dinsdag 6 december 2016

C: Ongediertjes

"Heb je last van ongediertjes?" Vroeg m'n Peruaanse volkstuin-buurman me eens toen ik zag dat er een leger woelmuizen in mijn moestuin was neergestreken dat overal gaten had gegraven. Ik moest meteen lachen. Wat een prachtig woord is dat..."Ongediertjes"... klinkt een heel stuk aaibaarder en vriendelijker dan het gebruikelijke "Ongedierte". Het zette het hele gebeuren meteen in een ander perspectief. Want wanneer is een diertje nou eigenlijk een ongediertje? En wanneer is last overlast? Ik besloot het allemaal nog maar even aan te zien en zo deelden de woelmuizen en ik een heel seizoen samen de moestuin. Overlast is het nooit geworden. Er was wel wat sprake van vraat hier en daar (vooral de knolselderij was favoriet) en soms schrok ik wel eens van een flits in mijn ooghoeken, maar gelukkig hadden ze ook het fatsoen om het seizoen erop uit zichzelf weer te verkassen. Wat natuurlijk niet betekent dat er 's nachts niet sowieso van alles rondkruipt vanuit de buurtuinen en bosjes. Onderdeel van de natuur, denk ik dan maar. Enigszins gesteund door onderstaand boek dat ik ooit kocht.
Maar afgelopen herfst kwam het probleem van ongediertjes wat dichter bij huis. Tijdens de schemer had m'n man een rat zien wegschieten in de kippenren in onze achtertuin. Het was voor het eerst dat er iets in die aard werd gesignaleerd. Ik had wel vaker de uitspraak gehoord "Heb je kippen dan heb je ook muizen" maar zelfs die had ik in de voorbije jaren nooit gezien. Dankzij de katten, meende ik altijd. Maar een rat is misschien toch wel een ander verhaal. Zouden ze daar op hun leeftijd nog achteraan gaan? Mwâh, waarschijnlijk niet misschien. Onze grote jagerpoes Wurre, die ooit met een dode kraai thuiskwam, ligt de laatste jaren steeds vaker binnen bij de verwarming. Niet al te veel meer geplaagd door uitdagingen en bevestigingsdrang.

Het regionale buurtkrantje berichte er de laatste maanden al standaard over, dat er een rattenplaag heerste en dat je verplicht was die in je huis en tuin te bestrijden. Dit kan ik dus niet op z'n beloop laten, vreesde ik. Maar om nou meteen zo'n beestje te vergiftigen? Niemand kan me toch verplichten om een dier dood te maken? Ik doe het dus op de ongediertjes-vriendelijke manier. En ging meteen bij Ko langs. De kippen-opa hier in de buurt.

Ko had namelijk afgelopen zomer eenzelfde probleem gehad bij zíjn kippen, en ook hij wilde geen dodelijke val zetten. Bij wijze van project ging hij toen zijn eigen levend-vangende val bouwen, gemaakt van allerlei gerecycled materiaal uit zijn schuurtje. Een prachtig ding, vond ik. Vol trots had hij laten zien hoe het werkte en mét resultaat. Hij ving er één versufte rat mee, waarschijnlijk al half vergiftigd door zijn buurman. Daarna had hij er geen meer gezien.

Nu mocht ik 'm lenen. Hier en daar werden er nog wat schroefjes gesmeerd en de afstelling aangescherpt en toen kreeg ik 'm voor onbepaalde tijd in bruikleen. Wat pindakaas in het bakje en afwachten maar.


Het duurde drie hele weken maar toen hadden we toch echt beet. 's Ochtends zat er opeens een prachtig bruin ratje in de val. Waarschijnlijk had ie al verwoede pogingen gedaan om het gaas door te bijten want op z'n neusje zat een schaafwondje. Maar verder zag ie er perfect uit, erg levendig ook.

Ik heb 'm meteen naar het bos gereden, een aantal kilometer verderop, ver van de huizen vandaan. Het was een prachtige rustige herfstochtend. "Dit wordt je nieuwe huis, maak er iets van en blijf vooral bij de huizen vandaan. Je volgende val zou zomaar iets minder fortuinlijk kunnen zijn." Sprak ik 'm toe.

