Posts tonen met het label zelf kweken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelf kweken. Alle posts tonen

maandag 24 november 2014

C: Zoete aardappel kweken en oogsten

Laatste in de reeks blogposts die een beetje in het teken staan van opgraven. Het is namelijk de periode dat veel van de gewassen die een groot deel van het jaar onder de grond hebben gegroeid eindelijk hun geheimen mogen gaan prijsgeven. Hebben ze het goed gedaan? Vandaag is het de beurt aan de zoete aardappel (of bataat)

Ik wilde het wel eens meemaken dit jaar, het opkweken van een zoete aardappel van een gekochte, biologisch onbespoten exemplaar uit de winkel. (Als je je trouwens afvraagt waarom ik het in m'n blogs steeds heb over onbespoten planten, volg deze schattige link dan maar eens, leuker kan ik het niet zeggen en het gaat nog specifiek over de zoete aardappel ook.)

Het is niet bijster ingewikkeld trouwens. Je snijdt de zoete aardappel door de midden zodat je twee uiteinden hebt, prikt er een paar tandenstokers in en laat 'm zo met z'n snijkant in een klein laagje water hangen. Zo zal ie vanzelf aan de onderkant worteltjes laten groeien en komen er boven ogen uit die uitgroeien op steeltjes.
En zo geschiedde ook. Al gebeurde dat alleen bij één helft van de 2 zoete aardappels (en dus 4 helften) die ik had. De andere gingen rotten.

Zodra zo'n steeltje een paar blaadjes kreeg sneed ik het met een scherp mesje bij de basis af (zonder stukje zoete aardappel erbij, alleen het steeltje) en zette het in een glaasje water zodat het worteltjes kon gaan vormen.

En zodra er een paar worteltjes kwamen van een paar centimeter lang zette ik ze over in een wc-rolletje met aarde.

Alles wel steeds warm in het kasje op de verwarming. Zoete aardappel kan absoluut niet tegen kou.

 De wc-rolletjes gingen uiteindelijk over naar grotere potjes en pas later in het seizoen zette ik ze in de volle grond. Ik had gepland om speciaal hiervoor een koude bak te maken in de moestuin, waar de plantjes lekker warm, vochtig en beschut op zouden kunnen groeien, maar dat kwam er maar steeds niet van. Dus in plaats daarvan kwamen ze maar in m'n eigen achtertuin terecht.

Een iets minder plekje qua warmte, maar ze moesten gewoon de volle grond in. Kon ze natuurlijk niet eeuwig in een potje in de halt zetten.

Voor wat extra warmte zette ik er nog wel een kasje overheen. En nu weet ik zeker dat ik afgelopen zomer nog een keer een foto heb gemaakt van de plantjes, want ze groeiden goed, maar die kan ik met geen mogelijkheid meer terugvinden in m'n bestanden. Wilde laten zien dat het groen redelijk kruipt (of klimt).

Inmiddels zien ze er echter zo uit, geel en afgestorven. Duidelijk op hun eind dus en klaar om ze op te graven. Hoewel zoete aardappel graag wat vocht heeft gedurende het groeiseizoen kun je beter tegen het einde geen water meer geven. Dat schijnt beter te zijn.

Het opgraven van ondergrondse wortels en knollen is altijd het meest spannende deel, al had ik bij deze plantjes niet de hoogste verwachtingen. Tenminste, ik beredeneerde dat ze het in de bak van de achtertuin niet het meest optimaal hadden gestaan.

En inderdaad. Niet de meest imposante oogst. Heb het meteen ook maar opgegeten. Dan heb je tenminste nog voldoening van het feit dat het ontzettend vers is! Haha. Maar het smaakte toch echt wel naar meer hoor! Volgend jaar toch echt die koude bak in de moestuin gaan maken. Die heb ik op een heel zonnig plekje van de tuin gepland en het bouwplan is al helemaal klaar. Als ik ze dan niet zo lang in hun potjes laat staan en lekker wat meer voeding meegeef denk ik dat de oogst een stuk beter zal zijn.
Maar ja, dan moeten we wel nog even voor wachten.

