Posts tonen met het label permacultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label permacultuur. Alle posts tonen

zondag 26 juni 2016

C: Over de bloemetjes en de bijtjes

Op het moment dat ik dit schrijf staan de lindebomen al een poosje in bloei. In de buurt waar ik woon staan er een aantal en ik kan het niet laten om er in het voorbijgaan steeds even onder te gaan staan en flink in te ademen. Zo vol en verzadigd is de geur.  En ik ben niet de enige want het gonst en zoemt er van de bijen en hommels die daar haast wel dronken lijken rond te zwermen.
Wat fijn voor al die bijtjes, denk ik dan. Maar ik herinner me tegelijkertijd ook het verschijnsel dat juist veel bijen en hommels sterven bij juist deze bedwelmende lindebomen. Zelf heb ik het ook wel eens gezien, dat er met zekere regelmaat bijen/hommels uit de boom omlaag vielen. Ik dacht eerst dat ze enkel bedwelmd waren door de geur en in katzwijm raakten om later weer bij hun positieven te komen en weg te vliegen, maar het blijkt dat ze echt het leven laten.
Inmiddels is naar dit verschijnsel al uitvoerig onderzoek gedaan, want in eerste instantie werd gedacht dat de linde-nectar giftig zou zijn, maar dat is aantoonbaar weerlegt. Het blijkt juist dat de geur van de bloeiende linde zóveel insecten aantrekt dat er niet genoeg nectar is voor allemaal, en dat de energie die verbruikt wordt voor het rondvliegen en zoeken dus niet voldoende gecompenseerd kan worden door de bloesem. De bijen en hommels raken letterlijk opgebrand en sterven ter plekke in hun poging eten te vinden. Deze sterfte onder de linde komt dan ook vooral voor bij solitaire lindebomen, waar het aanbod dus beperkter is.

Triest toch?

Dat deed me weer aan de bijtjes denken. Ik vermoed dat bij de meeste mensen inmiddels wel is doorgedrongen dat de bijen het moeilijk hebben, maar dat er daarentegen nog de denkfout is dat je daar zelf niet zoveel aan kan veranderen. Er is toch genoeg groen om ons heen in de plantsoenen? Of anders op het platteland? Zo zijn er vast wel voldoende plekken die hun bijdrage leveren en kunnen wij lekker praktisch onze tuinen betegelen want dan heb je ook geen onderhoud. Maar zo zit het dus niet. Plattelandsbijen hebben het zelfs enorm moeilijk want er wordt teveel monocultuur toegepast, teveel gemaaid, teveel bewerkt. Geen bloemenweides meer. Daarom zijn onze tuintjes, in de steden en in de dorpen zo belangrijk geworden.

De meest simpele manier is om een zakje bijenmengsel te zaaien in een hoekje of pot van je tuin/balkon. Die heb je met eenjarige, tweejarige of een vaste plantenmix. Net wat je zelf wil en ze zijn haast overal te koop. Deze geven vooral in de zomerperiode aanbod waarbij alle beetjes helpen.
Maar als je iets specifieker wil zijn dan zou je zeker eens moeten kijken op de site van imkerpedia (hier) Daar vind je namelijk een uitgebreide lijst van drachtplanten met daarbij ook de mate van nectar en pollen die een plant bezit en de betreffende bloeiperiode. Zo kun je nagaan wat je tuin of omgeving in een bepaalde periode mist en met welke plant je dat het beste kunt aanvullen.

In mijn geval heeft het er onder andere voor gezorgd dat ik op mijn moestuin heb gekozen voor een haagje van de gunstig geprijsde gele kornoelje (Cornus Mas) als windkering, aangezien die heel vroeg in het jaar (februari/maart) een hoog aanbod nectar én stuifmeel geeft. En is er ook een voorraad bio plantenbollen (met name krokussen) in de bestelling voor diezelfde reden. Deze zijn biologisch geteeld en geselecteerd op vorm zodat de bijen en hommels goed bij de inhoud kunnen. Ik had namelijk niets staan voor die vroege periode van het jaar die steeds minder zeldzaam warm kunnen uitvallen. Ook is er een borderrand gekomen voor de eenjarige zomerse bijenplanten en weet ik nu ook dat de dahlia's uit m'n tuin een hoog gehalte aanbieden tot in oktober aan toe.
Het zijn de vele kleine beetjes die helpen en hoe meer tuintjes zich aanpassen hoe meer we samen kunnen bereiken. Het is een beetje een cliché, maar daarom niet minder waar.

zondag 24 augustus 2014

C: Het maken van een Hügelbed

 

Ik had het project in een eerder bericht al aangekondigd: Het maken van een Hügelbed in m'n moestuin. Maar nu is ie ook klaar! Hierbij het hele proces op een rijtje. Dan weet je daarna precies wat het is, want bij mij op het complex zijn er maar een paar die me niet wazig aankeken als ik vertelde dat ik met een hügelbed bezig was. Haha.

Het begon eigenlijk al in het voorjaar. Het voorste stuk tuin van het rechtergedeelte zou een nieuwe bestemming moeten krijgen nadat de knofloken baan zouden ruimen.

Want zo kan het natuurlijk niet blijven! Ook hier kruipt zevenblad en akkerwinde vanuit het openbare pad zo m'n tuin in.

Dus dat werd even doorbijten. Grond opschonen en bamboescherm ingraven. En alvast paaltjes neerzetten voor wat ooit een heus hekje moet gaan worden.

Omdat dit voorste stuk tuin in de winter en voorjaar best last heeft van hoog water, en dus zompige grond, leek het me bij uitstek geschikt voor een verhoogd bed... En niet zomaar een verhoogd bed (want al m'n bedden in de tuin zijn sowieso al verhoogd) nee, een éxtra verhoogd bed. Een extra speciaal verhoogd bed. Een hügelbed! 

In de permacultuur bestaat het begrip Hügelkultur (of Hugelcultuur). Het is afgeleid van een oud Oost-Europees gebruik om grond te verrijken. Hügel is het Duitse woord voor wat wij 'hoop' zouden noemen,. (Als in mierenhoop, of molshoop.) Een verhoging op de grond, feitelijk. Alleen dan niet van alleen zand, maar van een opeenstapeling van meerdere plantaardige materialen die, terwijl ze langzaam vergaan, voedingsstoffen afgeven en voor een stabiele waterhuishouding zorgen. Een heel rijk en vruchtbaar bed dus. En daar zitten dan nog meer voordelen aan vast, want het warmt in de zomer sneller op vanwege de vorm, terwijl het rottende materiaal binnenin er als een soort spons voor zorgt dat het niet uitdroogt. Low-maintenance dus..  Dat wilde ik wel eens uitproberen...

Ik heb een poos Marktplaats in de gaten gehouden voor gratis dakpannen in de buurt. Vanuit ecologisch oogpunt wilde ik proberen om alles zoveel mogelijk gratis en uit de nabije omgeving te halen. En dakpannen leken me bijzonder geschikt omdat het aardewerk de warmte goed kan vangen en je er ook allerlei vormen van kan maken. In mijn rechte-lijnen-tuin wilde ik voor dit permacultuur-project eens géén strakke lineaire vorm maar iets ronds.. of ovaals,  of nee.... ei-vormig!! Het duurde al met al een dikke maand voor ik beet had. Maar 3 kilometer bij me vandaan. (Dakpannen worden redelijk vaak gratis aangeboden door mensen die een dakkapel laten plaatsen.)

Het ei-vormige bed was dus gemaakt (na toch wel eindeloos schouwen met dakpannen.), en zo kon ik niet lang daarna aan de grote "Hügeldag" beginnen. Die startte met een ritje naar het bos. Daar heb ik m'n auto volgeladen met vermolmd hout. Hoe poreuzer en brozer, hoe beter. Vers hout is ook wel mogelijk maar dan duurt het wel erg lang (jaaaren) voor het bed daar profijt van krijgt qua voedingsstoffen. Eigenlijk moet het hout zo vergaan zijn dat je het niet meer voor de kachel kunt gebruiken. En een bos ligt daar over het algemeen vol mee.

Terug in de moestuin ben ik eerst de grond in het bed gaan afgraven. Dat hoeft niet per se maar anders wordt de hoop wellicht wel erg hoog en ik vindt het eerlijk gezegd ook wel zonde van de vruchtbare grond die je anders begraaft. Hier had ik toch wel zo'n 7 kruiwagens vol met aarde.
Achter het bed, aan de kopse kant heb ik trouwens ook al verteerde mest en compost klaarliggen.

