dinsdag 16 oktober 2012

M: pompoenpannekoeken en soep

Het is inmiddels herfstvacantie en nadat iedereen hier in huis ziek is geweest (een flinke griep, ik lees jouw blog nog eens door over weerstandverhogende middeltjes), zijn we inmiddels weer wat opgeknapt. We zijn nog een beetje lui (nu kan het) en we vermaken ons met wat lezen, de hoogstnodige dingen in huis halen, wat lekkere kleine dingen eten en wat surfen op de computer. En hoewel het er tot nu toe niet van was gekomen om zelf berichtjes te plaatsen, hield ik de laatste ontwikkelingen hier op dit blog goed bij...

Altijd leuk om te lezen waar mijn zus zich mee bezig houdt. En nu ik dit tekeningetje in een boekje weer tegenwam, moest het er maar eens van gaan komen. Het begin wordt gemaakt!


1 van de kleine recepten waar we weer wat mee aansterken, en wat hier in hier altijd met gejuich wordt ontvangen zijn pompoenpannekoeken. Sinds mijn oudste zoon voor zijn verjaardag het eerste luisterboek van Harry Potter kreeg, spraken de lekkernijen die daarin beschreven worden tot onze verbeelding: smekkies in alle smaken, droptoffees, chocokikkers, ballonbruisballen, karamelkevers,boterbier, honingwijn, ketelkoeken en pompoentaartjes.

En nu met het najaar om de hoek en de moestuin vol pompoenen, kunnen we hier weer volop aan de slag! Tot nu toe had ik de mooie oranje pompoenen in de tuin staan (de japanse Hokkaido, ook wel oranje zon genoemd), dit jaar zijn het de gele flespompoenen. En hoewel in gehecht ben aan de oranje kleur, die ook al decoratief staat gewoon op een tafeltje,


ben ik na mijn eerste kookervaring ook erg gecharmeerd van de gele flespompoen. Al vind ik ze minder decoratief, het ontpitten gaat veel sneller, de schil is minder hard en de smaak is in de pannekoeken ook gewoon goed bevonden door de vriendjes van mijn jongste. Meer, we willen wel meer! De soep werd veel romiger en hoewel een beetje bleek geel-groenig van kleur is de smaak goed. Vooruit, snel de rest van de flespompoenen oogsten die nu nog in de tuin liggen.

Voor de pompoenpannekoeken, geen taartjes zoals bij Harry Potter, maak je gewoon pannekoekbeslag, een beetje stevig met maar 1 ei, met daardoorheen 1/4 tot 1/3 gekookte pompoen. Op gevoel maak ik het beslag van de juiste dikte. Voor ons mag het wat dik beslag zijn. De pannekoeken worden wat zoeter en steviger door de pompoen.
De rest van de pompoen kook ik alvast en vries dan in of vries ze rauw in, in kleine stukjes gesneden. Rauw is 1 boterkuipje vol genoeg voor een stuk of 10 pannekoeken. Ook koud nog steeds lekker, al krijgen ze daar hier weinig kans voor.

Voor de soep fruit ik 2 teentjes knoflook, samen met 1 grote ui en provencaalse kruiden. Daarna gaat de pompoen in stukjes erbij, met of zonder schil (bij mij de gele met schil, de oranje zonder, al moet met met schil ook prima gaan) even stoven en daarna 2 bouillonblokjes met het bijbehorende water erbij. Een 15 minuten koken totdat de pompoen zacht is, peper en zout naar smaak en evt. kerrie erbij. Ik mix het met een staafmixer redelijk glad, meer voor de kinderen die dan ook wel soep willen, zeker als het buiten koud en nat is... Een voorraadje in de vriezer en laat dan de herfst maar komen!




de gele flespompoen, dus ook lekker...

C: Zaadrepen voor de moestuin.

