vrijdag 7 december 2012

C: Koude voeten

Het is een zussenkwaal die Mirjam en ik delen, misschien omdat we van die grote lange smalle voeten hebben, maar zo tegen de tijd dat het kouder wordt buiten doen onze voeten daar met overgave een schepje bovenop en voelen als ijsklompjes aan onder onze benen.
Nou betekenen koude voeten al gauw een koud lijf, dus er is alles aan gelegen om dat tegen te gaan. Goede sokken en schoenen, warme sloffen in huis, dat doet al veel, maar voor extra warmte doe ik graag wat extra moeite. Vandaar deze recepten om thuis te maken van natuurlijke ingrediënten. Kunnen we onze voeten eens lekker verwennen!

Hot oil:


Allereerst een recept van de Engelse herborist James Wong. De ingrediënten zijn niet moeilijk te verkrijgen, gewoon in de supermarkt.
(Je moet met deze olie wel uitkijken, vanwege de pepers die erin zitten. Gebruik het bijvoorbeeld niet tegen koude handen. Eén veeg in (de buurt van) je ogen en het begint meteen te branden. Goed je handen wassen dus, nadat je het op je voeten hebt aangebracht.)
475 ml. zonnebloemolie
2-4 stuks rode peper (gesnipperd)
50 gr. verse geraspte gemberwortel
50 gr. zwarte peper (fijngeplet in vijzel)
50 gr. mosterdzaad (fijngeplet in vijzel)
Voeg alles bij elkaar en verwarm het au-bain-marie. (Een hittebestendige kom boven een pannetje kokend water. Het kokende water en de schaal mogen geen contact maken.)
Laat het zo minstens een uur trekken onder regelmatig roeren.
Zeef het mengsel dan en giet het over in gesteriliseerde flesjes.
Zo, één voor Mirjam en één voor mij. Ik heb er trouwens wel nog een paar druppeltjes etherische kruidnagelolie aan toegevoegd nadat het mengsel gezeefd was. Vond ik qua geur lekkerder en het maakt het mengsel meteen ook langer houdbaar.
Eerst een lekker voetenbadje, dan deze olie en dan dikke sokken...hmmmmm!

Massage olie tegen koude voeten:

Een andere remedie tegen koude voeten is uiteraard een voetmassage. Dat stimuleert de doorbloeding waardoor ze helemaal warm en doezelig worden. Nu kun je natuurlijk met de olie van James Wong ook wel masseren, maar het voordeel van het volgende recept is dat er geen pepers inzitten, minder scherp voor je handen. (Dus ook te gebruiken als koude handen olie.) Iets beter geschikt voor massage.
6 hele kruidnagelen
1 theelepel mosterdzaad.
Beide in een vijzel een beetje kapot stampen.
4 eetl. verse gember, geraspt.
100 gr. olie (bijv amandelolie is fijn om mee te masseren)
10 druppels etherische sandelwoodolie.
De methode van verwarmen, trekken en opslaan is verder hetzelfde als bij de vorige olie.

Warm voetenmasker:

Ook lekker om eens uit te proberen is het warme voetenmasker. Vooral omdat het afgesloten wordt met een voetenbad. Wel iets voor op een rustig moment en het vergt enige voorbereiding, maar dan is het ook echt hemels.
100 gr. havervlokken/ of geplette havervlokken
1/2 theelepel kaneelpoeder
1/2 theelepel cayennepoeder
ongeveer 4 eetlepels warm water
1 theelepel oliefolie
1 eetlepel honing
1 eetlepel geraspte verse gember
1 druppel etherische olie (sinaasappel)
Meng alles bij elkaar. Doe het warme water er het laatst bij en doe dat lepel voor lepel. Kijk wanneer het een fijn, ietwat dikkig papje is. Te dun door teveel water is niet fijn, dan loopt het van je voeten af.