Ook breng ik een laag karton aan. (Nog opgespaard uit de tijd dat Mirjam haar keuken aan het verbouwen was!!) Want hoewel ik de grond daar zoveel mogelijk heb schoongemaakt van (daar heb je ze weer) zevenblad en akkerwinde.. wil ik niet het risico lopen dat dat er meteen weer doorheen gaat groeien. En nu kan het nog.

En dan kan het stapelen beginnen. (Veel berkenstammetjes lagen er in het bos, zoals je ziet.) Alle spleten ertussen zoveel mogelijk opgevuld met kleinere (dooie) takjes.

Daarna een tweede laag (Vooral eikenhouten dooie takken). Bij deze laag werk ik meer naar het midden omhoog. Niet erg goed te zien op de foto, maar ik hou de randen dus lager dan het midden, als een hoopje dus.

Daarna gaat er een laag houtsnippers overheen. Of eigenlijk, ertussen. Om de spleten op te vullen. Op dit moment dacht ik namelijk opeens dat ik misschien wel een enorm muizenparadijs aan het maken was.. Daar zit ik niet zo op te wachten maar de toekomst zal moeten uitmaken of ik me voor niets zorgen heb zitten maken. (Overbuurvrouw Irene, ook een permacultuur-liefhebster, was zo lief om foto's in actie te maken. Anders kan ik nooit bewijzen dat ik dit echt allemaal helemaal zelf doe natuurlijk!)

Om zoveel hout makkelijker te laten composteren (verteren) is het slim wat extra stikstof toe te voegen. Ik strooide er o.a. bloedmeel overheen en eigengemaakte kippencompost als stikstof-gift. En waterde vervolgens alles goed in. Ongeveer 5 volle gieters water zijn over het hout gegaan om ze goed vochtig te maken voor de volgende stap kwam.

Een flinke laag vers snoeihout ging er overheen. In dit geval veel twijgen van m'n appelboom, want die gaat er toch in de herfst helemaal uit. Maar ook uitlopers van de druif en van de komkommer. En wat pompoenblad en toppen van de bladspinazie. Zolang er maar geen zaad inzit is het in principe bruikbaar. Deze verse laag zal lekker gaan broeien.

Vervolgens gaat er een flinke laag verteerde mest en compost overheen. (Weer dank Irene, voor het maken van de foto.) Tegen deze tijd was ik trouwens al behoorlijk moe van al het sjouwen en slepen en spitten en verplaatsen...Een soort boot-camp..Maar het einde is bijna in zicht!

De oorspronkelijke aarde gaat er nog overheen. Ik had 7 kruiwagens, maar die kreeg ik er niet meteen allemaal op, vanwege de vorm rolde het er op een gegeven moment te makkelijk vanaf. Ook ondanks flink aanstampen. De massa die eronder zit is natuurlijk ook nog behoorlijk flexibel door die verse takken. Dat zal met de tijd wel een beetje verder gaan inzakken en steviger worden.
Maar erg is dat niet trouwens, die extra grond kan ik ook makkelijk elders in de tuin gebruiken.
Genoeg voor één dag. Heb de hoop afgedekt met plastic zeil tegen de harde regenbuien die voorspeld werden.

Want zo kaal kun je de hoop natuurlijk niet laten liggen. Het moet beplant worden om wegspoelen van voedingsstoffen en aarde tegen te gaan. Alleen, je moet het bed óók even de tijd geven om te settelen en in te zakken. Het is sowieso slim om er niet meteen gewassen op te zetten die veel stikstof vragen (zoals kolen bijvoorbeeld) omdat het verteren van het hout in eerste instantie nog veel stikstof vraagt.
Niet zo erg dus dat we al redelijk op het eind van het seizoen zitten. Ik plant er binnenkort dus maar wat groenbemester op (phacelia en klaver) die het bed nog wat meer zullen helpen met de stikstofbehoefte en ga er dan verder in het voorjaar wel echt mee aan de slag.
Zal dan later nog even stilstaan bij het nieuwe hügelbed als we in September het herfstwandelingetje door de moestuin gaan maken. Als het goed is heeft ie dan al een groen vachtje!

Erg blij met m'n nieuwe eivormige bedje!

dinsdag 5 augustus 2014

C: Groen Berlijn


Net terug van een lang weekend Berlijn. Het was m'n eerste bezoek en ik wilde het al een hele poos want ik hoorde er zoveel positieve verhalen over. Nu is een lang weekend natuurlijk veeeeel te kort, toch kun je in die korte tijd een hele hoop dingen zien want het is zo divers en bruisend daar! Veel cultuurhappen stond op het programma, maar óók een beetje moestuinen. 
Pardon? Moestuinen midden in Berlijn? 
Jawel! En ook een beetje permacultuur zelfs. Kijk maar..

Prinzessinengarten

Een mooi initiatief is deze stadstuin op Moritzplatz, Kreuzberg wat nu al 5 jaar bestaat. Een stuk vrijstaand terrein van 6000 m2 is daar omgezet in een gigantische groene oase midden in de stad. Het heeft een mobiele opzet dus alles wordt verbouwd in kisten, potten, zakken etc. Flexibel én onafhankelijk, want je bent niet gebonden aan de plaatselijke (vaak vervuilde) stadsgrond.
Het is een openbare plek waar je ook terecht kunt voor een hapje en een drankje (van o.a. verse oogst uit de tuin), workshops of het winkeltje (boeken, planten, zaad etc.) En toen wij er rondliepen was er ook het maandelijkse recycle-project aan de gang. Mensen die daar ter plekke aan het werk zijn om spullen en materialen te recyclen in nieuwe producten. Een erg gezellige en ongedwongen sfeer hing er daar. We hebben er dus ook een poosje rondgehangen, plantjes en mensen kijken, bietensapje drinken, uitrusten en bijkomen. En als je bijgetankt bent stap je zo Berlijn weer in!

Eerste impressie bij de entree

Irrigatie-systeem voor de vele bakken met groen

Talloze bakken met de waterslangen van het irrigatiesysteem

Aardappelplanten in zakken en een recycle-kas met tomaten

Allerlei klimgroenten en  hun gerecyclede ophangsystemen van pellets.

Buizensysteem met aardbeiplanten

Het planten-winkeltje


De eerste 'schoonmaakploeg' van het restaurant, blije musjes!

Insectenhotel voor de solitaire bijtjes

Eigen honingbijtjes op het terrein, zowel in kasten als in een holle boomstam.
Zeker de moeite van een bezoekje waard als je er toch bent en iets anders wil dan de talloze cafeetjes daar! Lees meer op hun website. (Klik hier voor de link)

Café Botanico

Een ander leuk bezoekje is dat aan café Botanico. Een klein en informeel eetplekje waarbij vooral gekookt wordt uit eigen permacultuur-tuin. Die desbetreffende tuin ligt een stukje verder naar achteren en kun je (op verzoek) ook bekijken. Tenminste, ik mocht er rustig in rondlopen, al las ik op de site dat ze er officiële tijden voor hebben (maar dat is dan misschien voor mensen die daar niets eten?)  Ik at er trouwens de "Garten-Teller" van het menu, het tuin-bord. Groener is het in Berlijn volgens mij niet te krijgen! Vol met linzen, kikkererwten en bonen aangevuld met seizoensgebonden tuingroen. De rest van de gerechten zijn meer Italiaans.

Het informatiebord bij de ingang van de achtertuin

In eerste instantie lijkt het één wildernis
Maar al gauw zie je slingerpaadjes de diepte van de tuin inlopen

Naar rustieke hoekjes vol groenten en kruiden

Alle plantjes hebben een bordje erbij staan

Met daarop naam en toepassing van de desbetreffende plant. Hier een aromatische kervel.
(Für deftige Suppen staat er op deze. Deftige soepen? Haha, nee daar bedoelen ze stevige soepen mee.) 

Ook hier hebben ze eigen honingbijtjes in de tuin. Vreemd genoeg geen kippetjes, die miste is een beetje.