Het is herfstvakantie nu, in het zuiden van Nederland. Nog even en de wintertijd gaat weer in. De bomen zijn al aan het verkleuren en de dagen worden kouder en natter.
Terwijl de meeste mensen bezig zijn hun tuin winterklaar te krijgen ben ik bezig m'n moestuintje in de achtertuin voor te bereiden voor de winterronde. Want ook met kouder weer kun je nog best wat zaaien en oogsten, al is het hebben van een kas of koude bak haast wel een vereiste.
Ik heb m'n zinnen gezet op het zaaien van met name veldsla, wat erg goed tegen koude temperaturen kan, maar ook kropsla, ijsbergsla en snijbiet kunnen nog nét. En de teentjes knoflook ook. Vooral de slasoorten zijn handig om dicht bij huis te hebben, wat goed uitkomt want ik sta nog steeds op de wachtlijst voor de volkstuinen.
Kwam op internet het volgende handigheidje tegen: zaadrepen. Zo kun je binnen in de warmte van een kachel je zaadjes alvast voorbereiden op de juiste plantafstand en hoef je ze vervolgens alleen nog maar op de juiste plek neer te leggen en iets te overdekken met aarde. Op deze manier kun je ze ook een poos bewaren, dus mocht je tijdens de koude wintermaanden toch alvast iets voor je moestuin in het voorjaar willen doen... Bovendien zijn het leuke cadeautjes om weg te geven, oprollen, strik eromheen, klaar!
Dit heb je nodig:
-repen krantenpapier (zonder gekleurde inkt) van ongeveer 1,5-2 cm. (Keukenpapier kan ook.)
-biologische tarwebloem
-water
-zaadjes
-lineaal
Meng de bloem en water samen tot een lobbige pasta. Je hebt niet veel nodig dus begin met 1 à 2 theelepels bloem en voeg daar al roerend en druppelend water aan toe. Breng vervolgens met een stokje op de gewenste afstand steeds een dikke druppel pasta aan op je krantenreep. Laat daarna in elke druppel 2 à 3 zaadjes vallen en laat alles drogen voor je het oprolt en gebruikt of bewaart.
Het is supersimpel. Schrijf op de strook welke zaadjes het zijn en klaar ben je!
(Bij mij gaat er op deze manier nog gauw wat veldsla in de moestuin.)

Wat denken jullie? Ook doen?

maandag 15 oktober 2012

C: Tamme kastanje

Als je het geluk hebt om, net als ik, in de buurt te wonen van een paar openbare tamme kastanjebomen, dan is er niets leukers dan op een mooie herfstmorgen tijdens het wandelen te ontdekken dat de kastanjes weer beginnen te vallen. In eerste instantie zijn dat de kleinere exemplaren waardoor je steeds weer opnieuw het idee krijgt dat het een slecht kastanjejaar is. Maar dan opeens, op een ochtend, liggen er zomaar een paar knoeperds tussen en vindt je met een beetje geluk de bolsters waarbij alle zaden groot zijn. Ik voel me dan als een kind in een snoepwinkel! (Tamme kastanjes zijn namelijk super lekker en gezond. Ze bevatten veel minder vet dan noten en zijn goed te combineren in allerlei gerechten.)
Haast is dan geboden want de tamme kastanjes blijven maar een korte periode goed. Een kleine week na het vallen, hooguit. En dat weten de muisjes natuurlijk ook! En de wormpjes! Nog dezelfde middag ga ik met een tas terug en begin te rapen..en rapen..en rapen!
De selectie begint al meteen onder aan de boom. Een tamme kastanje moet heel strak in z'n bruine vel zitten, en geen scheurtjes vertonen of gaatjes hebben. Ik kies alleen de grotere exemplaren, van zo'n 10 gram per stuk. De kleinere laat ik liggen voor de muisjes. Ik maak ook de plechtige afspraak dat ik alles wat ik raap netjes zal verwerken en dat ik het anders weer terug naar het bos zal brengen. Toch even slikken toen het thuis allemaal uitgespreid op tafel lag, ruim 700 tamme kastanjes!! Ga er maar aan staan! (Cousje wil wel helpen zo te zien.)
Ik heb ooit ergens gelezen dat tamme kastanjes na een paar dagen op kamertemperatuur zoeter worden, maar zelf heb ik dat nog nooit gemerkt. Wel gaan ze na een paar dagen al duidelijk indrogen, ze gaan steeds losser in hun schil zitten, een teken dat je al zowat te laat bent. Door ze dan in een bak met water te gooien zul je merken dat er al een aantal gaan drijven. Die kun je niet meer verwerken. Heb je tamme kastanjes geraapt maar niet meteen de tijd om er iets mee te doen, leg ze dan in een papieren zak in de koelkast. Daarmee verleng je de houdbaarheid met een week.