Daarna schoof ik het deurtje weg en verdween het ratje met olijke hertensprongetjes het dichtstbijzijnde sprokkelbosje in. Terug naar huis had ik tóch het gevoel dat ik een goede daad had gedaan, zonder m'n burgerplicht te verzaken. Al is vast niet iedereen dat met me eens. Sindsdien ook geen ratjes meer gespot trouwens. Pfew!

maandag 5 december 2016

C: Boomplantdag

Gisteren een boompje geplant. Een tópdag, want op de komst van dit boompje heb ik ruim 4 maanden moeten wachten. In de zomer was ik namelijk plotseling tot het besef gekomen dat onze achtertuin helemáál niet te klein is voor een boompje, zoals ik eigenlijk altijd dacht.

Wij hebben, net als veel Nederlanders, een niet te groot tuintje. Het ligt over de volle breedte van ons rijtjeshuis en dan een meter of, wat zal het zijn...8 diep? Daarachter het schuurtje.
Zelf houden we wel van een gebruikstuin die niet te netjes is en veel elementen heeft. Centraal ligt een grote vijver, daarnaast een flink stuk kippenhok met ren, en aan de andere kant een paar moestuinbakken en verder rondom wat paadjes naar beide schuurdeuren. En een overkapping tegen het huis aan, met terras. Geen gras, wel heel veel pot- hang- en klimplanten.

Bovenstaande foto is nog van vóór de komst van de kippenren, maar het geeft een idee.
Lekker rommelig en dynamisch en daarom leek een boom me altijd onwenselijk. Of nou, we hébben wel een laagstam appelboompje die langs de zuid schutting is geleid, maar die valt niet erg op. En daarnaast een vijgenboom maar die staat voor het grootste deel verstopt achter het kippenhok. Echt een boom in het zicht is er niet.

Tot nu dus, want opeens was ik tot het inzicht gekomen dat het een denkfout was; dat een kleine tuin te krap wordt door een boom. In elke tuin past namelijk wel een boom, want bomen heb je in allerlei soorten en maten, dûh Chantal! Het hoeft niet meteen een massieve eik te zijn! Dus ik ging eens op onderzoek uit. Op internet bestaan hele lijsten met bomen specifiek voor kleine tuinen. Want waarom niet eigenlijk? Een boom is zo'n aanwinst. En als je even goed nadenkt over wat je wil en waar je 'm het beste plant dan hoort ie er echt bij. Fijn voor de vogels, fijn tegen de inkijk, fijn voor wat schaduw. Er wordt al zoveel gekapt en gerooid dat een boom planten de perfecte tegenactie is. Iedereen zou in z'n leven een keer een eigen boom moeten planten, juist in z'n eigen achtertuin!

In willekeurige volgorde leek het me fijn als mijn toekomstige boompje, naast z'n formaat, voldeed aan één (of meer) van de volgende criteria:
-prachtige bloesem in het voorjaar.
-mooi of bijzonder blad.
-prachtige verkleuring van de bladeren in de herfst.
-mooie groei qua takken voor het silhouet in de winter.
-lekker ruikend.
-vruchtdragend (in de zin van eetbaar.)

Vooral toen ik erachter kwam dat je ook bomen, geënt op een onderstam kon kiezen was de beslissing snel genomen. Dat is ideaal voor een kleinere tuin. Een lange smalle stam neemt namelijk zowel optisch als praktisch niet veel ruimte in. Dan hoeft ie ook niet mídden in de tuin te staan.
Tegen het schuurtje zou dan perfect zijn. Dan hebben de buren er geen last van qua schaduw maar geeft het de tuin wel wat meer privacy op inkijk van de verder gelegen achterburen.