(Eerdere berichten over het opgraven gingen over Gember, Geelwortel en Aardpeer.)

zondag 23 november 2014

C: Aardpeer kweken en oogsten

Derde in de reeks blogposts die een beetje in het teken staan van opgraven. Het is namelijk de periode dat veel van de gewassen die een groot deel van het jaar onder de grond hebben gegroeid eindelijk hun geheimen mogen gaan prijsgeven. Hebben ze het goed gedaan? Vandaag is het de beurt aan de aardpeer. (of topinamboer, of jerusalem artisjok)

opkomende aardperen met een randje knoflook, 2014

Aardperen kweken:

Voor het moment dat de aardperen de grond in gingen moeten we een jaar terug in de tijd. December 2013. Het is dus een gewas wat nogal lang op zich laat wachten. Maar dan heb je ook wat. Ik ben er helemaal weg van, zo lekker en zo makkelijk. Maar er zijn wel een paar dingen waar je een beetje rekening mee moet houden.
Allereerst, het is een woekeraar. Al zijn er soorten die wat minder uitlopen, toch is het slim om ze een beetje binnen de perken te houden, letterlijk. Bijvoorbeeld door ze in een hele grote pot te kweken, of door bamboe-scherm rondom in te graven. Dat laatste heb ik gedaan, zeker 50 cm. de grond in. Het is even wat voorbereidend werk maar het loont wel.
Verder is het een hele sterke plant. Dat klinkt niet echt als een waarschuwing want dat is juist fijn. Geen vorstgevaar, geen ziekten. Maar elk knolletje wat in de grond achterblijft bij het rooien zal zonder uitzondering weer gaan uitgroeien tot plant. Hou daar rekening mee als je eraan begint. Je komt er namelijk niet heel makkelijk weer vanaf. Eén keer een paar knollen kopen (of krijgen) en je hebt de rest van je leven aardperen te eten.
Het enige waar je ze tegen moet beschermen zijn slakken in het voorjaar (vandaar de flessen op bovenstaande foto) en wind in het hoogseizoen. (even aanbinden.)


 En verder is het gewoon maar wachten

 Terwijl de aardperen lekker voor zichzelf zorgen.

En uiteindelijk mooi geel gaan bloeien als kleine zonnebloempjes (waar ze familie van zijn.)

Ik heb werkelijk het hele jaar amper naar ze omgekeken. Behalve in de zomer een draadje gespannen tussen drie stokken zodat ze niet om zouden waaien. En in het najaar de verdorde stengels afgeknipt.

 
En hierboven zie je de oogst van één van de zes planten. Ik heb het bovenop de aarde neergelegd in dezelfde ruimte waaronder ik ze onder de grond vond. Heel compact dus. Goed stevig bij elkaar.
Wat is dat rooien spannend werk trouwens, veel leuker dan welke grabbelton dan ook.

Want het zijn joekels hoor! De reden waarom je ze niet zoveel ziet in de winkels is omdat ze boven de grond niet zo heel lang houdbaar zijn. Denk aan een dag of 4 in de koelkast. Als je ze dus zelf gaat oogsten neem je daarom beter steeds zoveel als je op dat moment nodig hebt. De rest laat je lekker onder de grond zitten waar ze mooi vers blijven. Daar kun je tot maart ongeveer mee doorgaan.

Inkuilen:

Dat opgraven gaat wel wat lastiger als het erg vriest in de winter. Daarom kun je ze ook nu opgraven om daarna in te kuilen. Eigenlijk is dat niet veel meer dan om alle aardperen te rooien en bij elkaar in een kuil te leggen (mag op dezelfde plek zijn) en weer te bedekken met een laag zand. Ze zitten dan minder compact en makkelijker opnieuw te 'oogsten' bij elkaar. Vooral als je het zand ook nog eens bedekt met stro om vorst tegen te gaan.

Aardperen eten:

Verse aardperen voelen stevig aan. Niet gummi-achtig. En als ze zo vers zijn kun je ze ongeschild en zelfs rauw eten. In hele dunne schijfjes door een salade, echt superlekker. Maar meestal snijd ik ze in stukjes en stoom ze voor ongeveer 10-12 minuten in een pannetje, om daarna tot een puree te stampen met wat zout en peper, kokosolie en amandelmelk. De lekkerste stamppotjes krijg je ervan, echte winterkost.

Meer lezen over wat er uit de grond kwam bij de opgravingen? Ook de gember, geelwortel en zoete aardappel kwamen omhoog. Klik op desbetreffende woorden voor de link.

zaterdag 22 november 2014

C: Geelwortel kweken en oogsten

Tweede in de reeks blogposts die een beetje in het teken staan van opgraven. Het is namelijk de periode dat veel van de gewassen die een groot deel van het jaar onder de grond hebben gegroeid eindelijk hun geheimen mogen gaan prijsgeven. Hebben ze het goed gedaan? Vandaag is het de beurt aan de geelwortel (of kurkuma)

Geelwortel kweken:

In veel opzichten lijkt het kweken van geelwortel/kurkuma op dat van het kweken van gember, waarover ik eerder schreef hier. Al ging ik zelf pas veel later in het jaar met de geelwortel van start. Dat kwam omdat ik niet eerder in de winkel onbespoten biologische worteltjes tegenkwam. En degene die ik uiteindelijk begin april kocht, zagen er een beetje verdroogd uit ook. Toch maar proberen. Niet geschoten is altijd mis, nietwaar?
Net als bij de gember gingen ze op hun rug halverwege in wat vochtige aarde. En dan warm (over de 20 graden C.) wegzetten en afwachten.

eind augustus 2014
En zowaar kwamen daar ook groeiknopjes (rhizomen) aan, met omhoog groeiende stengels die zich ontkrulden tot bladeren. (Die wat groter en breder zijn dan bij de gember.) Nadat ze een poosje binnen in een kasje hadden gestaan, gingen ze uiteindelijk naar de grote kas in de moestuin, ergens midden juni. Ook zij kregen net als de gember in het begin een beetje last van zonnebrand, zoals je aan de onderste bruine bladeren nog kunt zien, maar het nieuwe blad kwam er prachtig en gezond uit. De planten groeiden minder hoog op dan de gember, hoewel die natuurlijk wel een voorsprong hadden gehad. En ook hier hield ik de grond wat licht vochtig door ze bij elk bezoek een klein scheutje water te geven. Tot ongeveer een maand voor de oogst, toen stopte ik met water geven.

november 2014
Nu, in november, is het maar eens zover. Tijd om maar eens te kijken wat ze gedaan hebben. Ik heb 4 plantjes en eentje ga ik oogsten. De rest laat ik overwinteren om volgend jaar eerder mee te kunnen starten en hopelijk zo een langer groeiseizoen te hebben met een hogere opbrengst.

  1. Eén plant laat ik gewoon in de kas staan. Wel een beetje afgedekt met noppenfolie voor het geval het erg gaat vriezen, maar ik wil kijken of ze tegen wat vorst/kou kunnen. Hopelijk gaat ze gewoon in rust. Als dat ongestoord in de kas kan is dat natuurlijk het makkelijkste.
  2. De andere twee planten graaf ik op en zet ik over in potten. En daarvan komt er één bij ons in de warme woonkamer te staan. Kijken of die een beetje wakker en groen blijft.
  3. En één op de wat koudere zolder. Die zal dan in rust gaan maar tenminste zonder vorstgevaar.

Vanwege de achterstand aan het begin van het jaar had ik niet echt een grote oogst verwacht. Trok ook niet het grootste plantje eruit om op te offeren. Maar toch nieuwsgierig genoeg.

De groeiwijze is iets anders dan bij de gember. Meer langwerpig en omlaag gericht. Als vingertjes aan een hand bijna. En dus ook niet zo diep. Op de foto zie je het verschil tussen de gewone witte wortels, waarmee de plant voeding opneemt, en de meer oranje wortels die je kunt oogsten.

Gebruik van geelwortel:

Vooral in Indische gerechten wordt kurkuma veel gebruikt. Meestal kennen we het hier gedroogd in poedervorm, maar vers geraspt kun je het ook goed gebruiken in allerlei gerechten en warme dranken. Krijgt alles een mooi warm kleurtje van! Het is een behoorlijk geneeskrachtig plantje vol met goede eigenschappen die vooral ontstekingswerend werken. Niet verkeerd om dus in de tuin te hebben groeien!


Meer lezen over de opgravingen die boven de grond kwamen? Gember, aardpeer en zoete aardappel zijn ook beschreven. Klik op de desbetreffende woorden voor de link.

vrijdag 21 november 2014

C: Gember kweken en oogsten

De komende blogposts staan een beetje in het teken van opgraven. Het is namelijk de periode dat veel van de gewassen die een groot deel van het jaar onder de grond hebben gegroeid eindelijk hun geheimen mogen gaan prijsgeven. Hebben ze het goed gedaan? Vandaag is het de beurt aan de gember. Maar dan laat ik eerst zien hoe ik ze dit jaar opgekweekt heb.