Tamme kastanjes verwerken:

Kastanjes koken:
De meeste mensen weten niet zo goed wat ze met tamme kastanjes moeten doen. Hooguit roosteren misschien wat inderdaad heel erg lekker is. Maar dat is niet te doen voor zo'n hoeveelheid als ik uit het bos meegenomen heb. Nu kun je tamme kastanjes heel goed invriezen, alleen niet rauw, daar worden ze droog en melig van. De aller makkelijkste manier om kastanjes te garen én te pellen is d.m.v. koken.
Meestal wordt gesuggereerd om de kastanjes in te kruisen, maar de volgende methode is makkelijker (en veiliger). Snijd daarvoor de kastanjes met een scherp mes in de lengte helemaal doormidden. Ik verwerk steeds 10 kastanjes (20 helftjes) per keer. In de tijd die ik nodig heb om ze te pellen kan de volgende lading alweer koken, precies lang genoeg. Bovendien kun je op deze manier meteen goed zien of er geen wormpjes of ander rottigheid inzit.
Links zijn goede en gezonde tamme kastanjes. Je ziet bruine dingetjes maar dat zijn de vliesjes die ingevouwen zitten en is normaal. Rechts zijn de kastanjes die je weg moet gooien. Duidelijk verschil, toch?
Doe ze in een pan met zacht pruttelend water. Niet vol aan de kook want dat gaat te hard. Gemiddeld voor zo'n 8 minuten. Sommigen adviseren een scheutje olie in het water om het buitenste harde schilletje zacht te maken maar dat is helemaal niet nodig. Laat je ze té lang koken dan worden ze te zacht, dat bemoeilijkt het pellen juist weer.
Haal ze er met een schuimspaan weer uit. Als je een paar rondes gehad hebt wordt het water steeds bruiner en kun je niet altijd meer zien of er nog tamme kastanjes in het water liggen, even goed hengelen dus.
Hier is mijn truc. Na de kooktijd leg je ze meteen in een kom met warm/heet water. Dit zorgt ervoor dat de bruine buitenste schil niet weer indroogt terwijl je ze aan het pellen bent. (Je wilt juist dat ze heel soepel blijven want dat maakt het pellen zoveel makkelijker en vlugger.) Als je ze gewoon op het aanrecht legt drogen ze al  in voor je op de helft bent. Nog belangrijker, de kastanjes blijven zo ook warm. En hoe warmer ze zijn (liefst zo heet mogelijk) des te makkelijker is ook het binnenste vliesje te verwijderen, datgene wat de kastanjes een beetje bitter maakt. Gebruik voor het pellen je vingers of werk met het puntje van een mes. Als het goed is kun je de buitenste schil vrij makkelijk omklappen en wegscheuren.
(Doe meteen weer een nieuwe lading in de kookpan, tegen de tijd dat je klaar bent met pellen zijn deze weer gaar en kun je sneller doorwerken.)
Tja, dat binnenste vliesje. Dat maakt het pellen een stuk tijdrovender. Links zie je een gepelde kastanje met vliesje en rechts eentje zonder. Het wel of niet laten zitten van zo'n vliesje beïnvloedt de smaak wel. Zonder vliesje zijn tamme kastanjes, warm of koud, verreweg het lekkerste. Zoet en zacht van smaak. Mét vliesje zijn warme tamme kastanjes iets meliger dan zonder, maar beslist niet bitter. Als ze afkoelen komt die bittere smaak wel naar boven. Het is een kwestie van smaak maar ook van wat je er mee wil. Ga je tamme kastanjes gebruiken in warme gerechten met andere ingrediënten erbij, bijvoorbeeld door de aardappelpuree, door pannekoekenbeslag, als kastanjesoep of iets dergelijks, dan zou ik niet de moeite doen om al die vliesjes weg te peuteren. En wel om de volgende reden...
Met de gewone tamme kastanje, zoals ze in Nederland en grote delen van Europa in het wild voorkomen, zit het bewuste vliesje namelijk helemaal/of gedeeltelijk door het middelste van de kastanje heen, zoals bovenste foto goed laat zien. Soms laat zo'n partje makkelijk los en is het vliesje redelijk snel te verwijderen (als de kastanje dus nog warm en vochtig is) maar veel vaker is het een gepeuter vanjewelste, en breekt het vliesje heel makkelijk af. Om die reden zijn er voor de commerciële doeleinden tamme kastanje-variëteiten gekweekt waar het vliesje niet ingevouwen zit en er vaak ook maar één enkele grote vrucht in de bolster zit. Maar ja, die hebben wij niet. En dan is het een kwestie van een keus maken. Wel genieten van de heerlijke tamme kastanjes in onze omgeving maar dan wellicht met vliesje, of extra (extra lang) de tijd nemen om ook die vliesjes weg te halen? Ik koos voor het eerste, vooral ook omdat ik er 700 te gaan had, maar ook omdat ik het toch in warme gerechten ga toepassen, dan neem ik een beetje meligheid voor lief.  Hoewel ik wel af en toe onder het pellen een paar kastanjes helemaal stripte en dan gauw opat, als traktatie voor mezelf! Mocht ik wel een gerecht willen maken waarbij de tamme kastanjes koud of solo zijn, dan koop ik wel een potje!
Waar ik wel extra op let zijn de "touwtjes" die soms over zo'n kastanje lopen. Meestal in een diepe groef. Die haal ik wel weg. Ze lopen vanaf de onderkant (waar het lichtbruine vlekje in de schil zit) naar boven toe. Als ik de kastanjes pel begin ik daarom altijd bij het kontje, dan trek je vaak al automatisch zo'n draadje mee.
En zo werk ik dus gestaag door. Zo'n dikke twee uur, daarna is m'n zin op, m'n handen rimpelig van al het water en met een beetje doorwerken een grote schaal vol.
Klaar om per 200 gram in diepvrieszakjes te gaan. Dit was alvast zo'n anderhalve kilo. Het totaal was uiteindelijk ruim 5 kilo na het pellen. Genoeg voor de komende winter lijkt me zo.