En dit werd 'm. Een mispel. Ik heb eerst nog even zitten twijfelen over een krentenboompje op stam, vanwege de bijzondere verkleuring in de herfst én de krenten, maar wilde liever toch iets (veel) stoerders. Toen stuitte ik op de mispel. Jeetje, zie je die ooit nog? Ik kan me er van heel vroeger ééntje herinneren, toen onze schoolmeester ons mee op biologieles nam naar buiten. Daar stond een soort struikvorm naast het schoolpleintje. Het is zo'n mysterieuze boom, grillig, ouderwets. Het ademt naar oude boerenerfjes en vergeten tijden. Daarmee scoorde het voor mij meteen al 10 punten! Maar daarnaast tikte het ook nog 4 punten van m'n criteria-lijstje aan. Afgezien van het feit dat het reukloos is en niet hele bijzondere bladeren heeft krijgt het wel bloesem, verkleurt het in de herfst, geeft prachtige silhouetten in het najaar, vooral als de vruchten er nog aan hangen, want ja.... een mispel geeft óók nog vrucht. Nooit mispel gegeten en naar ik hoor zijn de meningen verdeeld, maar de mythe die daar weer omheen hangt vind ik al geweldig. De keus was bepaald. Het werd een mispel! Zonder twijfel!

Afgelopen week kwam ie eindelijk binnen bij ons tuincentrum, het was even een zoektocht geweest om er een op de juiste stamhoogte te vinden van de soort 'Westerveld" (want die geeft iets grotere vruchten.) en mét kluit. Maar dat had me aan de andere kant ruim de tijd gegeven om de grond alvast voor te bereiden. In de nazomer had ik op de bewuste plek de grond een kuub diep al helemaal losgemaakt en verrijkt met koemestkorrels en kalk. Zodat ze in een gespreid bedje kon gaan aarden.

En gister was dan de dag van de grote verhuizing. Eerst uitgraven, dan vervoeren en net voor de schemer stond ie erin. Onze nieuwe aanwinst, prachtig in het zicht. De stam steekt net een stukje boven de dakgoot van het schuurtje uit. De takken zitten hoog genoeg om er onderdoor te lopen. Ze staat perfect.

Nu nog een beetje kaal en ielig met de blote takjes. Maar ik kan niet laten elke keer even naar buiten te kijken en me voor te stellen hoe het komende jaar de tuin mede bepaald gaat worden door onze mooie nieuwe mispel. Ze staat er nu dan toch echt in al haar glorie en op een of andere manier maakt het de tuin méér tuin...maar dat krijg ik op foto helaas niet gevangen.
De berichten over de smaak van de mispel zullen voorlopig nog wel een poos op zich laten wachten. Eind oktober/november is de tijd van de vruchten, dat is net achter de rug. Maar als er mensen zijn met ervaring of een eigen mispel dan hoor ik het graag!

vrijdag 21 oktober 2016

C: Bospaddenstoelen


Twee weken geleden ging ik met Sjannie (M'n 'bosvriendin'-vanwege onze lange boswandelingen met de hondjes.) spontaan op een vrije zondagmiddag naar een IVN-paddenstoelenwandeling. Gewoon om eens mee te maken. Hoewel het toen allang officieel herfst was, was er in de voorafgaande maanden echter nauwelijks iets van regen gevallen en alles dus gortdroog. Frans, onze excursieleider, waarschuwde al dat er minder te zien zou zijn dan andere jaren maar niettemin hebben we in anderhalf uur toch redelijk wat verschillende paddenstoelen gezien. Meer dan ik uit m'n hoofd wist maar eerlijk gezegd heb ik me er eerder nooit echt heel erg in verdiept. Mijn paddenstoelenkennis is redelijk basaal.
Toch, in de dagen erna liepen we tijdens onze hondenwandelingen wijsneuzerig door ons eigen bos. "Kijk, daar heb je weer zo'n aardappelbovist." "En is dat een elfenbankje? De gewone of de ruige?" "Waar blijven die vliegenzwammen toch? Het is geen herfst zonder vliegenzwammen hoor!" "Gele rusulla's genoeg, dat wel!"
Stiekem hield ik m'n ogen ook open voor de boleten, ook al had Frans aangegeven dat daarvoor het seizoen al een beetje voorbij was en door de droogte haast niet te zien waren geweest. Onder de boleten vallen namelijk een aantal eetbare paddenstoelen, zoals de kastanjeboleet waar Ko (de kippen-opa) dol van is. Maar ook het bekendere eekhoorntjesbrood. Ik geloof niet dat ik dat ooit gegeten heb.