Verdere voorbereiding: 
Zorg dat je een warm/heet voetenbad klaar hebt staan. Mijn truc is om een afsluitbare plastic bak te vullen met heet water, eventueel een keteltje heet én koud water in de buurt. In eerste instantie gaat de deksel erop en laat ik het voetenmasker intrekken terwijl ik m'n voeten óp de dichte bak heb staan. Zo heb je een warme ondergrond en hoef je later niet op te staan als je je voeten wil afwassen. Die extra warmte is echt heel erg fijn en maakt het voetenmasker veel weldadiger.
Zorg ook dat je een handdoek binnen handbereik hebt. 
En een kop warme thee, telefoon of boek is ook wel lekker om naast je te hebben.
Leg eerst een lang stuk plasticfolie op het warme, dichte voetenbad. Dan je voeten erop en smeren maar. 
Wikkel beide zijden van het plasticfolie om je voeten heen. Zo blijft het mengsel goed zitten en wordt het niet zo kruimelig.
Wikkel vervolgens een handdoek om je voeten heen om de bovenkant van je voeten warm te houden. Helemaal lekker is een handdoek die 2 minuten op 500W in de magnetron heeft gelegen, want dan is die lekker warm, maar dat vraagt wel een beetje handigheid met snel smeren..anders is je handdoek alweer afgekoeld. (Op bovenstaande foto zie je het principe van het dichte voetenbad goed.)
Na een half uurtje ontspannen kan het masker eraf. Handdoek weghalen en deksel van het voetenbad doen. Het plasticfolie kan gewoon in het water. Het masker is redelijk ingedroogd. Tijd voor het tweede deel..
Heerlijk het warme water in. Dat eventueel is bijgesteld met de keteltjes heet en koud water.
Het duurt eventjes voordat de havervlokken van je voeten geweekt zijn. In de tussentijd zal het water wat witter kleuren, is alleen maar nóg langer profiteren van het verzachtende en verwarmende effect.

Ik kan jullie verzekeren dat je daarna heerlijk warm en rozig bent. Beetje olie erop en je hebt gegarandeerd geen koude voeten meer!

Zo kunnen we de winter wel in! (Buiten ligt inmiddels een flink pak sneeuw. Voor ons jonge hondje Raafje was het de eerste echte sneeuwwandeling van haar leven. Ook zij had daarna een voetenbadje nodig, vanwege de sneeuwballetjes die aan haar harige pootjes bleven kleven. Het voetenbad vond zij wat minder, maar die sneeuw.... wów, FEEST!!)


zaterdag 1 december 2012

C: Herfst, eigengemaakte eetbare paddenstoelen.

Ik ben een beetje laat met het schrijven van dit bericht want de herfst is al lang en breed neergedaald. Sterker nog, ik heb begrepen dat we dit weekend de eerste winterse buien mogen verwachten, dus kun je nagaan. Maar goed, er kwam bij mij van alles tussen. Griep, drukte op het werk en de nieuwe moestuin (heb al 10 m2 opgeschoond en een halve week spierpijn gehad! Haha) maar officieel is het nog steeds herfst dus het kan nog.
Wat ik wilde schrijven, een dikke maand geleden, was hoe mooi de paddenstoelen erbij stonden. Eén keer bij het uitlaten van de honden liep ik half in gedachten verzonken en werd letterlijk weer bij de tijd gebracht doordat m'n ogen vielen op een kring prachtige vliegenzwammen rondom een berkenboom  Dé paddenstoel bij uitstek, rood met witte stippen. Zoals die van kabouter Prikkebeen.
Op foto nooit zo indrukwekkend en overzichtelijk als in het echt, maar ik stond er dus echt een tijdje in bewondering naar te kijken. Bijna meteen herinnerde ik me de "paddenstoelen" die we thuis vroeger wel eens maakten toen ik nog klein was en een feestje op komst was. Eind jaren '70 heb ik het nu over en ik herinner me nog heel duidelijk dat ik het het toppunt van geluk vond als ik deze mocht maken samen met m'n moeder. De rest van de wandeling heerlijk nostalgisch in het herfstbos rondgelopen, daarna vastberaden om de paddenstoelen van vroeger weer eens te maken. Het recept is wellicht niet helemaal authentiek meer door de tand des tijds, maar zo is hoe ik het me herinner:
Neem een hardgekookt ei (of meerdere, ik ga nu uit van één ei.) Pel het en snij van de stompe kant een klein stukje af. Als het goed is wordt het eigeel zichtbaar. De stompe kant is straks de onderkant en geeft je paddenstoel meer stabiliteit.
Wip het bolletje eigeel uit het ei en het dopje, en doe ze in een apart schaaltje.
Prak met een vork het eigeel in kruimels en voeg peper en zout, wat fijngesnipperd bieslook, een theelepeltje mayonaise en een toefje mosterd toe. (Het toefje mosterd geeft het wat meer pit, maar zoals hier op de foto vond ik het achteraf iets te veel. De helft zou voldoende zijn geweest.)
 