En een kikkerpoeltje waar de regenpijpen op uitkomen. 
De tuin ligt verstopt en verscholen achter de hoge gebouwen. De omgeving laat verder niet vermoeden dat er zo'n paradijsje aanwezig is, een echte verrassing! Lees meer op hun website (Klik hier voor de link)

Dusss, mocht je toevallig nog een reisje naar Berlijn plannen en je hebt ruimte voor een vleugje ongedwongen groen erin, naast alle andere geweldige dingen die de stad te bieden heeft? Dan zijn dit mijn bescheiden aanraders. Je weet nooit of het ooit van pas komt toch?

dinsdag 29 juli 2014

C: Permacultuur in de moestuin

Ik ben erg geïnteresseerd in permacultuur en probeer zoveel mogelijk elementen daarvan te integreren in mijn eigen (moes)tuin. Op internet is er ontzettend veel over te vinden. Video's, foto's en artikelen over allerlei aspecten van de permacultuur. Maar vaak wel heel ruim genomen. De tuinen die je daar voorbij ziet komen... man, dat lijken hele landgoederen aan huis. Fijn als je dat hebt, maar ik heb niet zoveel aan het indelen van de tuin in zones waar rekening wordt gehouden met boomgaarden en poelen enzo.
Vandaar dat ik zo blij werd van het volgende boek: "The vegetable gardener's guide to permaculture" van Christopher Shein en Julie Thompson. Met andere woorden, permacultuur specifiek voor de moestuin. Kijk, daar heb ik iets aan!

Ik verkeerde namelijk een heel klein beetje in een soort "identiteits-crisis" qua moestuin. Want als ik de plaatjes op internet mag geloven dan ziet de standaard permacultuur moestuin er ongeveer als volgt uit:
Mooie weelderige volle groene tuinen waarin romantisch kronkelende paadjes verdwijnen. Ogenschijnlijk chaotisch, want alles staat ongeordend maar met een vanzelfsprekendheid door elkaar. Vooral véél organische materialen en vormen. Liefst nog wat kippen erbij die gemoedelijk op de achtergrond lopen. Foto's die vaak in de avondzon zijn genomen, waarbij het warme strijklicht voor nóg meer loom gevoel zorgt. Je hóórt de bijtjes bijna zoemen en het liefst wil je meteen met blote voeten die foto binnenwandelen en neervlijen tussen het groen voor een klein dutje.  Zucht.

Ondanks dat ik echt een enorme zwak heb voor dit soort tuinen en écht dacht dat ook in mijn moestuin de keyhole-gardens en kruidenspiralen een plek zouden vinden, werd het daarentegen toch vrij traditioneel van opzet, met rotatiebakken netjes op een rij. De basis is helemaal niet organisch maar vooral geometrisch en hoekig. Geen kronkelende paadjes, geen kippen op de achtergrond en zeker géén dutjes!!
Ik voldoe dus niet aan het cliché beeld, voldoe ik dan ook niet aan de inhoud?!?

Ah, daarop geeft dit boek antwoord en houvast door middel van de 12 principes waarop permacultuur gestoeld is. Hoe je dat invult voor je eigen moestuin is afhankelijk van hoe jij er zelf tegenover staat,  dus hoe je eigen omgeving, middelen, kennis, mogelijkheden etc. zijn.
Maar voor ik die 12 principes uit de doeken doe zal ik eerst heel kort uitleggen wat permacultuur ongeveer inhoudt en waar het voor staat.

Permacultuur is breed toepasbaar, maar in alle gevallen staat het vooral voor een systeem om samenwerking met de natuur gericht op duurzaamheid voor mens én natuur te bewerkstelligen. Natuurlijke ecosystemen (zoals bijvoorbeeld bossen) worden daarbij als model genomen. Zorg voor de aarde en zorg voor elkaar zijn belangrijke ethische peilers. In de uitvoering voor de moestuin heeft het verder veel raakvlakken met ecologisch moestuinieren in de zin dat je met respect voor alles wat groeit en bloeit en leeft omgaat. (Al is bij de permacultuur wellicht iets meer nadruk op meerjarige overblijvende gewassen. (Meerjarige groenten, fruitstruiken, bomen)). Het verrijken van de grond, spreiden van risico's, bio-diversiteit in gewassen, natuurlijke bestrijding van plagen etc. zijn allemaal facetten waar je bij het tuinieren mee te maken krijgt.

De 12 principes volgens het boek:


1: Observeer

Kijk goed naar je tuin en de omgeving. De invloed van het klimaat en de seizoenen bepaalt voor een groot deel een gunstige ligging en indeling. Waar komt de heersende windrichting vandaan, hoe is de ligging t.o.v. de zon. Welke gewassen zijn geschikt voor het klimaat waar je in zit, en voor de grondsoort die voorhanden is. De directe omgeving speelt ook mee, bijvoorbeeld d.m.v. inkijk, geluid en dieren waar je rekening mee wil/moet houden. Deze informatie is uiteraard plaatsgebonden en maakt jouw moestuin al anders dan die van iemand anders.

2: Energie opvangen en bewaren

Om zo duurzaam mogelijk met energie om te gaan is het belangrijk dat je het kunt opslaan of bewaren voor schaarse tijden op lange of korte termijn. Denk bijvoorbeeld aan het opvangen van regenwater voor drogere perioden. Of het plaatsen van een kas voor meer en langer warmte. Maar ook het bewaren van voedsel voor de wintermaanden valt hieronder (drogen, inmaken, pekelen, wecken, inkuilen etc.)

3: Oogst

Je hebt een moestuin voor de oogst uiteraard, daar is veel van je inzet op gericht. Maar in de permacultuur is het begrip 'oogst' breder dan dat. Ook door het delen van kennis, ervaring, energie is er iets wat je kunt oogsten. Delen ís oogsten. Samenwerkingsverbanden, informatieve bijeenkomsten, kennis van andere culturen zijn allemaal bronnen waar je onderling iets te geven en te krijgen kunt hebben.

4: Wees onderdeel van een schakel

Zie je eigen moestuin, of plekken waarvan je oogst, niet als iets van nu, maar als onderdeel van een langere schakel. Een 'erfenis' van vorige bezitters (voorouders) dat je later weer doorgeeft aan nieuwe bezitters (kleinkinderen). Richt je dus ook op meerjarige gewassen. De boom waar je nu de vruchten van plukt is door eerdere generaties geplant, geef zo zelf ook weer erfenissen door. Dat hoeven niet alleen gewassen te zijn, ook het onderhouden draagt bij. Of bijvoorbeeld het verrijken van arme grond.

5: Gebruik hernieuwbare middelen 'renewable recources'

Het grote voorbeeld wat in het boek wordt genoemd zijn bomen. Multifunctioneel door de zaden, vruchten, schaduw, bladcompost, bouwmateriaal, energiebron, windkering, zuurstofproductie, mulch etc. Maar bovenal, hernieuwbaar. De energie ervan is niet uitputtelijk zoals bijvoorbeeld bij aardolie wel het geval is.

6: Produceer geen afval

Met andere woorden: Composteer. Al het 'afval' wat van de tuin afkomt kan weer omgezet worden in voeding en grondverbeteraar door het weer te composteren. Logischerwijs gebruik je dus ook geen gif in je moestuin.

7: Ontwerp van patroon naar detail

Hiermee bedoelen ze dat je in de moestuin patronen kunt nabootsen die in de natuur succesvol zijn gebleken. Als voorbeeld wordt hier de spiraal genoemd (zoals een slakkenhuis). Het zorgt in de tuin voor meer werkoppervlakte en de vorm biedt mogelijkheid om micro-klimaten te realiseren. De kruidenspiraal is een veel gebruikte toepassing in de permacultuur.

8: Integreer meer

Oftewel, combinatieteelt. Door de juiste gewassen bij elkaar te plaatsen zullen planten elkaar meer steunen in plaats van tegenwerken. Zo is de uitkomst groter dan de som der delen. En kun je dus meer planten op een kleinere oppervlakte kwijt die het samen toch goed doen, en dus meer oogst geven. (Voorbeeld hiervan zijn de "drie gezusters" Maïs, pompoen en bonen. Maïs zorgt voor steun voor de bonen, die op hun beurt weer veel stikstof vasthouden in de grond waar de pompoenen weer voordeel bij hebben. De pompoenen zorgen op hun beurt voor bodembedekking en dus onkruidbestrijding.)

9: Zorg voor kleine en langzame oplossingen 

Klein in de zin van kleinschalig. Geen grootse industriële aanpak wat gericht is op snelle scores, maar een moestuin die zo is ontworpen dat het uit meerdere kleinere facetten bestaat. Zoals eenjarigen naast meerjarigen (de nadruk vooral op meerjarigen.) Ook onderlinge zadenruil of het uitwisselen van de oogst met anderen zijn voorbeelden hoe je op kleine schaal voor oplossingen zorgt.