Als het gaat over het wildplukken van paddenstoelen heb ik namelijk de instelling van de gemiddelde Nederlander.. Niet aan beginnen, je weet maar nooit. Wij zijn daar niet in thuis dus laten we nou maar geen onnodige risico's lopen. Maar Frans verzekerde me dat de boleten redelijk goed te determineren zijn vanwege hun sponzige onderkanten. Het is daardoor een makkelijke paddenstoel en hoewel er ook giftige varianten van zijn, zijn die goed te onderscheiden. Thuis ging ik er gelijk meer over lezen. Als ik ze niet dit jaar vind, dan toch hopelijk volgend jaar wel.

Zo gingen de dagen voorbij. En met die dagen kwam ook de regen. En met die regen een steeds grotere kans op paddenstoelen, die soms inderdaad letterlijk als paddenstoelen uit de grond kunnen schieten.
Vanmorgen liep ik me tijdens het honden-uitlaten net af te vragen of het er nog in ging zitten met die boleten voor dit jaar toen ik plotseling op een groepje stuitte. Megagroot ook nog! Zomaar opeens aan de rand van het pad wat ik bijna dagelijks loop. Twee waren al omgestoten zodat ik ook echt goed de onderkant van de hoed kon bekijken. Ontegenzeggelijk boleten. Wist niet hoe snel ik weer naar huis moest om daar een scherp mesje en een paddenstoelengids op te halen. Want eenmaal oog in oog met zo'n ding wist ik niet meer precies de onderscheiding tussen de smakelijke eetbare boleet en de niet-giftige maar zeer onsmakelijke bittere boleet. Ik wilde niet iets afsnijden voor ik dat zeker wist.

Had ook gauw Sjannie opgetrommeld. Samen naar de bewuste plek gelopen en op onze knieën voor de paddenstoelen gaan zitten. Even grondig overleggen en vergelijken. Ik had gelezen dat in geval van twijfel tussen deze twee boleten een likje over de hoed al gauw meer duidelijkheid kon geven... en dat hebben we voor de zekerheid ook gedaan. Haha, het was maar goed dat er niemand langsliep want dat zou alleen maar rare gedachten opleveren of een plaatselijke reputatie als paddo-likkers. We durfden het voornamelijk omdat we eigenlijk wel overtuigd waren dat het niet om de bittere boleet ging.

Vooral omdat de sponzige onderkant voornamelijk geel-groenig is en niet roze-achtig. Verder is de ader-structuur op de steel minder donker. Dus ja, ik heb ze mee naar huis genomen. Mijn eerste eekhoorntjesbrood! Het is trouwens belangrijk om de paddenstoel af te snijden en niet uit te trekken, dan beschadig je de onderliggende dradenstructuur niet en komt ie volgend jaar weer gewoon terug. En verder kies je alleen de stevige exemplaren. Als de hoed sponzig voelt en meegeeft als je zachtjes in de hoed knijpt is ie eigenlijk niet meer te gebruiken en kun je 'm beter laten staan. Hoe verboden het verder is weet ik niet zo zeker. Eigenlijk mag je helemaal niets uit het gemeentelijke bos meenemen, en toch wordt er veel gedoogd. Tamme kastanjes, dennenappels, een mooie tak.. zolang je geen commerciële doelen hebt en alleen voor klein persoonlijk gebruik plukt of raapt maak ik me niet zo'n zorgen.

Thuis sneed ik de twee boleten in dikke plakjes, je ziet dan mooi de sponzige structuur en het hele huis rook meteen naar herfst. Mijn man, bioloog van opleiding, wierp er ook nog een kritische blik op en zei toen: "Ja.. dit durf ik wel te eten."

Twee derde van beide boletenplakjes gingen meteen in de dehydrator, om te drogen voor toekomstig gebruik.