 Kastanjes roosteren:
Voor degenen onder jullie die niet met een volle tas tamme kastanjes thuiskomen, maar daarentegen een  bescheiden paar handjes verzamelen en geen voornemen hebben om het door een gerecht te doen, kunnen misschien beter de kastanjes roosteren/poffen. Het heeft iets om met een warme kastanje in je handen bij de kachel te zitten, het pellen is ook lang zo erg niet als je er maar een paar hoeft en je kunt het meteen in je mond stoppen. Glas wijn erbij of een kop warme chocolademelk..Hmmm, ultiem herfstgevoel.
Een paar tips om ook hier het pellen te vergemakkelijken.
Kruis ook hier de kastanjes niet in maar snijd ze helemaal rondom in. Dit is het meest gevaarlijke moment want de schil is hard en taai. Gebruik een scherp mesje dat gaat veel beter, maar schiet niet uit. Ik maak meestal een begin en draai dan de kastanje rond terwijl ik het mesje er slepend tegenaan hou.
Kook daarna de kastanje voor 1 à 2 minuten in een pan met zacht kokend water. Daardoor gaat de schil al voor een stuk openstaan. Een goed begin.
Bak daarna de kastanjes in een voorverwarmde oven op 200 graden, voor ongeveer 20 minuten. De schil verschrompelt en wordt hard.  
Je kunt ook een speciale kastanjepan gebruiken (Een met open gaten in de bodem) of zelfs een gewone braadpan, op zowel gas als elektrisch fornuis. Blijf dan regelmatig de kastanjes omschudden. De tijd is afhankelijk van de grootte van de kastanjes en de hoogte van je pit maar duurt over het algemeen langer dan in de oven.
Voor kastanjes in het vuur (kachel, open haard) kun je de kastanjes het beste in wat aluminiumfolie wikkelen en dan in de hete as leggen waar geen vuur brandt, voor ongeveer 15-20 minuten.
Kerf je de kastanjes niet in dan gaan ze letterlijk poffen. Vroeger deden we dat thuis wel eens. Dan legden we ze zo op de hete kachel en na verloop van tijd schoot er dan eentje keihard tegen het plafond aan, wij lachen.. Maar ja, echt veilig is dat natuurlijk niet want wie weet schieten ze de volgende keer schuin tegen je kop aan. En hard en heet zijn ze dan zeker!
Leg de hete kastanjes in een theedoek en dek ze toe. Zo blijven ze langer warm als je ze gaat pellen en eten. Wacht niet te lang en maak niet te grote hoeveelheden per keer. Ook hier zijn ze het aller lekkerste als ze warm zijn. En vanwege het hoge zetmeelgehalte vullen ze vrij snel.
De schil staat nu ver open en is redelijk hard. Als het goed is kun je ze nu makkelijk als twee helften afpellen. Soms breekt de hele kastanje doormidden, dan pak je een theelepeltje en lepelt de twee helften uit.
Vanwege de ingevouwen binnenste vliesjes is het ook bij het roosteren van kastanjes erg moeilijk om ze helemaal kaal af te pellen. Niet teveel moeite doen en gewoon zo opeten. Het vliesje smaakt warm niet bitter en de meligheid is bij het roosteren veel minder dan bij het koken.