10: Diversiteit

Ga voor een polycultuur ipv een monocultuur in je moestuin. Dus liefst zoveel mogelijk variëteiten, ook per soort. Dat versterkt je positie als het om ziektes gaat waardoor de oogst dan niet helemaal verloren is. Niet alleen ziektes overigens. Ook periodes van droogte of juist nattigheid kun je beter aan als je meerdere variëteiten tegelijk kweekt. De tuin wordt er veerkrachtiger van.

11: Gebruik de ruimte

Maak slim gebruik van de ruimte die je hebt. Door de indeling en vorm ten eerste. Let daarbij op plantruimte t.o.v. loopruimte en ook op hoe zon- en schaduwgewassen zijn ingedeeld. Werk van laag naar hoog. En benut zoveel mogelijk grond.

12: Flexibiliteit en creativiteit

Het klimaat is veranderlijk, geen jaar is hetzelfde. Temperatuur, regenval, plagen.. probeer er mee samen te werken in plaats van proberen het te beheersen. 


Al met al doe ik het nog niet zo heel slecht. Ik heb héél goed de tuin geobserveerd voor ik begon, heb een kas en een regenton voor de giften van boven. En ik verwerk een gedeelte van de oogst voor barre tijden. Oogst die ik ook wel ruil of weggeef. Op de volkstuin is er altijd wel iemand met raad, en met een aantal buren houden we elkaar qua tuinbelevenissen op de hoogte van alle experimenten en voor- en tegenspoed, inclusief alle kennis die we daarnaast in huis hebben.
Je zit trouwens automatisch in een schakel als je op een volkstuin huurt. Mijn tuin heb ik overgenomen en zal ooit ook wel weer doorgegeven worden. In de tussentijd probeer ik de grond vruchtbaarder te krijgen en vervang ik fruitbomen die niet meer productief zijn. 
Alles wat ik tot nu toe aan materialen ingebracht heb, door het timmeren van de verhoogde bakken, was duurzaam hout, en ik composteer. Ik composteer veelvuldig! Met een officiële wormentoren en  2 kippen aan huis, een compostsilo en twee compostbakken en zelfs nog wormentorens ín de bedden op de tuin.. en ook nog de gewone GFT voor het bedenkelijke groen (lees: onkruidzaden en onkruidwortels) ben ik ruim voorzien!
Daarnaast pas ik uiteraard combinatieteelt toe en breng ieder seizoen steeds meer diversiteit in. Dat is een groeiend proces. En hoop ik van mezelf dat ik toch minstens wel flexibel en creatief ben! Kleinschalig ben ik in ieder geval zeker. Zelfs nog met ruimte voor groei want de tuin is nog steeds niet helemaal in gebruik.
Maar die patronen... tja, daarin lijkt mijn moestuin niet op een echte 'permie-tuin'. Ik weet ook niet waarom het er bij mij allemaal zo recht en hoekig uitkomt. Het was vooral praktisch om bij het maken van de verhoogde bakken van houten planken uit te gaan. En dan komt je al gauw op rechthoeken uit. En het idee van rotatiebakken vond ik ook erg overzichtelijk ook al is dat vooral een traditionele aanpak. Het bevalt me zo goed dat ik zelfs denk dat ik dat weer zo zou indelen als ik het over moest doen. Dus dat komt wel goed me die crisis!

Een leuk boek verder, met veel praktische tips over o.a. de basics van permacultuur, het ontwerpen van een moestuin, het verrijken van de grond, het kiezen van de gewassen (groenten, kruiden, bloemen, struiken en bomen), het opkweken vanuit zaad en hoe je gemeenschappelijke projecten op kunt zetten.
Bijna nét zo leuk als daadwerkelijk in de moestuin werken!

maandag 20 mei 2013

C: Moestuin deel 7: vruchtbare grond

Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 7:


De bodem in goede conditie:

Afgelopen meivakantie heb ik veel in de moestuin gewerkt, maar niet het soort werk wat ik gepland had staan. Hoewel ik m'n zinnen had gezet op het mulchen van de paden, het maken van een pergola voor de druif en het herstellen van het tuinhekje... werd ik min of meer gedwongen om het onkruidprobleem in het achterste deel van de tuin aan te pakken. 
Tja.. dat achterste deel, heel handig verstopt achter de frambozenstruiken, maar toch nog wel een stuk van zo'n 4 x 13 meter. Ik had het plan om me om dat stuk nog niet al te veel druk te maken dit jaar. Heb m'n handen eerlijk gezegd meer dan vol aan het voorste (moestuin)deel, maar toen ik zag hoe daar na een paar regenbuien het zevenblad ontploft was....als één dikke grasmat 30 cm. hoog... toen kon ik het niet echt meer ontkennen. Bovendiep kroop dat zevenblad ook gestaag over de tuingrenzen naar de buren, dat kun je als fatsoenlijk mens niet maken. Dus met de duizelingwekkende snelheid van een vierkante meter per uur ben ik rigoureus de strijd aangegaan om zo mogelijk alle worteltjes uit te pluizen die in de grond zaten. Langer dan 4 uur op een dag hield ik het niet vol en na 10 van die dagen heb je het allemaal wel zo'n beetje gehad, hoewel je dan wel een redelijk goed beeld hebt kunnen vormen van wat voor grond je zo ongeveer hebt.
Zandgrond is van nature vrij arm en dat was ook het gevoel wat ik bij dit stuk grond kreeg. Dat het leeg was. Een van de dingen die ik bijvoorbeeld deed was alle wormen tellen die ik bij het minutieuze uitpluizen van de onkruidwortels in de grond tegenkwam. Had een gemiddelde van 6 wormen per vierkante meter, wat mij belachelijk weinig leek. Daarnaast amper andere beestjes, of überhaupt iets van organische massa in de bodem. Bij elke meter die ik onder handen nam groeide het besef dat er nog heel wat meer werk te wachten stond om van deze bodem een vruchtbaarder geheel te maken.
Thuis ging ik op zoek naar informatie over grond en bodemleven, en zo stuitte ik op een aantal documentaires die me nieuwe informatie gaven, heersende overtuigingen bevestigden of me over het algemeen aan het denken zette over hoe ik zelf met mijn grond en tuin om zou willen gaan. 

A farm for the future:

De eerste documentaire die ik zag was een prachtige BBC uitvoering van Rebecca Hosking. Een Britse filmmaakster die op dat moment op het punt stond om de traditionele boerderij van haar vader over te nemen. Hoewel het meer de nadruk legt op de manier hoe de boeren en de landbouw op een duurzamere manier de toekomst tegemoet kunnen (of moeten) treden, geeft het ook veel raakvlakken met de moestuinders. Beiden werken namelijk (al is het op een andere schaal) met grond en gewas. Om die zo duurzaam, vruchtbaar en zelfvoorzienend mogelijk te maken is het belangrijk om je grond te kennen en te respecteren. Maar vooral de noodzaak om het zo duurzaam te doen opende m'n ogen voor het grotere geheel. Ik heb de documentaire inmiddels al een paar keer bekeken en raad iedereen aan om er even een uurtje voor te gaan zitten. Een interessante zoektocht naar alternatieven en goed onderbouwt met een prettige flow erin. Nederlands ondertiteld.


Dirt! The Movie:

Een andere documentaire die ik later zag was Dirt! The Movie. Hier wordt vooral ingezoomd op de bovenste laag aarde (of topsoil zoals ze het in het Engels noemen.) de laag waar we met het telen van onze gewassen het meest van afhankelijk zijn, en hoe daar op mondiaal niveau mee om wordt gegaan met alle gevolgen van dien. De sfeer is hierbij wat rauwer en ongemakkelijker. Het duurt ook een hele tijd voordat het omslagpunt wordt gemaakt naar nieuwe initiatieven en oplossingen. Toch een heel inzichtelijke film die in alle facetten probeert uit te leggen waarom die bovenste laag aarde zo belangrijk is voor mens en dier. En hoe alles met elkaar verbonden is.



Back to Eden:

Tot slot kreeg ik nog de tip om te kijken naar deze film over Paul Gautschi. Een man die een onmogelijk stuk grond vruchtbaar kreeg zonder daar al te veel werk aan te hebben. Het is wel een beetje op z'n Amerikaans gebracht en daarnaast is Paul Gautschi ook nog een zeer religieus man die kwistig met bijbelcitaten strooit  om z'n overtuiging kracht bij te zetten. Maar dat neemt niet weg dat het onderliggende principe interessant is. Het gaat net als bij de documentaire van "a farm for the future" uit van wat ze ook wel forest gardening noemen, bostuinieren. Kortweg dat je de methode kopieert waar bossen al eeuwenlang en zonder teveel invloed van mensen op floreren. Namelijk de grond bedekken met organisch materiaal en het verder zo veel mogelijk met rust laten zodat het bodemleven ongestoord z'n werk kan doen. Ondanks dat het klimaat en de grond bij Paul Gautschi compleet het tegenovergestelde is van hier werkt de methode hetzelfde, het kijken wel waard dus.