Gember kweken:

Het begon namelijk allemaal al 9 maanden geleden, in februari, toen ik in de winkel een onbespoten biologische gemberwortel kocht. Zo'n grote grillige. Ik brak 'm in kleinere stukken en legde ze plat op de verwarming in een schoteltje met een klein beetje water. (Wat je dus elke dag wel een beetje moet aanvullen want dat verdampt snel.) Binnen een paar weken zag je op sommige plekken langs de rand 'ogen' (rhizomen) ontstaan, nieuwe groeiknoppen.
half maart 2014
Vanaf dat moment legde ik ze in een kasje op de verwarming halverwege in een laagje aarde, wat ik licht vochtig hield. Zie je de groeiknop op bovenstaande foto? Daar begint het. Gember heeft warmte nodig om te kunnen groeien, onder de 20 graden C. doen ze niet veel. 
Ik had trouwens ook stukjes gemberwortel meteen in de licht vochtige aarde gelegd in plaats van eerst in een schoteltje met een klein laagje water, en die kregen ook ogen, alleen wel iets later. Dus, als je de boel wat wil laten opschieten...

begin mei 2014
En zo bleven ze lekker warm en licht vochtig staan, terwijl ze gestaag doorgroeiden. Tot de sprieterige stengels zo hoog waren dat ze het dak van het kleine kasje raakten. Cous (m'n lieve assistente) houdt alles nauwlettend in de gaten vanaf de vensterbank.
Tegen eind mei heb ik ze in de grote kas van de moestuin gezet, in de volle grond. Tussen de aubergines en paprika's in. Ze kregen in het begin trouwens wel even last van zonnebrand. Ik had de planten beter eerst wat kunnen laten wennen aan meer zonlicht, hoewel ze zich snel goed herstelden. Gember houdt van zon en warmte, maar kan ook goed een beetje beschut staan. (Vooral bij het uitschieten in de beginfase hebben ze liever wat beschutting dus als ze daarna naar een meer zonnige plek gaan is dat wel even wennen.)

eind augustus 2014
In de kas bleven ze lekker doorgroeien. De zomer was ook lekker warm en lang! Ik hield de aarde wel steeds licht vochtig voor ze. Bij elk bezoek aan de kas (niet elke dag) ging er een klein scheutje water bij. Heel soms ook een beetje gier, maar niet te veel en vaak.

dezelfde plant, half november 2014
En vanaf begin oktober stopte ik geleidelijk met water geven. Hoewel we nog lang een warme na-zomer hielden werd het voor de gember toch wel kouder en had ik niet het idee dat ie nog veel zou groeien. Als ie dan te nat staat krijg je schimmelgevaar.

Tijd voor een plannetje, in totaal heb ik 4 gemberplanten staan en slechts één wilde ik gaan oogsten. De andere drie probeer ik op 3 verschillende manieren te overwinteren om zo volgend jaar met grotere planten te kunnen starten en dus ook grotere wortels te kunnen oogsten. 
  1. Eén plant laat ik gewoon in de kas staan. Wel een beetje afgedekt voor het geval het erg gaat vriezen, maar ik wil kijken of dat echt gaat. Het schijnt dat gember, of in ieder geval sommige rassen, best wat kou/vorst kunnen verdragen. Ze gaan gewoon in rust. Maar als dat ongestoord in de kas kan is dat natuurlijk het makkelijkste.
  2. De andere twee planten graaf ik op en zet ik over in potten. En daarvan komt er één bij ons in de warme woonkamer te staan. Kijken of die een beetje wakker en groen blijft.
  3. en één op de wat koudere zolder. Die zal ook in rust gaan maar tenminste zonder vorstgevaar.



Maar deze ging dus z'n geheimen prijsgeven. Wat zou er onder de grond zitten? Je ziet trouwens de wat bruinige (oorspronkelijke) wortel duidelijk zitten. Die is door de groeikracht van nieuwe wortels omhoog gedrukt. Maar hoeveel die onder de grond gegroeid zijn?... daar kom je maar op één manier achter.
Oh, en zien jullie dat ie bezig was een bloem te ontwikkelen? Helemaal links. Wellicht gaat dat volgend jaar wel lukken bij de overwinterde planten, maar deze heeft er te weinig tijd voor gekregen.

Voorzichtig opgraven en omhoog trekken. Dat gaat makkelijk. En dan is het geduldig peuteren om de aarde erlangs los te krijgen. De nieuwe wortels zaten als een kluwen in elkaar. Ik heb ze maar in kleinere behapbare stukjes gebroken en afgewassen.

 Tadáááá, de eigen gember-oogst!! O, wat zijn ze mooi! Geel met roze en fris groen! De onderste twee bruine worteltjes zijn de oorspronkelijke 'moeders' en die voelen nog stevig en vers aan. Die kun je gewoon nog eten, waardoor je eigenlijk je investering weer 100 % terugkrijgt, met prachtge winst ook nog.
Die mooie kleuren blijven trouwens niet hoor. Een paar dagen op de verwarming en ook de nieuwe worteltjes beginnen met een bruinig velletje op te drogen. Zoals het hoort!