Meng alles door elkaar en als het goed is heb je nu een ietwat plakkerig mengsel. Dat is juist goed want het fungeert tegelijk ook als een soort lijm (dus niet teveel mayonaise gebruiken anders wordt het te smeuïg.)
Vul de holte in je ei met dit mengsel tot iets over de rand en zet het ondersteboven op een mooi bordje. Het uitstulpende mengsel zorgt ervoor dat het goed op het bordje vast blijft zitten.
Als het goed is houd je nog een beetje mengsel over in het schaaltje.
Snijd een (grote) tomaat doormidden.Verwijder de zaadjes en in in het middelste stuk ook een gedeelte van de tussenschotjes. Dit laatste doe je met een mesje en zodanig dat het spitse puntje van het ei er straks in kan vallen. Heel belangrijk is om de binnenkant van de tomaat met wat keukenpapier droog te deppen, anders heb je grote kans dat het kapje er later gemakkelijk afglijdt.
Smeer het overige mengsel nu in de holte van het tomatenkapje (weer als een soort lijm) en zet het bovenop het ei.
Geef je "paddenstoel" nu nog wat stippen van mayonaise (Dit werkt het makkelijkste met mayonaise uit een tube. Verreweg mijn favoriete onderdeel als kind!) en klaar is je eigen eetbare vliegenzwam. Je kunt het nog garneren met wat blaadjes sla of bieslook. Heel decoratief als je er een paar tegelijk maakt, bijvoorbeeld als voorgerecht of tussendoortje. Of in mijn herinnering om rond te delen op een feestje. Heel voorzichtig liep ik dan met een dienblad vanuit de keuken de volle huiskamer in, voetje voor voetje want de paddenstoelen wiebelen een beetje. Maar Oh, wat een entree! Succes gegarandeerd!

zondag 25 november 2012

C: Help, een moestuin!

Het moestuinvirus heeft me in 2005 voor het eerst gegrepen tijdens een vakantie waarin ik een enorm dik boek over biologisch moestuinieren heb verslonden (bij wijze van vakantieliteratuur meegenomen voor de regenachtige dagen). Het leek wel of ik een nieuwe wereld in werd gezogen vol met wijsheden en feitenkennis wat me zo wezenlijk en essentieel voorkwam dat ik er meteen alles over wilde weten. Van de indeling van de gewassen, vruchtopvolging en groenbemesters naar stikstofbehoefte, plantenaftreksels en natuurlijke onkruidbestrijding. En vervolgens van allerlei groenten de specifieke informatie over wanneer zaaien, uitplanten, bij welke "buren", hoe te verzorgen en wanneer te oogsten.
Vervolgens kon ik niet wachten om zelf aan de slag te gaan. Gelukkig mocht ik een redelijk groot stuk verwaarloosde tuin van m'n ouders gebruiken (die ik wel eerst nog even vrij moest maken van brandnetel en braam...een hels karwei!!) Maar ik was zo gedreven dat ik zelfs daar niet door weerhouden kon worden.
Twee jaar lang heb ik daar m'n moestuin onderhouden. Toen kwam de klad erin. Niet vanwege het tuinieren zelf, maar meer omdat de afstand van huis naar tuin toch wel erg groot was. Het is echt niet handig om steeds een heel stuk op en neer te moeten rijden, via snelweg en landweggetjes, om een paar worteltjes te oogsten. En stiekem had ik gehoopt dat ook m'n ouders er af en toe wel eens naar om zouden kijken, ondanks dat ze me heel duidelijk van te voren al hadden gezegd dat ze zich er niet mee gingen bemoeien. 
Dus ja, ik hield het daarna maar bij een heel klein moestuintje in mijn eigen hele kleine achtertuintje, altijd nog beter dan niets. 