Dus?

Dus ik ben er inmiddels wel achter dat je niet een, twee, drie een perfecte grond kunt verwachten maar dat het een kwestie is van verstandig bodembeheer en geduld. Het braak liggende stuk wat ik nu heb (bijna helemaal klaar met onkruidvrij maken) kan in ieder niet zo blijven liggen. Dat is wel het stomste wat ik na al dat werk van opschonen kan doen. Ook al ga ik het dit jaar nog niet gebruiken om op te tuinieren.
Mijn plan van aanpak is dus als volg:
-Allereerst ga ik de grond mesten met goed verteerde compost. Kost op onze vereniging 0,70 cent per kruiwagen. Dat is de investering dus niet.
-Vervolgens ga ik er een groenbemester op zaaien, zoals phacelia/klaver, of later in het jaar winterrogge. Groenbemesters kunnen voedingsstoffen in de bodem opnemen en opslaan in de wortels om het later langzaam weer af te geven zodat er minder weg kan spoelen door de regen. De begroeiing gaat verder nog onkruid tegen en de plant is daarnaast in bloei ook nog eens een goede bijenplant.
-Tussen de rijen groenbemester breng ik mulch aan. Mulch is eigenlijk niets anders dan een organische stof die de grond beschermt tegen droogte, teveel regen, inwaaiend onkruid etc. Paul Gautschi is helemaal weg van boomsnippers, maar gemaaid gras, stro, bladcompost e.d. werkt ook. Deze mulch wordt langzaam opgegeten door het bodemleven.. tenminste, als je dat hebt.
-De 6 wormen per vierkante meter zitten me nog steeds dwars. Ik wil uiteindelijk minstens het tienvoudige daarvan!! Als je meer organisch materiaal aanbrengt zullen als het goed is ook de wormen gaan toenemen, maar je kunt ook wormen uitzetten.. Ja serieus! Hier kun je online wormen kopen om uit te zetten in je tuin. Compostwormen voor in je composthoop of mixwormen voor tussen je planten. Kijk ook hier voor een filmpje.
-In de achterste hoek van de tuin ga ik een traditionele composthoop opzetten om ook zelf compost te kunnen maken. Maar daarnaast komen er ook composttorens in de bedden zélf. Dat is een manier om helemaal ter plaatse te kunnen composteren en de wormen de compost zelf door het bed te laten vervoeren. Helemaal makkelijk. Inmiddels heb ik al in 4 bedden zo'n composttoren ingegraven. Foto's en uitleg volgen snel.
-Een andere manier om je bed op te zetten is volgens het pricipe van de Hugelkultur of Sandwich/ Lasagna gardening. Ook manieren om meer organisch materiaal in te brengen in de grond. Best interessant om je eens in te verdiepen.

Het lijkt allemaal heel veel werk maar eigenlijk gaat het er juist vanuit dat als je grond eenmaal goed is en beschermd wordt, je juist haast geen werk of omkijken ernaar hebt. Duidelijk is het in ieder geval wel dat een investering in de grond, een investering in het totaal is. Een duurzame en natuurlijke aanpak is daarbij de slimste keus want dat is de manier waarop de grond het zelf wil.  

woensdag 30 januari 2013

C: Moestuin deel 5: Bemesten


Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 5:

Bemesten:

Iedereen die een moestuin heeft en daar oogst van afhaalt, zal vroeger of later moeten bemesten. Je haalt immers voedingsstoffen uit de grond weg, in de vorm van oogst, die weer aangevuld zullen moeten worden. Met bemesten maak je het mogelijk om de nieuwe oogst weer van voedingsstoffen te voorzien. Doe je dit niet dan raakt de grond uiteindelijk uitgeput, en daarmee ook je oogst.

NPK:

Als je gaat bemesten zijn er 3 voedingsstoffen die het belangrijkste zijn. Dat zijn Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K). Overigens zijn dit niet de enige stoffen waar je op moet letten, maar omdat vaak meststoffen in een NPK-verhouding gemeld worden, behandel ik ze apart.

Stikstof-nitrogen (N): Zorgt voor de bladgroei van een plant. Het werkt aan de opbouw van eiwitten waarmee een gewas in een goede kleur en sterkte groeit. Daarmee speelt stikstof een sleutelrol in de voedingsstoffen. 
Stikstofgebrek komt bij zandgronden vaker voor omdat het de neiging heeft om uit te spoelen bij regen. Ook een koud voorjaar of het veel inwerken van bijvoorbeeld stro of houtsnippers "vreet" stikstof waardoor er een tekort kan onstaan.
Te weinig stikstof uit zich in gewassen met gele bladeren onderaan de plant en een ondermaatse groei.
Te veel stikstof zorgt voor een snellere groei maar óók voor zwakkere planten, vatbaar voor ziektes. Teveel stikstof verbrandt de plant en geeft veel blad, weinig bloem. Als je teveel stikstof hebt gestrooid kun je extra kalium strooien voor evenwicht.
Bron: Stalmest, bloedmeel, hoornmeel.

Fosfor-phosphorus (P): Versterkt de capaciteit van een plant. Een gezond wortelstelsel, de bloem- en zaadgroei en de vruchtrijping. Het is ook belangrijk in de eerste groeifase van de plant. Fosfor spoelt minder snel weg bij regen. Fosforgebrek komt voor als er teveel ijzer en aluminium in de grond zit, en bij zuurdere grond.
Te weinif fosfor uit zich in gewassen met een vertraagde groei, en een dofpaarse of donkerblauwgroene bladkleur.
Bron: Meststoffen, beendermeel, thomasslakkenmeel.

Kalium-potassium (K): Zorgt voor de stress-bestendigheid en algemene weerstand van een plant. Een sterk wortelstelsel, stevigheid, scheutgroei en het beschermt tegen droogte. Vooral voor vruchtdragende gewassen. 
Te weinig kalium uit zich in gewassen door bruine randen langs de bladeren (soms ook vlekken, omkrullen en afvallen) De vruchten hebben een vale kleur.
Te hoog gehalte aan kalium geeft gedrongen groei, uitval en magnesiumgebrek.
Bron: Compost, houtas, vinasse-extract.

De hoeveelheid NPK staat vaak als een verhouding weergegeven, waaruit je kunt opmaken hoe de samenstelling van deze drie voedingsstoffen ten opzichte van elkaar is.)
 Een paar voorbeelden:
NPK 15:1:1 bij bloedmeel, hoog in stikstof dus. 
NPK 5:2:2 bij visafval
NPK 20:20:20 bij kunstmest (op alle fronten heel hoog)
NPK 1:1:1 bij oude stalmest (meer een grondverbeteraar dan een voedingsstof)

Waarom organische meststoffen, en geen kunstmest:

Als je gaat bemesten heb je de keus uit organische meststoffen of minerale meststoffen (kunstmest). Bij een ecologische moestuin kies je nóóit voor minerale (kunst)mest. En als ik iets kan benadrukken dan is het om vooral ook GEEN kunstmest te gebruiken. Nooit!

Een kunstmest is samengesteld in een voor de plant makkelijk opneembare vorm, de minerale vorm. Het zorgt voor rechtstreekse voedingsstoffen in zeer hoge concentraties. De plant krijgt een groeistoot. Dat klinkt heel  positief maar hogere NPK-waarden betekenen niet automatisch gezondere planten. Je overbemest al heel gauw. En snel groeien maakt je plant juist slap en vatbaar voor ziektes. 
Daarnaast is het grote nadeel van kunstmest dat het absoluut helemaal niets doet ter verbetering van het bodemleven. Voor de organismen die in de aarde leven rondom te planten, de structuur van de grond. Met als gevolg dat de bodem juist verslechterd (bijvoorbeeld dichtslaat) en verarmt.
Organische meststoffen daarentegen worden niet meteen door de plant opgenomen maar moeten eerst worden afgebroken naar een voor de plant opneembare minerale vorm. Deze afbraak gebeurt in de bodem door het bodemleven. Organismen zoals wormen, insecten, bacteriën, gisten en schimmels doen dit. Een rijk bodemleven zorgt niet alleen voor een goede "voorvertering" voor de planten, doordat het leeft en kruipt onder de grond verbetert het ook de structuur, de beluchting etc.