Gember gebruiken:

Wij gebruiken gember vooral in de sapjes en smoothies geblenderd. Of een beetje geraspt in de thee of soep. Het heeft zo'n verwarmende smaak. Als je ervan houdt is het verslavend lekker. En wij houden ervan!!

Wim, moestuin-icoon uit het mooie België, weet er trouwens ook wel raad mee. Zie dit leuke filmpje maar eens! Dan voelt het meteen weer als hoogzomer!

Wat er nog meer onder de grond kwam kun je hier lezen:
Geelwortel, aardpeer en zoete aardappel,

dinsdag 16 september 2014

C: Smeerwortel

Mijn moestuin komt steeds iets meer in de buurt van het oorspronkelijke plan wat ik ervoor had. En nu het voorste stuk aan de rechterkant bijna klaar is (met een hügelbed en een natuurlijk hekje) kan ik eindelijk ook beginnen aan de vaste beplanting wat ik voor dat stuk gereserveerd had. En wel met smeerwortel (Symphytum officinale). Het is eigenlijk een plant die in geen enkele natuurlijke moestuin mag ontbreken want het is zo ontzettend waardevol en veelzijdig. Niet alleen voor je tuin zelf (in de vorm van voeding, compostering, mulching, bijenplant), maar ook voor jezelf. Smeerwortel kun je heel goed verwerken in crèmes, zalven en kompressen want het helpt bij allerlei huidproblemen. En het is een hele sterke plant ook nog.
Ik zal hier beschrijven hoe je de smeerwortel makkelijk kunt stekken, waar je op moet letten bij het uitplanten en hoe je het kunt gebruiken om je tuin te voeden. Maar ook hoe je er een geïnfuseerde olie van kunt maken om verder te verwerken in huidproducten.

Het stekken van Smeerwortel:


Ik heb al jaren een smeerwortelplant in m'n voortuin staan, ooit gestekt van een volwassen plant die ik aan de slootkant vond. Het bloeit met roomwitte bloemetjes. Maar vorig jaar zag ik er in het dorp van m'n ouders een aantal staan die heel mooi diep paars waren. Vind ik persoonlijk veel mooier, dus die wilde ik graag voor m'n moestuin hebben. (Mocht je ze zelf ook uit het wild gaan halen, je vind smeerwortel vaak aan slootkanten of op vochtige stukken, in Nederland komen ze heel algemeen voor. Ze bloeien overigens ook in het roze.)



Ben teruggegaan met een schep en heb geprobeerd om de plant met een flink stuk wortels op te graven. Je krijgt nooit alle wortels eruit want smeerwortelplanten wortelen heel diep en ze breken gauw. (Je hoeft dan ook niet bang te zijn dat je de moederplant daar ter plekke uitroeit want die zal zonder problemen weer terug uitgroeien.)

Snij de wortels vervolgens in kleinere stukjes van een paar centimeter en bedek ze met wat aarde. Ik heb de ervaring dat het verder niet zoveel uitmaakt wat je doet. Verticaal of horizontaal in de grond, wat dieper of oppervlakkiger, stekgrond of bemeste grond. Wel zorgen dat de grond niet al te erg uitdroogt maar licht vochtig blijft.


En dan zullen de stukjes wortel vanzelf gaan uitlopen met wat groen. Op dat moment kun je ze gaan overzetten naar hun vaste plek.


Hoewel ze bij mij een ruim jaar in redelijk armoedige omstandigheden in een potje hebben gestaan. Soms helemaal uitgedroogd, weinig ruimte, weinig voeding. Een behoorlijk triest gezicht eigenlijk.


Maar doodgaan? Ho maar...zoals je ziet hebben ze zich inmiddels uitstekend hersteld. Het zijn echt hele sterke planten. Ik wilde ze per se helemaal aan de voorkant van de tuin want dat is buiten het seizoen het natste punt. En daar houden ze wel van.

