kon ons dat allemaal ter plekke uitleggen.

En zoals je ziet gingen we meteen voor de grootst mogelijke optie. Mirjam verrekt haar nek bijna!



En extra gezelligheid op de koop toe met de mooie rooie workshopkater, die al die bewegende wilgentenen wel interessant vond. Of soms van een nabijgelegen schuurdakje de boel goedkeurend in de gaten hield.

Jammer dat het zonnetje niet echt voor langere tijd doorbrak, maar we waren eigenlijk steeds zo druk bezig (met vlechten of kletsen) dat het niet veel uitmaakte. Uiteindelijk kozen we voor een piramide met alleen maar horizontale banden (of kimmen), de spiraal die we in eerste instantie in gedachte hadden pakte minder mooi uit dan we wilden. Mirjam checkt de achterkant nog even. 

 Bijna klaar, puntje nog vastmaken en de losse teentjes bijwerken..









 en tadááááá... dan heb je ook wat!

Wel handig dat ik een open dakje heb in m'n auto (en dat het niet regende) want anders zijn het wel grote gevallen om te moeten vervoeren. Dus ook maar meteen naar zowel mijn als Mirjam's moestuin gereden om onze piramides neer te zetten. Konden we meteen elkaars tuinwerkzaamheden van de afgelopen tijd keuren!

Trouwens, ik vond het zo leuk dat ik meteen een paar dagen erna ook een (nogal rustieke) piramide heb gemaakt voor m'n sperziebonen. Van gewone stokken die ik afgelopen winter al uit het bos gesprokkeld had toen ze daar de hei aan het opschonen waren. Op internet had ik een tutorial gevonden over het samenknopen van een driepoot. Het is handig als je die al kan samenknopen terwijl het nog op de grond ligt, vooral als het een hoge is anders kun je er haast niet meer bij of kiepert er om de haverklap een stok om.

Thuis ook meteen de zaadjes voor de klimmende Oost-Indische kers in de week gelegd zodat ze zo snel mogelijk tegen de wilgentenen piramide aangeplant kunnen worden. De Oost-Indische kers is een goede lokker voor insecten die ik bij de pompoenen en courgettes plaats, want daar is een hoop de bestuiven.
Als het nou ook nog eens zou ophouden met regenen de hele dag dan zou ik weer even naar de moestuin gaan om alles te bewonderen!




vrijdag 11 januari 2013

C: Moestuin deel 2: in weer en wind

Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 2:

In weer en wind

Voordat ik zover ben dat ik mijn pas ontgonnen stukje moestuin ga inrichten, ben ik eerst eens goed gaan kijken naar de ligging ervan en naar de nabije omgeving. Veel van het succes van een goede moestuinoogst zit 'm namelijk in het gegeven in hoeverre weer en wind toegang hebben tot je tuin. Dat kan in je voor -of nadeel werken. Door daar nu al rekening mee te houden en op in te spelen kun je proberen een zo'n optimaal mogelijke situatie te creëren.
Het meest ideale zou zijn als je helemaal vanaf 0 start en zelf kunt bepalen waar je je tuin gaat plaatsen zodat je meteen de perfecte ligging kunt uitvoeren. Bij een volkstuinvereniging is die vrijheid er niet helemaal. Je neemt een tuin over en die ligt al zoals die ligt. Maar ook dan zijn er nog wel voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen om er het beste uit te halen.

 Zonlicht

In Nederland is de zon geen vanzelfsprekendheid, onze zomers zijn over het algemeen onberekenbaar en wisselvallig. Vandaar dat we moeten proberen om zoveel mogelijk te profiteren van alle zon die we pakken kunnen. Dat krijg je het best voor elkaar door de zuidkant van je tuin helemaal open te laten, de kant waar de zon 's middags op haar sterkst is, en van daaruit van lagere naar hogere gewassen op te bouwen. (Bijvoorbeeld de bedden eerst en daarna pas struiken en tot slot bomen.) Op die manier hoeft niets onbedoeld in elkaars schaduw te staan. Het is dus niet gek om eens een kompas mee te nemen en goed te kijken waar noord, oost, zuid en west is. Schaduw en zon bepalen voor een groot deel wat je waar kunt verbouwen. Bladgroenten houden wel van een beetje schaduw, maar het merendeel wil toch wel in het zonnetje staan. 
Ik ben best tevreden met de ligging van mijn tuin. Ingang op zuidoost. Geen grote bomen bij m'n (over)buren die zon wegnemen gedurende de loop van de dag. En de geërfde appelbomen staan mooi achterin de tuin. Daar zal het dus niet aan liggen.