Een goede bodem is grond waarin afgestorven plantaardig materiaal, verweerd gesteente (mineralen), lucht en water aanwezig is. De structuur is goed, kruimelig en doorlatend met een evenwichtig bodemleven en een goede zuurgraad. Als er iets is waar je goed voor moet zorgen, dan is het de bodem. Het is letterlijk de basis van een goede oogst.

Wat nog meer:

Waar kunststof (enkel NPK) ook geen rekening mee houdt is welke andere voedingsstoffen of elementen de bodem nodig heeft naast stikstof, fosfor en kalium. 
Magnesium bijvoorbeeld is iets wat op lichte zandgronden ook snel uitspoelt. Een gebrek daaraan zie je door vergeling van de bladnerf (rest van blad nog groen) Bron: Kieseriet, epsomzout.
Boor (Borium) spoelt ook op zandgronden snel uit. Te weinig boor geeft breekbare stengels, groeistoornis en uitval. (teveel is schadelijk voor bepaalde fruitbomen)
Mangaangebrek geeft bladspikkels, IJzergebrek geeft zwakke stengels en vergeling van het blad tussen de nerven. etc. 
Door het gerbuik van organische mest, zoals bijvoorbeeld oude stalmest, waar van nature meerdere elementen inzitten, vang je dat probleem op. Kunstmest doet dat niet.

Extra aandacht vraagt het gebruik van Kalk in de tuin. Kalk verbetert de vertering van organisch materiaal in de grond waardoor voedingsstoffen beter worden vrijgegeven. Het is ook het middel waarmee je de zuurgraad van de grond bepaalt. De Ph-waarde. Sommige planten houden juist van kalkrijke of juist zure grond. De meeste planten zitten echter het liefst iets onder de Ph 7 (in ieder geval boven de Ph 4,8) (Hoe hoger het getal hoe kalkrijker en dus minder zuur) Zandgronden zitten rond de Ph 5,5-6,5. (Kleigronden zijn vaak meer basisch.) Kalk bijstrooien op zandgronden is dus bijna altijd een must. Maar pas op, als je alleen kalk geeft en geen meststoffen dan raakt de grond letterlijk uitgemergeld.
Er zijn bij tuincentra testjes te koop waarmee je de zuurgraad van je grond kunt testen.

Hoe en wanneer bemesten:

Organische meststoffen zorgen voor een langzame afname en kunnen in principe het hele jaar gegeven worden. Toch zijn er ideale en minder ideale perioden. Na half augustus wordt er over het algemeen niet meer bemest. In de herfst en winter is de tuin in rust en hoeft er ook niet bemest te worden. (Op zandgronden loop je dan overigens ook de grote kans dat het meeste gewoon wegspoelt.) De meest gebruikte periode is in het voorjaar. Vanaf maart, eventueel nog een keer rond de langste dag. (Goed verteerde stalmest, gedroogde koemestkorrels, compost, bloedmeel etc.)

Kalk geef je tussen november en begin februari. Zorg daarbij dat er minimaal één maand zit tussen kalken en zaaien, want kalk werkt kiemremmend.

Wat bemesten:

Niet ieder gewas vraagt trouwens evenveel bemesting. En niet ieder gewas doet het even goed op een mestgift. In het volgende delen ga ik daar dieper op in.

donderdag 17 januari 2013

C: Moestuin deel 3: teeltplan

Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 3:

Het teeltplan (3 gouden regels):


Buiten ligt een dik pak sneeuw. Alle activiteiten ín de moestuin liggen stil, maar dat houdt niet in dat je niet met je moestuin bezig kunt zijn! Nu is de perfecte tijd om je teeltplan te maken of bij te stellen.
Een teeltplan is niets meer of minder dan bepalen wat je komend jaar gaat zaaien en planten, en waar het komt te staan in je moestuin.
Bij het bepalen van je teeltplan zijn er een drie gouden regels:

  • Plant of zaai alleen groenten en fruit die jij (en je gezin) lekker vindt en ook écht gaat eten. Het heeft namelijk weinig zin om een prachtige moestuin te hebben als je niets lust van de oogst. Lijkt me logisch, toch?
  • Plant en zaai alleen datgene waar je moestuin zich voor leent. Dat heeft met grondsoort, zonlicht en ruimte te maken. Nu kun je de grondsoort plaatselijk wel aanpassen voor bepaalde planten of struiken, maar als je veel schaduw in je tuin hebt of maar beperkte ruimte dan kun je daar maar beter rekening mee houden. Dat voorkomt een hoop frustratie. (over het algemeen geldt: Gewassen waarbij het gaat om blad of stengel kunnen wel wat schaduw verdragen (3-6 uur zon per dag) zoals: Sla, snijbiet, brocolli, bloemkool, bonen, peulen, rode biet, spruitjes, spinazie etc. Gewassen waarbij het gaat om fruit of wortel willen graag veel zon (6-8 uur zon per dag).
  • Plant en zaai alleen datgene waar je ook tijd voor hebt. Je hebt makkelijke gewassen en meer tijdrovende gewassen. Ben je niet in staat om veel tijd te steken in het verzorgen en bijhouden van je moestuin, richt je tuin daar dan ook op in. Bijvoorbeeld met gewassen die niet erg vatbaar zijn voor ziekten, vorst of droogte, niet snel doorschieten, wel veel bodem bedekken zodat onkruid minder kans krijgt, enz.
Verder zijn er nog een aantal zaken waar je rekening mee kunt houden om het allemaal net ietsje leuker en makkelijker te maken. Bijvoorbeeld:
  • Heb je beperkte ruimte, dan is het principe van "de makkelijke moestuin" waarschijnlijk het meest geschikt. In de tijd dat ik maar een paar vierkante meter tot m'n beschikking had was dat het meest ideaal. Maar kun je meer uitpakken qua ruimte dan is een teeltschema onmisbaar. Zo'n schema maakt gebruik van teeltwisseling (of vruchtwisseling) en combinatieteelt. Daarover straks meer.
  • Richt je ook eens op de gewassen die niet algemeen in de supermarkten liggen. Want in de periode dat je kunt oogsten liggen die groenten vaak ook vrij goedkoop in de supermarkt. Nu is niets zo lekker als vers uit je eigen moestuin, maar ik bedoel maar.. een aparte kleurvariant, of een moeilijk te verkrijgen (vergeten) groente, een bijzondere smaak of vorm. Het kan het allemaal nét iets specialer of economischer maken na alle zorg en liefde die je aan de tuin hebt besteed..
  • Zorg voor risicospreiding en teeltspreiding.  Gok niet op één gewas en zet niet alles tegelijk in de grond. Wil je aardappelen, neem dan vroege, midden en late soorten. Bij aardbeien zowel doordragende als enkeldragende. Kies meerdere soorten sla etc. Op die manier loop je minder risico mocht ergens uitval ontstaan door bijvoorbeeld ziekte, droogte, vorst. En is ook niet alles tegelijk oogstbaar, want dat wordt dooreten anders!
  • Een moestuin is niet alleen groenten. Ook fruit, kruiden of (al dan niet eetbare) bloemen kunnen prima.  Kruidenplanten werken eigenlijk het allerbest bij een moestuin aan huis, zodat je tijdens het koken gauw even wat kunt plukken. Hoe minder vaak je in de moestuin komt hoe beter je daar alleen de langzaam groeiende gewassen neer kunt zetten die je niet per se dagelijks nodig hebt of moet checken. Ik zet bijvoorbeeld geen courgette in de moestuin verderop maar in m'n eigen achtertuintje bij huis. Die dingen groeien zooo snel en zijn eigenlijk het lekkerste als ze niet groter worden dan 20 cm.

Teeltschema:

Bij een teeltschema deel je de gewassen in in een aantal groepen (bedden) en laat je die elkaar ieder jaar afwisselen. Op die manier beperk je het risico op ziekten doordat gewassen niet langdurig in dezelfde grond blijven staan. Voor sommige gewassen is het zelf noodzakelijk dat er een aantal jaar tussenzit eer ze weer in dezelfde grond geplant kunnen worden. De meest gebruikte en optimale indeling gaat uit van een wisselteelt van 6 jaar, dat betekent dus 6 bedden die elkaar afwisselen en steeds een jaar opschuiven. 
Zo'n groepering gaat uit van gewassen die goed bij elkaar in één bed kunnen staan zonder elkaar negatief te beïnvloeden (sterker nog, ze helpen elkaar vaak dmv deze combinatieteelt.) en die ongeveer dezelfde mestbehoefte hebben. Bij de volgorde van de wisseling hou je ook rekening met dezelfde criteria. (Sommige gewassen staan niet lekker in het bed van een voorgaand ander gewas, andere juist wel. En sommige gewassen hebben weinig behoefte aan meststoffen en voelen zich niet goed in een bed wat het jaar ervoor flink bemest is geweest.)