Eigenschappen en toepassingen van Smeerwortel in de tuin:

De smeerwortelplant heeft een aantal voordelen. Een van de eigenschappen zijn de lange penwortels die de plant aanmaakt. Daardoor is het in staat om voedingsstoffen van veel dieper uit de grond omhoog te halen. Voedingsstoffen waar andere planten niet goed bij kunnen. Ik weet niet of het een officiële term is maar ik heb wel eens horen zeggen dat het vanwege die eigenschappen een 'mijnplant' wordt genoemd. Smeerwortel is daardoor zeer hoog in proteïne, mineralen en sporenelementen (vooral kalium en fosfor)
Die voedingsstoffen worden vervolgens opgeslagen in de bladeren en die kun je dus op hun beurt oogsten om andere planten mee te voeden.
Je kunt dat op verschillende manieren doen:
  • Het maken van gier. Dat doe je op dezelfde manier als dat je ook brandnetelgier maakt. Namelijk door de bladeren een paar weken in water te laten rotten, daarna te zeven en te verdunnen (1:10) met gietwater. Gier is makkelijk en snel opneembaar voor planten dus het is altijd slim om er een voorraadje van te hebben staan zodat je meteen kunt bijvoeden als je ziet dat je planten dat nodig hebben.
  • Het verwerken in de composthoop. Als je een eigen composthoop of silo hebt dan is het de moeite waard om daar ook wat smeerwortelbladeren aan toe te voegen. Die verrijken met hun voedingsstoffen niet alleen de composthoop, ze zorgen er ook nog eens voor dat de compostering sneller verloopt.
  • Het blad als mulch. Je kunt de bladeren in hun geheel onder een plant leggen (bijvoorbeeld onder tomaten). Daardoor zal de grond minder snel uitdrogen en onkruid minder snel opkomen, en als het blad wegrot komen de voedingsstoffen vrij voor de grond. 
Een ander voordeel is dat de plant zo sterk is dat je wel drie keer in het jaar de bladeren kunt oogsten. In het najaar sterven de bladeren af maar de plant is verder winterhard dus in het voorjaar komt ie weer gewoon omhoog.

Elk voordeel heb z'n nadeel:

Toch een woord van waarschuwing, want in deze voordelen zit ook een nadeel. Namelijk dat de plant moeilijk weg te krijgen is als het op een plek staat waar je hem niet wil. Elk stukje wortel wat achterblijft in de grond zal namelijk weer opnieuw uitgroeien tot plant.. en aangezien die wortels zo diep gaan...
Denk dus goed na over de plek waar je hem hebben wil. Bij mij was dat de reden waarom ie dus ruim een jaar zielig in een potje heeft gestaan. Eerder was de beoogde plek nog niet vrij en ik wilde het niet zolang "even" op een ander plekje in de volle grond zetten. Bang dat ik 'm daar dan nooit meer weg zou krijgen. 
Vanwege dit gegeven kun je ervoor kiezen om het alleen in het wild te oogsten, als je een goed (niet-verontreinigd) plekje weet waar ze groeien.
Traditioneel wordt smeerwortel trouwens ook vaak onder fruitbomen gezet. Ik heb er in de achtertuin sinds dit voorjaar een onder de appelboom staan. Midden in de kippenren waardoor de kippen de plant met vlagen helemaal opvreten. Wat geen probleem is overigens. De plant herstelt zich elke keer en de kippen hebben er een gezond proteïnerijk hapje aan.

Smeerwortel voor je huid:

De term smeerwortel is soms misleidend, omdat je er vanuit kunt gaan dat het alleen om de wortel van de plant gaat. Voor het gebruik van smeerwortel in huidproducten kun je echter zowel de bladeren als de wortel gebruiken. 
De reden dat smeerwortel zo vaak wordt gebruikt in huidverzorging is omdat het eigenschappen heeft die wondhelend, verzachtend, bloedstelpend en ontstekingswerend zijn. Maar daarnaast kan het ook beschadigd bindweefsel en kraakbeen herstellen en bevordert het de heling van botbreuken* 
Denk dus aan schaafwonden, brandwonden, kloven, acne, insectenbeten, eczeem, droge huid enz. Maar ook aan kneuzingen, verzwikkingen, blauwe plekken, blessures etc.

Kompressen
Voor kompressen kun je wat wortel raspen of wat blad tot moes slaan en dat (eventueel aangemaakt met wat water zodat het wat papperiger wordt) rechtstreeks op de huid zwachtelen en een paar uur laten zitten. Eventueel eerst wat (olijf)olie op de huid smeren als die overgevoelig is.
(Dit had Mirjam goed kunnen gebruiken toen ze deze zomer op vakantie door haar enkel ging!)

Geïnfuseerde olie (Maceraat)
Makkelijker om te bewaren is een olie waarin smeerwortelbladeren getrokken hebben. Om dat te maken kun je zowel gedroogd blad als 'vers' blad gebruiken. Ik zet vers tussen aanhalingstekens want om schimmel tegen te gaan is het aan te raden om het vers geplukte blad 12-24 uur te laten liggen zodat het slap wordt en enigszins verwelkt, dan pas in kleinere stukjes te knippen en met olie te overgieten. (Hoe kleiner de stukjes blad, hoe beter.)

