dinsdag 8 oktober 2013

C: "kappertjes" van Oost- Indische kers

Ik hou van enigszins rommelige boerentuintjes. Daar waar kleuren weelderig door elkaar groeien en de planten het niet zo nauw nemen met de strakke tuinregels. Een verschoten hekje hier, een paar losse takken daar en de rest bont en vrolijk.
Een van de meest makkelijke en veelzijdige planten die je dan in je tuin kunt zetten is de Oost-Indische kers. Een gezellige eenjarige die niet veel eisen stelt aan de grond (groeit graag op arme zandgrond) en in laagblijvende of rankende vorm te koop is. Het roept meteen een soort nonchalante plattelandssfeer op, en eenmaal gevestigd zal ze zichzelf ieder jaar opnieuw met veel plezier uitzaaien zonder zich verder al teveel op te dringen. Oost-Indische kers heeft niet het agressieve van een onkruid. Wil je het wat inperken dan zijn de zaailingen of volwassen planten makkelijk uit te grond te trekken. 'Dan niet', lijkt ze te denken..'ook goed!'


Naast het feit dat ze flink wat vrolijkheid in de (moes)tuin brengt is ze ook nog eens behoorlijk functioneel. Alle delen van de plant zijn zowat eetbaar. Van het blad tot de kleurige bloemen aan toe. Ze smaken wel redelijk scherp, daar moet je van houden. Peperig, radijsachtig. Maar heerlijk door de sla bijvoorbeeld, of bovenop een pannenkoek of drijvend op de soep. Hoe jonger het blad, hoe milder de smaak. En heb je kippetjes (O, ik ben zo blij met mijn kippetjes!) dan is het een hele goede plant voor de algemene gezondheid van de kip!
De plant trekt ook veel insecten aan. In de moestuin, toen ik m'n tweede stuk tuin erbij ging huren heb ik die meteen vol gezet met Oost-Indische kers, zodat het genoeg bestuivers aan zou trekken voor m'n groenten. Ook zet ik vaak wat Oost-Indische kers naast de tuinbonen als luizenafleider. Topjes vol luis kun je dan afbreken en weggooien (of als traktatie aan de kippetjes geven!) de plant zal gewoon verder doorgroeien.

En gedurende de zomer/najaar is daar ook nog de toegift. Namelijk de jonge groene zaden die aan de plant komen waar de bloemen uitgebloeid zijn. Ze zitten met z'n drieën op een kluitje aan de stengel. Pluk je ze zo jong dan kun je ze gebruiken om op azijn te zetten voor wat ook wel genoemd wordt: "armenluiskappertjes". Zaden die al een tijdje op de grond hebben gelegen zijn vaak te hard en soms zelf al ingedroogd en niet bruikbaar (behalve als zaad voor volgend jaar.)

Pluk de zaden liefst nog zo jong en vers mogelijk. Om de zoveel tijd een paar of in één keer een hele hoop, dat kan alletwee. Was ze goed schoon en laat ze even uitlekken.

Omdat ik de zaden best wel bitterscherp van smaak vind, zet ik ze een paar dagen (1-3 dagen) onder zoutig water. Daarvan worden ze wat milder. Op 150 ml water schep ik 2-3 afgestreken eetlepels zout.
Deze stap hoeft niet als je ze wat scherper wil houden.

Het is wel belangrijk dat ze helemaal onder het zoute water liggen dus doe ik er eerst een stukje plastic met een schoteltje op en eventueel een steentje om het wat te verzwaren. Kan gewoon bij kamertemperatuur blijven staan. De groene kleur van de zaden wordt trouwens ook wat flauwer hiervan.

Na een paar dagen trekken maak ik het azijnmengsel.
-150 ml. witte wijnazijn (of zoveel je nodig hebt om de zaden helemaal te bedekken.)
-1 eetlepel suiker (optioneel)
-Smaak. Meestal is dat een laurierblaadje en wat peperkorreltjes. Maar je kunt ook een van de volgende ingrediënten erbij doen: venkelzaad, dillezaad, korianderzaad, knoflook, heet pepertje,  tijm, rozemarijn, dragon, citroenschijfje, uischijfjes.. Hou het simpel is de tip.

Verwarm de azijn met de suiker en kruiden op een zacht pitje en laat het een minuutje zachtjes borrelen.
Spoel intussen je zaden even goed af onder de kraan (vanwege het zoute water) en dep ze zoveel mogelijk droog.

Doe de zaden in een gesteriliseerd potje en giet de warme azijn (inclusief kruiden) erover. Let erop dat de zaden helemaal onder staan. Deksel erop en een paar weken laten intrekken voor je het gaat eten. (Hoe langer het staat hoe lekkerder het wordt maar je kunt het ook al na een paar dagen trekken eten)
Ik bewaar het potje meestal gewoon in de koelkast. Let er wel op dat je geen metalen deksel gebruikt want dat wordt aangetast door de zure azijn. Een metalen deksel die aan de binnenkant geplastificeerd is kan wel.

Persoonlijk vind ik het heerlijk door een tomatensaus met pasta! Maar het kan ook door de salade.

In principe kun je ook langzaam gedurende de zomer/najaar zo'n potje opbouwen als je niet genoeg jonge zaden hebt meteen. Schep dan steeds wat nieuwe (eventueel eerst in zout water gelegen) zaden in het azijnpotje en let erop dat ze goed onder het azijn staan (anders azijn toevoegen). Ook als je tussendoor misschien al wat zaden hebt opgegeten kunnen er weer nieuwe bij. Werk je schoon dan is het geen probleem.

Dus wat denken jullie? Toch maar wat Oost-Indische kers in de tuin zaaien volgend jaar? Best een goed plan!

4 opmerkingen:

Anoniem zei

Nu was ik al helemaal gek op Oost-Indische kers, maar na dit recept helemaal! Ga ik doen :)

Diana Vander Poorten zei

Hoi, ik zocht naar een recept voor de "kappertjes"van de O.I. kers en kwam op jullie site. Ik vind het geweldig en ben blij, want ik denk hetzelfde over tuinen en ben sinds kort ook aan het verbouwen en uitproberen van eetbare planten ....mijn complimenten voor jullie uitgebreide info en vooral over de voedingsmiddelen waar ik ook fan van ben, zoals zoete aardappel, gember, geelwortel enz...

Anneke Smallwood zei

Nadat we de zomer in Nederland hadden doorgebracht, kwamen we weer thuis in Australië, waar gedurende die tijd onze moestuin in een enorm veld Oost-Indische Kers was veranderd. Wekenlang bloemen in huis terwijl we stukje bij beetje de tuin heroverden. We mengden zowel bloemen als bladeren dagelijks door onze salade, waarna de rest op de compost hoop ging. Nu wilde ik weer als vroeger in Nederland van de zaden kappertjes maken en ik zag jullie recept op Google…. fantastisch!
Anneke Smallwood.

Tishara zei

De oudere zaden zijn erg lekker als je ze even roostert in een koekepan.
Ze smaken dan nootachtig