6-jarig wisselplan:

hier werk je met 6 bedden die elkaar jaarlijks afwisselen, de sterretjes geven de mate van mestbehoefte weer: * = geen/matig, ** = veel, *** - zeer veel.
  1. peulgewassen* (vb. bonen, erwten, peulen, linzen)
  2. koolgewassen*** (vb. kolen, spruitjes, broccoli, radijs, raapstelen)
  3. bladgewassen** (vb. spinazie, sla, postelein, warmoes, prei)
  4. vruchtgewassen** (vb. pompoen, courgette, maïs, tomaat, aubergine, paprika, pepers) 
  5. wortelgewassen* (vb. wortelen, ui, biet, knoflook, pastinaak, schorseneer, witlof)
  6. aardappelen* 
Het jaar erop komen de peulgewassen in het bed van de aardappelen en zo rouleert alles een plekje verder omhoog.
Dit is ook het schema wat ik in mijn moestuin aan ga houden. Daarnaast komt er nog een vast bed voor de (groene) asperges, en een vast bed voor de aardbeien. Over de aardbeien zijn de meningen verdeeld. Sommigen beweren dat aardbeien ook ieder jaar mee moeten schuiven, anderen beweren dat ze best een aantal jaar op dezelfde plek kunnen staan. Ik probeer eerst het laatste. Werkt dat niet naar m'n zin dan kan ik ze altijd nog meenemen in het schema.

Het teeltschema in de permacultuur:

Voor de liefhebbers en geïnteresseerden dit extra blokje. Als je richtlijnen van de permacultuur in je teeltplan wilt verweven hou dan rekening met het volgende.
In de permacultuur gaan ze ervan uit dat alles in je tuin zoveel mogelijk verschillende functies heeft (gericht op ofwel mens, dier als een ander plantgewas) liefst minimaal 3 functies. Bijvoorbeeld. Het plaatsen van een bessenstruik heeft functie in de vorm van: oogst als voedsel voor de mens (1), het kan dienen als windkering voor andere gewassen (2) het trekt, en biedt bescherming aan, vogels die je tuin ongediertevrij houden (3).
Tevens gaan ze uit van de regel dat elke functie op zijn beurt weer minimaal 3-maal wordt ondersteund. Bijvoorbeeld, voor de oogst van vruchten moet je niet afhankelijk zijn van één soort bessenstruik, zorg bijvoorbeeld naast een blauwe bes óók voor een framboos en een braam. Zorg naast de bessenstruik ook voor twee andere vormen van windkering voor gevoelige gewassen en voor minimaal 2 andere manieren om ongedierte in je tuin (natuurlijk) aan te pakken. Het is een ultieme vorm van risicospreiding en kan je dus aan het denken zetten wat je allemaal kunt toepassen om je tuin op zo'n natuurlijk mogelijke manier sterk te maken zonder té afhankelijk te worden. De combinatieteelt, waar we het eerder over hadden is daar ook al een voorbeeld van, planten die elkaar helpen, ofwel door ongedierte voor elkaar af te weren, steun te bieden, voor luwte te zorgen, grond voor te bewerken door stikstof te binden etc. Ik hou wel van dat soort puzzeltjes! Volop aan de planning dus!

(Volgende keer: Zaden, hoe en wat.)

vrijdag 11 januari 2013

C: Moestuin deel 2: in weer en wind

Een stapsgewijze opsomming over het opzetten van een ecologische moestuin op zandgrond.
Vandaag deel 2:

In weer en wind

Voordat ik zover ben dat ik mijn pas ontgonnen stukje moestuin ga inrichten, ben ik eerst eens goed gaan kijken naar de ligging ervan en naar de nabije omgeving. Veel van het succes van een goede moestuinoogst zit 'm namelijk in het gegeven in hoeverre weer en wind toegang hebben tot je tuin. Dat kan in je voor -of nadeel werken. Door daar nu al rekening mee te houden en op in te spelen kun je proberen een zo'n optimaal mogelijke situatie te creëren.
Het meest ideale zou zijn als je helemaal vanaf 0 start en zelf kunt bepalen waar je je tuin gaat plaatsen zodat je meteen de perfecte ligging kunt uitvoeren. Bij een volkstuinvereniging is die vrijheid er niet helemaal. Je neemt een tuin over en die ligt al zoals die ligt. Maar ook dan zijn er nog wel voorzorgsmaatregelen die je kunt treffen om er het beste uit te halen.

 Zonlicht

In Nederland is de zon geen vanzelfsprekendheid, onze zomers zijn over het algemeen onberekenbaar en wisselvallig. Vandaar dat we moeten proberen om zoveel mogelijk te profiteren van alle zon die we pakken kunnen. Dat krijg je het best voor elkaar door de zuidkant van je tuin helemaal open te laten, de kant waar de zon 's middags op haar sterkst is, en van daaruit van lagere naar hogere gewassen op te bouwen. (Bijvoorbeeld de bedden eerst en daarna pas struiken en tot slot bomen.) Op die manier hoeft niets onbedoeld in elkaars schaduw te staan. Het is dus niet gek om eens een kompas mee te nemen en goed te kijken waar noord, oost, zuid en west is. Schaduw en zon bepalen voor een groot deel wat je waar kunt verbouwen. Bladgroenten houden wel van een beetje schaduw, maar het merendeel wil toch wel in het zonnetje staan. 
Ik ben best tevreden met de ligging van mijn tuin. Ingang op zuidoost. Geen grote bomen bij m'n (over)buren die zon wegnemen gedurende de loop van de dag. En de geërfde appelbomen staan mooi achterin de tuin. Daar zal het dus niet aan liggen.

Zonnewarmte

Naast het licht is ook de warmte van de zon een factor die het een en ander in de moestuin bepaalt. Want naast openheid voor het licht wil je óók beschutting om de warmte zo lang mogelijk te behouden of zelfs te versterken. Een moestuin die helemaal in het open veld ligt is dus niet zo'n goed idee. Van oudsher plaatste men daarom een haag helemaal om de moestuin heen, maar ook daar heb ik tegenstrijdige berichten over gehoord. Het moet er eerder een beetje tussenin liggen. Bij het kopje "wind" zal ik daar wat verder op ingaan. (temperatuur en wind gaan vaak samen)
Het verhogen van de groentebedden is wel een beproefd middel om de grond plaatselijk wat sneller op te laten warmen, wat de oogst ten goede zal komen. 15-20 cm. is al afdoende.
De meest succesvolle manier om meer warmte in je tuin te krijgen is door het gebruik van een kas. Beschutting achter glas of plastic stelt je in staat om zelfs gewassen te verbouwen die eigenlijk niet in ons klimaat thuishoren. Of om je seizoen aanzienlijk te verlengen omdat je vroeger in het jaar kunt beginnen en langer door kunt gaan. Soms zelfs het hele jaar door! Nu hoeft dat niet meteen te betekenen dat je een enorme kas in je tuin moet plaatsen, zelfs een plastic koepel over een bed kan al voldoende zijn. Net wat je van plan bent, maar al wel goed om eens over na te denken nu alles nog kan.

Wind

Wind lijkt heel negatief te zijn want over het algemeen denk je aan koude wind. Maar wind kan ook warme lucht aanvoeren. Het is dus niet iets wat je moet proberen tegen te houden en dat is meteen ook de voornaamste reden om niet je hele tuin ondoordringbaar te omheinen. De zuidzijde is sowieso een zijde om zoveel mogelijk open te laten vanwege de zon (ook het lage winterzonnetje). Maar vanuit sommige windrichtingen kun je het beter wel temperen. 
In Nederland hebben we gemiddeld een zuidwestenwind. (Dat is niet zozeer een koude wind als wel een vochtige.) Wind wat uit het oosten komt voert 's winters koude lucht aan maar in de zomer juist warme lucht. Wind uit het westen doet dat overwegend andersom. Uitgaande van een moestuin, die van voor-tot najaar actief is, kun je dus het beste een windkering voorzien aan de noordwest kant, de kant waar dan de koudste winden zijn te verwachten. En laat je de zuidoost kant open. 
Volgens de kenners werkt een haag het beste. Of lage struiken. Maar ook gewassen uit de moestuin zelf zijn soms geschikt. Erwten of stokbonen zijn niet zo windgevoelig, aardpeer wordt veel gebruikt als windkering. Of planten als zonnebloem etc. Belangrijk is in ieder geval dat de wind geen vrij spel heeft maar ook niet helemaal wordt tegengehouden. Op die manier blijft de balans het beste. 
Bij ons op het complex is het niet toegestaan om hagen als grensscheiding te planten. En de grote conifeer, die precies op het noordwesten staat, wordt weggehaald. Er moet dus zeker wat in de plaats komen om de koude wind te filteren. Gedeeltelijk wordt dat de vlier, op het achterste stuk, en het huisje van de buren helpt ook wel mee maar dan blijven er nog wel wat gaatjes over die m'n aandacht verdienen.