Zonnewarmte

Naast het licht is ook de warmte van de zon een factor die het een en ander in de moestuin bepaalt. Want naast openheid voor het licht wil je óók beschutting om de warmte zo lang mogelijk te behouden of zelfs te versterken. Een moestuin die helemaal in het open veld ligt is dus niet zo'n goed idee. Van oudsher plaatste men daarom een haag helemaal om de moestuin heen, maar ook daar heb ik tegenstrijdige berichten over gehoord. Het moet er eerder een beetje tussenin liggen. Bij het kopje "wind" zal ik daar wat verder op ingaan. (temperatuur en wind gaan vaak samen)
Het verhogen van de groentebedden is wel een beproefd middel om de grond plaatselijk wat sneller op te laten warmen, wat de oogst ten goede zal komen. 15-20 cm. is al afdoende.
De meest succesvolle manier om meer warmte in je tuin te krijgen is door het gebruik van een kas. Beschutting achter glas of plastic stelt je in staat om zelfs gewassen te verbouwen die eigenlijk niet in ons klimaat thuishoren. Of om je seizoen aanzienlijk te verlengen omdat je vroeger in het jaar kunt beginnen en langer door kunt gaan. Soms zelfs het hele jaar door! Nu hoeft dat niet meteen te betekenen dat je een enorme kas in je tuin moet plaatsen, zelfs een plastic koepel over een bed kan al voldoende zijn. Net wat je van plan bent, maar al wel goed om eens over na te denken nu alles nog kan.

Wind

Wind lijkt heel negatief te zijn want over het algemeen denk je aan koude wind. Maar wind kan ook warme lucht aanvoeren. Het is dus niet iets wat je moet proberen tegen te houden en dat is meteen ook de voornaamste reden om niet je hele tuin ondoordringbaar te omheinen. De zuidzijde is sowieso een zijde om zoveel mogelijk open te laten vanwege de zon (ook het lage winterzonnetje). Maar vanuit sommige windrichtingen kun je het beter wel temperen. 
In Nederland hebben we gemiddeld een zuidwestenwind. (Dat is niet zozeer een koude wind als wel een vochtige.) Wind wat uit het oosten komt voert 's winters koude lucht aan maar in de zomer juist warme lucht. Wind uit het westen doet dat overwegend andersom. Uitgaande van een moestuin, die van voor-tot najaar actief is, kun je dus het beste een windkering voorzien aan de noordwest kant, de kant waar dan de koudste winden zijn te verwachten. En laat je de zuidoost kant open. 
Volgens de kenners werkt een haag het beste. Of lage struiken. Maar ook gewassen uit de moestuin zelf zijn soms geschikt. Erwten of stokbonen zijn niet zo windgevoelig, aardpeer wordt veel gebruikt als windkering. Of planten als zonnebloem etc. Belangrijk is in ieder geval dat de wind geen vrij spel heeft maar ook niet helemaal wordt tegengehouden. Op die manier blijft de balans het beste. 
Bij ons op het complex is het niet toegestaan om hagen als grensscheiding te planten. En de grote conifeer, die precies op het noordwesten staat, wordt weggehaald. Er moet dus zeker wat in de plaats komen om de koude wind te filteren. Gedeeltelijk wordt dat de vlier, op het achterste stuk, en het huisje van de buren helpt ook wel mee maar dan blijven er nog wel wat gaatjes over die m'n aandacht verdienen.

Regen

Daar hebben we genoeg van. Misschien wel teveel. Nederland staat nou niet bepaald bekend als een droog land. Wat zandgrond betreft hebben we een voordeel op dat punt, dat watert goed af en gemiddeld liggen we wat hoger. Maar ook dan kan het grondwaterspiegel soms behoorlijk stijgen. Ik merkte het deze natte decembermaand al bij het opschonen van de tuin. Langdurige natte grond laat plantenwortels rotten en verdrijft het bodemleven. Ook hier helpt het al om verhoogde bedden te maken. Of tenminste een iets bol gemaakte grond zodat het naar de zijkanten kan afwateren. En in het uiterste geval kun je eventueel nog een greppel graven, maar ik denk eerlijk gezegd niet dat het hier zover hoeft te komen.

In de praktijk

Nu ik bezig ben met m'n teeltplan en de indeling, hou ik rekening met de ligging van de tuin ten opzichte van de zon en wind. Maar dan nog ben ik gedeeltelijk gebonden aan vaste patronen. Ik deel de ingang en het lange pad van de tuin met een buurman. Die kan ik niet verleggen. Verder is de tuin smal en diep. Het meest economisch qua ruimte is om de bedden haaks op het lange pad te leggen, al liggen ze dan niet in de ideale noord-zuid richting. Maar binnen die begrenzingen zie ik nog een hele hoop mogelijkheden. En over het algemeen vind ik dat ik dik tevreden mag zijn met de ligging van de tuin en de omgeving. Uiteindelijk is het toch wat je er zelf van maakt, nietwaar?

(Volgende keer: Het teeltplan.)