P.S. Meer lezen over tamme kastanjes? Klik hier
Fijne herfst allemaal! Graag hoor ik terug of jullie iets aan mijn verhaal hebben gehad!


zaterdag 13 oktober 2012

C: Walnoten

De eerste droom die ik van mijn kindertijd kan herinneren was ongeveer rond m'n 6e. Ik droomde dat ik buiten in de tuin was en er opeens een grote bruine beer achter me aankwam. Ik rende een rondje om het huis en toen de voordeur dicht bleek te zijn ben ik in de boom geklommen die in de voortuin stond. Wat een echte paniekactie was aangezien die boom vol met akelige stekels zat. De bruine beer stond eronder op z'n achterpoten. Toen werd ik wakker.
In de jaren erna moest ik altijd aan die droom denken als ik langs de stekelboom kwam, vandaar waarschijnlijk dat ik het me altijd ben blijven herinneren. Gelukkig is die bewuste boom na een aantal jaar vervangen door een vele mooiere boom, namelijk een walnoot. Ik stond ernaast toen hij als ielig boompje gepland werd en besloot meteen dat ik dat 'n veel lievere vond dan de vorige..
Inmiddels zijn we ongeveer 30 jaar verder en is die walnoot uitgegroeid tot een enorme reus die ieder jaar volop bloeit en noten geeft. (Wie wel eens bij mijn ouders thuis kwam moet opgemerkt hebben dat er overal in huis altijd schaaltjes en doosjes met walnoten staan, en ieder jaar worden het er meer!)
Ook dit jaar blijkt een goed walnotenjaar te zijn. De hele oprit ligt bezaaid en je moet echt uitkijken dat je ze niet stuk trapt. Ruimen dus! Afgelopen week heb ik alle noten geraapt die er nog lagen, zelfs in de boom geklommen om flink aan de takken te schudden (gelukkig geen beer aan de stam!) en de hele stoep geveegd. Het grootste gedeelte bij m'n ouders onder het afdak te drogen gelegd en zelf met een doosje weer naar huis, en daar liggen ze nou.
Je kunt de noten zo op een droge plek laten liggen tot ze gedroogd zijn, maar de noten zijn makkelijker te kraken en pellen als ze vers zijn. Een mogelijkheid is dus ook om ze nu al te kraken en de kale noot in een oven op de laagste temperatuur een aantal uur te drogen. Vers zijn de noten namelijk helemaal niet zo lekker.
Eenmaal gedroogd zijn ze erg lang houdbaar. En dan eten maar. Zo uit de hand of verwerkt in allerlei gerechten. Denk eens aan het walnoten-vijgenbrood waar ik eerder over geschreven heb (Klik hier)
Of probeer onderstaand recept voor zoete kruidenboter.