Regen

Daar hebben we genoeg van. Misschien wel teveel. Nederland staat nou niet bepaald bekend als een droog land. Wat zandgrond betreft hebben we een voordeel op dat punt, dat watert goed af en gemiddeld liggen we wat hoger. Maar ook dan kan het grondwaterspiegel soms behoorlijk stijgen. Ik merkte het deze natte decembermaand al bij het opschonen van de tuin. Langdurige natte grond laat plantenwortels rotten en verdrijft het bodemleven. Ook hier helpt het al om verhoogde bedden te maken. Of tenminste een iets bol gemaakte grond zodat het naar de zijkanten kan afwateren. En in het uiterste geval kun je eventueel nog een greppel graven, maar ik denk eerlijk gezegd niet dat het hier zover hoeft te komen.

In de praktijk

Nu ik bezig ben met m'n teeltplan en de indeling, hou ik rekening met de ligging van de tuin ten opzichte van de zon en wind. Maar dan nog ben ik gedeeltelijk gebonden aan vaste patronen. Ik deel de ingang en het lange pad van de tuin met een buurman. Die kan ik niet verleggen. Verder is de tuin smal en diep. Het meest economisch qua ruimte is om de bedden haaks op het lange pad te leggen, al liggen ze dan niet in de ideale noord-zuid richting. Maar binnen die begrenzingen zie ik nog een hele hoop mogelijkheden. En over het algemeen vind ik dat ik dik tevreden mag zijn met de ligging van de tuin en de omgeving. Uiteindelijk is het toch wat je er zelf van maakt, nietwaar?

(Volgende keer: Het teeltplan.)

zaterdag 5 januari 2013

C: Moestuin deel 1: ontginnen

Eind november 2012 kreeg ik mijn langverwachte eigen tuin (van bijna 100 M2) toegewezen bij de plaatselijke volkstuinvereniging. Een geschenk uit de hemel, want dit betekent dat ik nu eindelijk de ruimte heb om weer flink uit te pakken, nadat ik een paar jaar m'n gerief kwijt moest op slechts 3 vierkante meter!!
Aangezien ik wel helemaal van voren af aan moet beginnen met dit lapje grond leek het me een goed idee om bij te houden wat er allemaal komt kijken bij het opzetten van een eigen moestuin. Zo kan ik in de loop van het seizoen steeds stapsgewijs laten zien wat er aan werkzaamheden om de hoek is komen kijken.
Ik zit hier op zandgrond en mijn voornemen is om ecologisch (klik voor info) te tuinieren met hier en daar een toefje permacultuur (klik voor info).
Vandaag deel 1:

Het ontginnen van de moestuin.

Helaas is het bij een volkstuinencomplex vaak zo dat als je een tuin overneemt, dit niet de meest bijgehouden tuin is die er bestaat. De vorige huurder heeft namelijk vaak z'n redenen gehad om er mee te stoppen, meestal omdat er flink de klad in is gekomen. Je kunt dan dus wel verwachten dat je niet meteen kunt beginnen met zaaien en planten, maar dat je daarentegen eerst de tuin weer van onkruid en verwoekering moet verlossen.
Zo ook in mijn geval. Brandnetel, braam en zevenblad zag ik, en dat hield automatisch in dat er meer sprake was van alles rigoureus ontginnen en opschonen, dan alleen maar wat schoffelen en wegtrekken. Pfoe.. een hels karwei, kan ik je zeggen. Ik begon een beetje overmoedig de eerste keer en werkte veel te lang door. Het gevolg.. flinke spierpijn en zelfs een week of twee rugpijnscheuten. Niet goed! Gelukkig viel er daarna sneeuw en had ik een goede reden om het rustiger aan te doen.
In de kerstvakantie (twee weken vrij!) heb ik wel weer veel kunnen doen. Het weer was zacht en met buienradar kon ik de regen omzeilen. Iedere dag ben ik gegaan (m.u.v. 1e kerstdag en nieuwjaarsdag) en iedere dag nam ik me voor om maar een strekkende meter voor m'n rekening te nemen. Het moet wel te doen blijven namelijk, beter voor m'n rug én m'n gemoed! En zo ploegde ik langzaam maar gestaag voort. Met het volgende resultaat:
14 meter aan grond opgeschoond. Met een breedte van bijna 4 meter. Dat is zo'n 55 vierkante meter in totaal, zonder rugpijn!! Ik ben erg in m'n nopjes met mezelf.

Techniek van opschonen:

Ik ben niet zo voor het spitten van de grond. Ben van mening dat dat voor zandgrond ook helemaal niet nodig is. Dat is van nature al los en luchtig genoeg. (Voor kleigrond is dat uiteraard anders.) Het grote nadeel van spitten is dat je de grondlagen met de bodemorganismen danig in de war schopt. Die hebben van nature een bepaalde gelaagdheid naar zuurstofbehoefte wat je dan helemaal overhoop gooit.. dat komt een evenwichtige bodem niet ten goede.
Bovendien heb je grote kans dat je met spitten oude zaden omhoog haalt die dieper in de grond lagen te wachten, met als gevolg dat er al gauw meer gaat ontkiemen dan je wilt.
Maar in het geval van zevenblad (aaaghr, bestaat er een erger onkruid?!?) en brandnetel is spitten ook niet de beste methode. Door spitten zul je al gauw de wortels daarvan doormidden steken, en zoals je misschien wel weet zal elk stukje wortel weer uitgroeien tot een nieuw plantje...al is het maar een halve centimeter lang. In plaats van dat je weghaalt maak je er alleen maar meer van! Dat kan niet de bedoeling zijn.
De manier waarop ik het heb aangepakt is met de niet kerende methode. Je steekt een riek in de grond en wipt het al schuddend omhoog. De grond raakt los maar valt tussen de tanden omlaag zonder omgedraaid te worden. Wortels blijven aan de tanden hangen en komen mee omhoog waardoor je ze kunt verwijderen. Dit kun je op lastige stukken een paar keer op dezelfde plek herhalen, zodat je alle worteltjes zo goed mogelijk kunt weghalen. Al ben ik niet in de illusie dat ik echt absoluut álles heb weten op te vissen hoor, wel veel. Vooral zevenblad is erg hardnekkig. Het spreekwoord is niet voor niets dat onkruid niet vergaat!

Het is veel bukken. En behoorlijk concentreren. Op een gegeven moment zag ik 's avonds in bed, met m'n ogen dicht, nog steeds wortels op m'n netvlies, haha.. echt waar! En eerlijk gezegd had ik er tegen het eind ook niet erg veel plezier meer in. Maar het belangrijkste deel is gedaan (het groentedeel). Het ontginnen van het achterste stuk (het fruitdeel) komt later. De conifeer wordt ergens binnenkort gekapt. Een grote bananenboom heb ik al weggehaald. Mijn tuinerfenissen (braam, frambozen en druif) zijn gesnoeid. Voorlopig lig ik dus op schema.
Rest me alleen nog om het ontgonnen stuk nu zolang af te dekken (kan met karton of plastic) zodat het zonlicht het achtergebleven onkruid (hopelijk niet veel) niet kan laten ontspruiten. Voor een stuk grond is zo braak liggen erg onnatuurlijk en geen lange termijn optie. Regen zal veel voedingsstoffen uitspoelen. (Het nadeel van zandgrond.)
De volgende stappen zijn het maken van een teeltplan, het maken van de bedden, het naar behoefte voorbereiden/bemesten van de bedden etc. etc. 
Daarover gauw meer want voor je het weet is het al voorjaar! Zucht, had ik maar langer vakantie!

(Volgende keer: Rekening houden met weer en wind).