Kort gezegd zijn er twee manieren om te macereren. 
  1. De snelle manier is om de blaadjes in wat vette olie (zoals bijvoorbeeld olijfolie, amandelolie, jojobaolie, zonnebloemolie) "au-bain-marie" op het fornuis te zetten en zo voor een aantal uur zachtjes warm te houden. Op die manier stimuleer je de werkzame stoffen (die oplosbaar zijn in olie) vrij te komen. Daarna de blaadjes eruit zeven en de geïnfuseerde olie (het maceraat) overgieten in een gesteriliseerd potje. Koel, donker en droog ongeveer één jaar houdbaar.
  2. Een langzamere maar krachtigere manier is het zogenaamde "koud macereren". Daarbij overgiet je de gedroogde bloemblaadjes met vette olie (zoals bijvoorbeeld olijfolie, amandelolie, jojobaolie, zonnebloemolie) in een schoon potje en laat het voor ongeveer drie weken op een warm zonnig plekje trekken. Door de warmte en kracht van de zon komen de inhoudsstoffen vrij en worden opgenomen door de basisolie. Na drie-vier weken de blaadjes eruit zeven en de geïnfuseerde olie (het maceraat) overgieten in een gesteriliseerd potje. Koel, donker en droog ongeveer één jaar houdbaar.
Om van de olie vervolgens een crème of zalf te maken kun je meer informatie vinden in de eerder geschreven posts:
-Maak het zelf: Calendulazalf (Calendula-olie hier vervangen voor smeerwortelolie)

Veel plezier, hopelijk heb ik jullie een beetje warm gemaakt voor deze plant!


(*uit: Groot handboek Geneeskrachtige Planten, 5e druk.  Dr. Geert Verhelst)

maandag 10 juni 2013

C: Basilicum

Als iets me aan de zomer doet denken dan is het wel de geur van basilicum op je bord. Dus als de zon eenmaal een beetje krachtig wordt is dat ook een van de eerste dingen die ik thuis ga zaaien. Meestal in pot, ik heb gemerkt dat dat beter gaat dan in de volle grond.
Maar dit jaar duurde de komst van de zomer wel zooo lang! Er leek geen einde te komen aan dat koude voorjaar. Van zaaien was voorlopig geen sprake, leek wel. Dus op een gegeven moment ben ik eens gaan uitproberen of ik iets kon met de potjes basilicum van de supermarkt. Niet om meteen op te eten maar om te gebruiken om uit te planten en verder te laten groeien. Of als stekplant. Om zo toch alvast een beetje voorsprong te krijgen.
Nu moet je goed beseffen dat de plantjes van de supermarkt helemaal niet bedoeld zijn om als plant te behouden, maar meer om binnen een paar dagen kaal te plukken en op te eten. Het zijn eigenlijk slappe sprieterige kasplantjes die helemaal niets gewend zijn. Een beetje een experiment is het dus wel.

Ze zitten ook met hun wortels als een kluitje op elkaar, veel te dicht op elkaar gezaaid zodat de wortels elkaar al gauw gaan verstikken in hun zoektocht naar voedingsstoffen.

Dus het eerste wat ik deed was de kluit delen in kleinere stukken (dat gaat vrij makkelijk door het met beide handen van elkaar te scheuren) om het vervolgens in een grotere pot uit te planten met lekker veel ruimte en extra voeding voor de wortels.

Tot slot knipte ik de toppen eruit. De rode pijltjes geven aan waar de groeipunten zitten en als je ervoor zorgt dat je knipt tot vlak boven een groeipunt dan zullen daar de bladeren gaan vertakken en geeft dat dus een bossige groei. (Dat is iets wat je bij alle basilicumplanten altijd kunt toepassen om te voorkomen dat ze te sprietig uitgroeien.) In dit geval zorgt het er ook voor dat de plant minder verdampt en dus hopelijk beter aanslaat in de nieuwe pot.

Dus van het kleine potje op de voorgrond werd de plant verdeeld over twee grotere potten. De linkerpot al helemaal getopt, rechts nog wat slappe sprieten.

Overigens at ik de topjes niet op maar gebruikte die om mee te gaan stekken. Daarvoor haalde ik een aantal blaadjes weg zodat er alleen aan de bovenkant van het topje nog een paar blaadjes bleven zitten en zette die in een bekertje met water.