Zoete kruidenboter met walnoten:

Een heerlijke kruidenboter waar o.a. walnoot in gaat hebben we vroeger ontdekt in ons lievelingsrestaurant "de karseboom". Er is een tijd geweest dat we daar héééél vaak aten. Destijds kon je daar echt heerlijke overvolle borden met goed voedsel eten voor rond de Fl. 20,- (gulden dus, geen euro). Het werd gerund door alleen maar vrouwen en het was er altijd gezellig. Ik weet niet meer of we het recept gekregen hebben of dat m'n moeder zelf aan het experimenteren is geslagen maar het is iets wat we ook thuis zelf vaak maakten. Heel simpel en erg lekker! Je hebt nodig:

- pakje (biologische) ongezouten roomboter, 250 gram. Kamertemperatuur.
- kleiner gehakte walnoten, ongeveer 50 gram.
- flinke teen knoflook, of 2 kleintjes.
- zout, ongeveer halve theelepel. Of naar eigen smaak.
- 25 ml. gembersiroop. (Verse gember kan ook maar is veel scherper van smaak, de siroop is zoeter en zachter)
 
Alles met een vork door elkaar mixen in een grotere kom en proeven of de smaak goed is, anders aanpassen naar eigen behoefte.
Leg het als een rolletje op een stuk vershoudfolie.
 Vouw het folie eroverheen en draai de zijkanten dicht
Blijf de zijkanten dichtdraaien tot het rolletje compacter wordt. Doe het nu vervolgens in een diepvrieszakje en leg in het vriesvak. Elke keer dat je wat kruidenboter nodig hebt snijd je er wat plakjes vanaf, ideaal!

Helaas is het restaurant "de Karseboom" overgegaan in andere handen. Heb er nog één keer gegeten maar dat was meteen voor het laatst. Er is niets meer van over, alleen de naam.

Inkt van walnootschillen:

Terwijl ik bij m'n ouders aan het rapen was en m'n vader even kwam kijken vertelde hij dat hij altijd aan zijn oude vriend (en kunstenaar) Louis moest denken als de noten vielen. Ik wist meteen waarom. Louis heeft ooit vol bewondering bij de notenboom gestaan en vertelde toen dat je van de schillen prachtige donkerbruine inkt kon maken. Ik zat destijds nog op de academie en vond toen al alles wat met ambachtelijke recepten te maken had helemaal geweldig. En het is ook helemaal niet moeilijk om te doen. Wat je nodig hebt zijn de zwarte, liefst rottende, schillen die om de houtige noot zitten. Soms moet je ze een nacht in een emmer water laten weken als ze al helemaal ingedroogd zijn. Dan zijn ze makkelijker van de noot te halen.
Er zijn geen exacte verhoudingen die je moet aanhouden. Het is afhankelijk van hoe geconcentreerd (en dus donkerder) je de inkt wil hebben. Zelf vind ik het makkelijker, vooral als je toch over genoeg schillen beschikt, om het zo donker mogelijk te maken want verdunnen kan achteraf altijd nog. Dit keer heb ik de gewichten eens bijgehouden. Ik begin met 250 gram aan losse schillen, dat is van ongeveer 50 noten. (Wel slim om handschoenen te dragen als je dat doet.)
En zet het in een pan met 1,5 liter kokend water. (Denk wel, je bent bezig inkt te maken, dat vlekt. Gebruik dus geen mooi wit geëmailleerd pannetje) Zodra de schillen erin gaan zet je het vuur op de laagste stand zodat het zachtjes pruttelt. Deksel erop en ongeveer een uur laten staan.
Wel af en toe roeren. Zoals je ziet kookt het al een beetje in.
Na een uur haal ik de schillen eruit (probeer ze zo goed mogelijk uit te laten lekken en bewaar ze zolang in een glazen schaal) en doe vervolgens weer een lading van 250 gram schillen in de pan om het hele proces te herhalen en het kookvocht geconcentreerder te maken. (Je kunt tijdens dit kookproces steeds even controleren of de inkt al donkerder wordt door een kwastje erin te dopen en op een papiertje te testen.)
Ook dit laat ik weer een uur doorpruttelen, waarna ik de schillen er weer uitvis en bij de vorige schillen in de glazen schaal doe. Vuur uit en even wachten. Als zowel de pan als de schillen in de glazen kom wat meer zijn afgekoeld kun je gaan zeven. (Ik heb daar geen foto's van omdat ik continu met vieze handschoenen zat. Maar ik zal het proberen zo goed mogelijk uit te leggen.)
Gebruik een zeef waar een kaasdoek of anderszins fijnmazige doek in ligt en zet dat boven een grotere glazen of keramieken schaal of pan. Ik zeef eerst het inktvocht uit de pan wat vrij makkelijk gaat want het is bijna alleen maar vocht met een klein beetje prut. Vervolgens knijp ik met de hand steeds een haffeltje schillen die al eerder uit de pan zijn gehaald uit boven de kaasdoek en leg de uitgeknepen schillen weer weg. Net zolang tot je alle schillen gehad hebt. Tenslotte draai je het kaasdoek op tot een balletje en knijpt zo het allerlaatste beetje inkt uit. Doe eventueel een laatste kleurcheck. Mocht je nog niet tevreden zijn met de donkerte van de inkt kun je altijd het gezeefde vocht weer terug in de pan doen en verder laten inkoken.
Bij mij leverde dat uiteindelijk 0.5 liter inkt op. (Een liter is dus door inkoken verdwenen.) Op die hoeveelheid gaat ongeveer 3/4 borrelglaasje aan brandspiritus erbij als conserveermiddel. Goed doorroeren en met behulp van een trechter uiteindelijk overgieten in schone flesjes of potjes. Als je daarbij óók een roestige spijker toevoegt zal je inkt uiteindelijk meer van bruin naar het zwart kleuren en dus nóg donkerder worden, maar persoonlijk vind ik dat dan de warmte uit de kleur gaat en het vrij vlak wordt. (Als je met deze inkt gaat schilderen op papier kun je er tegen die tijd eventueel wel een paar druppeltjes vloeibare Arabische gom bijvoegen, dat kwast lekkerder uit.)
Deze inkt geeft een mooie bruine kleur en is lichtecht. M.a.w. de kleur zal niet vervagen door het licht, zoals ecoline bijvoorbeeld wel doet. Je kunt het gebruiken om inkttekeningen mee te maken, foto's/papier een oud uiterlijk te geven (sepia), mee te stempelen (je kunt heel makkelijk een eigen stempelkussen maken met een make-up sponsje in een ondiep bakje) of om mee te kalligraferen (wel met een kroontjespen ipv vulpen). Verder kun je er stof of wol mee verven of zelfs meubilair mee beitsen. Hartstikke veelzijdig dus. En wat een leuk cadeau om te geven aan creatieve en handige vrienden! Schudden voor gebruik en inkten maar!

P.S. Maak je grote hoeveelheden en dus meer dan je in redelijke tijd (zeg, een jaar) opmaakt, vries dan eventueel een gedeelte in. Het blijft namelijk een natuurproduct dat ondanks het conserveermiddel uiteindelijk kan bederven. Door invriezen heb je er langer plezier van. 

dinsdag 2 oktober 2012