En van de rest bakte ik een eekhoorntjesbrood-omelet. Met sjalot, knoflook en peterselie uit eigen moestuin. Helaas wel met gekochte biologische eitjes want beide kippetjes zijn hier in de rui en met leg-vakantie. Wel lekker hoor! De smaak is wat subtieler dan ik verwacht had maar nog steeds goed te proeven. En het gaf zoveel voldoening om zo vers en lokaal je maaltje bij elkaar te scharrelen. De herfst is voor mij nu helemaal begonnen!

woensdag 13 juli 2016

C: Doe het zelf: Knoflook roken, deel 3


Deel 1: De oogst (link)
Deel 2: De voorbereidingen en benodigdheden (link)
Deel 3: Het rookproces

Het rookproces:

Na alle voorbereidingen is het nu zover dat de rookkast in gebruik genomen gaat worden. Voor de duidelijkheid (voor degenen die de eerste delen niet gelezen hebben) het gaat hier om koud roken met behulp van een 'cold smoke generator' en rookmot-fijn zaagsel in een zelfgebouwde tijdelijke rookkast van karton. Op zich is de combinatie van iets smeulends en karton natuurlijk niet verstandig en hoewel deze manier van koud roken relatief ongevaarlijk is hou ik toch een paar voorzorgsmaatregelen qua veiligheid bij de hand. Allereerst ligt de tuinslang binnen handbereik voor het geval er onverhoopt iets mis gaat en ben ik de hele dag in de buurt om een oogje in het zeil te houden.

 

Ook staat het metalen bakje met daarin het rookmot niet op de kartonnen bodem zelf, uiteraard. Dat zou wel heel dom zijn. Een stoeptegel zorgt voor een veiliger ondergrond. Het zorgt meteen ook voor een verankering zodat de doos niet door de wind meegenomen kan worden. Ook niet onbelangrijk!


Om het bakje via de onderkant ook nog wat lucht te geven heb ik vier hoekprofieltjes op de stoeptegel gelegd zodat er daar wat ruimte ontstaat. Dat lijkt me voor het smeulen wel bevorderlijker. Beneden in het karton, zo ongeveer op de hoogte van het bakje is nog een vingerdik gat gemaakt voor luchttoevoer ter plekke.


Evenals drie kleinere gaatjes aan de overliggende zijde aan de bovenkant. Dit moet voor de trek zorgen zodat de rook overal komt. De rest van alle kieren en spleten wordt later nog afgeplakt met cellotape.

Als rookmot heb ik een combinatie van appel, kers, populier en eik gebruikt, die zaten bij elkaar in het aktiepakket dus waarom dan ook niet allemaal gebruiken? Aansteken deed ik (buiten de doos!) met een klein gasbrandertje. Dan is het vrijwel meteen aan. (Zet de gasbrander dan wel heel laag anders waait alle zaagsel weg.) Nou komt er hierbij niet ontzettend veel rook vrij, dus geen dikke wolken en een hoop uche uche.  Ik heb op foto's wel gezien dat ze zo'n bakje zaagsel aan beide uiteinden aanstaken zodat het gelijkmatig naar elkaar toe afsmeult. Dan heb je meer rook, en het gaat sneller. Maar ik vraag me af of meer ook altijd beter is. Bepaalt de dikte van de rook de smaak, of het aantal uren dat iets in de rook staat. Wie het weet mag het zeggen. Ik ging gevoelsmatig voor de langzame optie en stak maar aan één kant aan.


Na zo'n 6 uur heb ik de afgeplakte doos weer eens open gemaakt om het schoteltje zout wat voor de gelegenheid ook meeging eens door te roeren. Je ziet dat de rook echt wel aanwezig is en al een bruinige aanslag achterlaat.

Het zaagsel was toen pas voor 2/5 opgebrand. Dat zou betekenen dat dit bakje, met deze hoeveelheid vulling, ongeveer 15 uur aan een stuk kan roken. Wow! Grappig om te zien trouwens dat het inderdaad mooi de rijen volgt, en het bakje voelde opmerkelijk genoeg ook helemaal niet zo warm.

De sensor die ik er in had hangen gaf aan dat het niet warmer werd dan 37 graden. En dat was rond de tijd dat de zon vol op het afdak scheen waar de rookkast (voor het geval het zou gaan regenen, je weet maar nooit) onder stond. Goed teken.

Heb de rookkast helemaal uit laten roken tot de volgende ochtend. Toen weer opengemaakt. Het grappige van die rookaanslag, die zat alleen op de bovenkant van de knofloken, niet aan de onderkant. En die aanslag proeft een klein beetje bitter.

Hier gaan ze daarom nóg een keertje de rookkast in (met een nieuw schoteltje zout erbij) en ditmaal een keertje omgedraaid.