Eigenlijk werkt het 't makkelijkst om een plasticfolie over een bekertje te spannen en daar een paar gaatjes in te prikken zodat daar de stekjes in kunnen hangen. Het slappe steeltje gaat namelijk al snel krullen en daardoor zou anders het stekje omlaag in het water zakken zodat de blaadjes nat worden en kunnen gaan rotten. Door het folie blijft alles mooi droog. Zorg wel dat het waterniveau hoog genoeg is zodat de stengeltjes zich niet uit het water kunnen krullen.

De stekjes in de plastic bakjes gingen naar binnen op de (soms) warme verwarming voor het raam. 
De twee uitgeplante basilicumplanten in pot stonden soms buiten in het waterige zonnetje en bij koude nachten altijd binnen.

Na 2,5 week waren al duidelijk de nieuwe worteltjes zichtbaar! In de tussentijd had ik af en toe het water opnieuw verschoond. 

Ter vergelijking: Munt is het snelst met het vormen van wortels op deze manier. Binnen een dikke week zag ik al wortels groeien. Hier zijn de wortels al op een lengte dat ik ze kan gaan uitplanten in de grond.

De slappe nieuwe stengels van de citroenverbena, die ik als experiment ook meenam deden er het langst over.  En van de vier scheutjes kregen er maar 2 wortels. Wel schoten ze aan de bovenkant enorm uit met veel extra blad. Ik denk dat als je die blaadjes wat meer in de perken houdt er wellicht meer energie naar de wortels gaat? Als ik deze uitplant in de grond zal ik zeker weer een stuk van de top afknippen.

Bij de basilicum wachtte ik tot de wortels ongeveer zo lang waren als op de foto voor ik ze ging uitplanten in de licht bemeste grond. Hier was dat zo'n 4 weken nadat ik de topjes voor het eerst in het water zette. Je moet er wel rekening mee houden dat het nog waterwortels zijn, dus hield ik de grond in het begin nog vrij vochtig (niet nat) en zette de pot op een licht maar beschut plekje. Niet in de volle zon! Als ik het idee heb dat er erg veel groot blad is t.o.v. de wortels knip ik soms een puntje van het blad af om te veel verdamping tegen te gaan.

Ter vergelijking. De stekjes in het voorste potje op bovenstaande foto zijn topjes van de originele uitgeplante supermarktplantjes die erachter staan. Hmm, welke zien er het best uit!! (Ter verdediging van de ouderplanten.. ze hebben wel een periode van het koude voorjaar meegemaakt, maar echt goed bijgetrokken zijn ze niet sinds ik ze kocht en uitgeplant heb.)

Hebben de stekken een paar dagen op een beschut plekje gestaan dan mogen ze in een grotere pot met meer voeding én meer in de zon. Nu kunnen ze aan hun echte groei gaan beginnen. De ouderplant in zwarte pot is inmiddels weer zover om opnieuw stekken van te nemen, zo blijven we vrolijk doorgaan.

Mijn conclusies van dit experiment:

  • Wil je het meeste halen uit een gekocht kasplantje van de supermarkt? Knip dan wat topjes uit de plant en gebruik die om waterstekjes van te nemen. Zo heb je zeker een voorsprong op het starten vanuit zaad. Gebruik de rest van de plant om snel helemaal op te eten. Uitplanten geeft weinig resultaat.
  • Wil je juist wél een plantje om uit te planten? Ga dan naar een tuincentrum. Daar zijn de plantjes beter opgekweekt om de overgang naar volle grond of grotere pot te overleven. Bovendien zijn daar vaak ook eco-plantjes van basilicum te koop, voor de bewuste kiezers. Neem ook dán stekjes van de topjes, dat kan nooit kwaad. Het zorgt ervoor dat de originele plant voller uitgroeit doordat het zich door het toppen meer vertakt, en je hebt meteen een tweede fase aan basilicumplantjes in de maak. (In het kader van: hoe meer/langer basilicum, hoe beter.) Van de tweede fase plant kun je te zijner tijd weer topjes stekken voor de derde fase enz enz. Zo kun je een hele zomer doorborduren op één gekochte plant. Handig!! 
  • Of wacht tot de zomer doorbreekt en start vanuit zaad. Het is kwantitatief goedkoper maar het vergt wel iets meer geduld voor de basilicumliefhebbers.  Maar.. daar staat tegenover dat er eigenlijk toch niets leuker is dan om helemaal vanuit een zaadje te beginnen en een plantje te zien opgroeien. Bovendien, planten die zijn opgegroeid in hun eigen seizoen zijn altijd het allerlekkerste en meest ecologisch.
  • Of doe een mix van bovenstaande punten. Kopen, eten, uitplanten, toppen én zaaien!! Dan zit het wel goed met die basilicum deze zomer!