Links het gerookte zout en rechts de nieuwe verse lading. Je ziet duidelijk kleurverschil.

Hoe lang je knoflook trouwens moet roken, daar heb ik nooit 'n eenduidig antwoord op kunnen vinden. Het gaat van minimaal 3-5 uur, tot maximaal zelfs een wéék bij de profs in Frankrijk! Ik vermoed dat het afhankelijk is van de sterkte rooksmaak die je wil. Ik heb zelf eigenlijk alleen maar één referentie, en dat is de gerookte knoflook die ik normaal altijd kocht op de jaarlijkse tuinbeurs (bloem & tuin, in Nuenen.)

Kijk maar naar een illustratie uit 2012. (Toen was ons kleinste hondje trouwens nog een puppy en ging mee in de rugzak, schattig hè?) Die knofloken op de markt zagen er altijd veel donkerder uit, dus ik vermoed dat ze dan ook meer en langer rook hebben gehad. Misschien ook wel een week? Dat wordt me iets te gortig, maar een extra ronde of twee kan er zeker nog wel vanaf.


Laatste tips:

Ik ben uiteraard zelf nog geen doorgerookte kenner op dit gebied, maar toch een paar tips.

-Ga je knoflook koud roken, verwijder dan een paar van de buitenste hele velletjes zodat de rook goed bij de teentjes kan. Bij mijn knofloken was het dit jaar niet nodig, zoals je in het eerste deel hebt kunnen lezen. Het is zonde om al die moeite te doen voor gerookte knoflookschil, ipv de teentjes, toch?

-De rookkast gaf niet echt heel erg geuroverlast (zoals soms bij een BBQ) maar toch krijg je wel een rookluchtje hangen, doe het niet binnen. Sowieso voor de veiligheid al niet. 

-Rook je iets anders, zoals kaas en boter wat na het roken weer terug in de koelkast gaat, wikkel het dan goed in plastic. Voor je het weet ruikt heel je koelkast naar rook.

-Eet niet meteen je gerookte waar op. De rooksmaak moet nog zeker een week ontwikkelen. Eet je het toch te snel dan proeft het voornamelijk bitter en vies (zo heb ik gehoord.) Pas na een tijdje komt kennelijk de lekkere rooksmaak pas. Geduld geduld!

zondag 10 juli 2016

C: Doe het zelf: Knoflook roken, deel 2

Deel 1: De oogst (link)
Deel 2: De voorbereidingen en benodigdheden
Deel 3: Het rookproces (link)

De voorbereidingen en benodigdheden:

Voor ik ga vertellen wat je allemaal aan voorbereidingen hebt is het wellicht slimmer om eerst te vertellen dat er twee methodes van roken zijn, namelijk warm roken en koud roken. Het grote verschil tussen die twee is eigenlijk alleen de temperatuur. 

Bij warm roken gaat het erom een rooksmaak aan je (vaak vlees of vis) toe te voegen terwijl je het ook meteen gaart. 

Koud roken gaat alleen om het toevoegen van de rooksmaak, de temperatuur moet laag blijven zodat er niets gaart maar alles vers/ongesmolten blijft. In dit geval ga ik dat met de knofoken doen, maar je kunt zo ook zalm, zout, olijven, hardgekookte eieren, rijst, boter, kaas, zelfs chocolade koud roken. Het geeft het allemaal net wat meer 'oempf', qua smaak. Iets extra's, iets speciaals.

De koude rookkast hoeft er dan ook niet per se heel ingewikkeld uit te zien. Feitelijk is het een doosvorm met genoeg ruimte voor hetgene (staand of hangend) je wil gaan roken. Ze kunnen zelfs van hout zijn want de temperatuur binnen blijft laag (rond de 30 graden C, of in ieder geval onder de 50 graden C.) Soms worden er letterlijk oude kledingkasten voor gebruikt en als je een grote variant wil maken waar in één keer veel in kan dan is dat ook helemaal niet zo'n gek idee. Voorwaarde is wel dat er niet teveel kieren inzitten waardoor de kast rook lekt.

In mijn geval doe ik het in een grote kartonnen doos, want ook dát kan en maakt het allemaal zoveel sneller, makkelijker en goedkoper voor nu.

 

Geen schoonheidsprijs, maar het gaat dan ook vooral om het functionele. Hoewel ik eerlijk gezegd vind ik dat ik wel extra punten krijg voor het maken van een kijkraampje op hoogte (afkomstig van een glazen lijstje). Dat is echt heel handig later. Het is een redelijk dikke doos, alle gaatjes heb ik afgeplakt en er zijn 4 stokken doorheen gestoken waar de rekjes op rusten, waar straks de knofloken op komen te liggen.

 

  
Die rekjes heb ik heel simpel gevouwen van kippengaas dat ik toevallig nog had liggen. BBQ-roosters zouden ook kunnen. Alles zolang de rook er maar goed langs kan en het sterk genoeg is om wat gewicht te dragen.

Wel alles zo goed mogelijk afplakken qua tochtgaatjes. Je wil de rook straks zoveel mogelijk binnenhouden en de luchtgaatjes op de plek waar ze efficiënter zijn.

Waar rook is....

Wat die rook betreft, daar is ook iets meer over te zeggen. Er zijn namelijk twee manieren om die ín de rookkast te krijgen. De ene manier is dat het vuur, of beter gezegd, het smeulend hout, buiten de kast wordt gemaakt maar dat de rook daarvan wordt afgevoerd door een buis/slang van een paar meter zodat de rook kan afkoelen en vervolgens ingevoerd wordt onderin de rookkast.  Als je dat een interessant idee lijkt kun je er op internet diy-exemplaren van vinden als je even googled.
Ik vond dat te omslachtig. In mijn geval wordt de rook ín de rookkast geproduceerd. Ja, ín die kartonnen doos. En dat kan alleen als je rookmot gebruikt. Geen blokjes hout, geen krullen of snippers maar daarentegen heel fijn zaagsel wat niet brandt maar alleen een beetje smeult. Veel makkelijker, maar er is een máár...

Om dat fijne zaagsel langzaam en gelijkmatig te laten smeulen is een zogenaamde 'cold smoke generator' onmisbaar. Over het algemeen is dat een bakje van geperforeerd metaal dat spiraalsgewijs of zigzaggend loopt waar het zaagsel als een soort slang langzaam (uuuren) in kan afsmeulen. Je kunt die dingen online kopen. Maar als je een beetje handig bent met metaal kun je die ook zelf maken. Dat moet je dan wel even doen.

Niet dat ik handig ben met metaal, maar Guus wel, en als vriendendienst heeft hij dat heel lief helemaal gratis voor me geknipt, gevouwen en in elkaar gepopnagelt. Dankjewel Guus, echt heel erg mooi geworden!! (Heb je zelf nou niet zo'n Guus in je bestand zitten en je wil wel iets goedkopers en zelfgemaakts kun je ook eens naar deze link kijken, of deze. Voor het geval je nog een oude keukenzeef hebben liggen. Het schijnt te kunnen.)

Tot slot is daar nog de keuze uit rookmot. Hoewel het technisch gezien mogelijk is om dat ook zelf te maken lijkt me dat nu onbegonnen werk. Het moet namelijk van schoon hout zijn dat 2 jaar heeft liggen drogen. Geen machineolie, geen lijmresten en dan in dit geval ook nog heel fijn zaagsel. Bij het heet roken is het mogelijk om bijvoorbeeld kleine blokjes hout of krullen te gebruiken, dat is nog wel te doen, maar dit niet. Dus daarvoor ben ik online gegaan. Vaak zijn er rond deze tijd trouwens wel aanbiedingen of aktiepakketten als je een paar 'smaken' koopt.
Want elke houtsoort heeft z'n eigen rooksmaak. Afhankelijk of je vlees of vis rookt kun je daar wel informatie over krijgen. Voor knoflook heb ik op buitenlandse sites vooral fruithout (appel/kers) en eik voorbij zien komen. Hickory schijnt iets te bitter te worden. En de rest weet ik verder ook niet.

In het volgende deel komt het feitelijke stoken en gebruik van de rookkast met alle tips en tricks. En het eindresultaat uiteraard. Dat is natuurlijk het leukste gedeelte van het hele proces. Oe.. sssspannend!