Een paar jaar geleden vertelde Mirjam opeens dat ze een moestuin was begonnen bij een volkstuinvereniging in haar gemeente. Zomaar opeens was zij ook aangestoken door het virus. Niet door mij denk ik, want daarvoor had ze nooit echt interesse gehad voor al mijn moestuinavonturen. Maar het zette me wel aan het denken. Een volkstuin, daar had ik zelf nog nooit aan gedacht. Zou het iets zijn?
Afgelopen winter heb ik besloten van wel. Ben steeds zo aan het schipperen met de ruimte in m'n eigen tuintje en de behoefte om weer meer zelf te kunnen verbouwen dat ik me meteen heb ingeschreven bij de dichtstbijzijnde volkstuinvereniging, 5 minuten fietsen van m'n huis. Maar wel met een inschrijftijd vanjewelste.

Mááánden gingen voorbij. Heb daar afgelopen zomer een aantal keer verlekkerd maar ook zuchtend rondgelopen. Praatjes gemaakt met de gelukkigen die al wel een tuin hadden, loerend naar de leukste plekjes, wachtend op het moment dat ook ik een tuintje toegewezen zou krijgen... geduld, geduld. En dan eindelijk, na bijna een jaar wachten, was het moment dan zover. Ik was op de bonnefooi even langs gegaan om te kijken of het al iets opschoot met de wachtlijst, toen me werd verteld dat ik meteen de keus had uit wel 2 tuintjes!!! Beide ongeveer even groot (100 m2), beide hetzelfde gepositioneerd qua zonligging, maar met het overduidelijke verschil dat de ene behoorlijk verwaarloosd was maar in een gezellig (biologisch en natuurlijk) laantje lag met dito buur-tuintjes, en de ander redelijk "schoon" en onderhouden, maar in een meer traditioneel en formeel buurtje van het complex.
Dus wat te doen? Ga ik voor makkelijk en instant, of ga ik voor gelijkgestemde buren maar wel heel veel werk voor de boeg qua onkruidvrij maken?
Zucht, de keuze was snel gemaakt...maar ojee...nu het opschonen nog!

zondag 11 november 2012

C: Dahlia's overwinteren, deel 2

Klik hier voor deel 1.

Het heeft uiteindelijk langer dan een paar dagen geduurd om dit tweede deel te schrijven. De griep heeft me flink te pakken gehad. Gelukkig was het weer buiten  ideaal om de uitgegraven dahliaknollen onder het afdak te laten liggen. Geen nachtvorst, niet te zonnig en niet te nat. Dat kwam dus goed uit.
Vorst kan de knollen te erg beschadigen, te veel zon kan de knollen teveel uitdrogen (dan zie je dat ze gaan verschrompelen) en bij te nat weer drogen de knollen niet voldoende (of kunnen gaan schimmelen).
Allereerst heb ik na een dikke week de knollen nogmaals schoongeveegd. Het zand wat was blijven plakken bij de eerste keer kan je dan makkelijker wegvegen. Schone knollen verminderen de kans op schimmel, bovendien kun je dan goed kijken of ze misschien bij het uithalen met de riek toch niet hier en daar beschadigd zijn. Zo ja, dan de beschadigde knollen afknippen. (Er wordt gezegd dat de knollen eetbaar zijn trouwens. En dat je ze net zo kunt bereiden als aardappels. Maar na wat onderzoek op internet leerde ik dat het maar bij een paar rassen echt bewezen eetbaar is, van de overige ontelbare rassen en cultivars is het een aanname dat het zo is. Dus mocht je het willen proberen met bijvoorbeeld deze afgeknipte knollen, dan wel helemaal op eigen risico.)
Vandaag verder gegaan met het voorbereiden van de knollen op de winter. Zag een enkele, inmiddels beschimmelde, knol die ik eerder kennelijk over het hoofd had gezien. Wijt ik aan de griep! Kun je alsnog verwijderen.
Er zijn verschillende manieren om knollen te "verpakken". Bijvoorbeeld in kistjes/dozen met droog zaagsel, droog zand, stro, turf of krantenpapier. Ik prefereer turfmolm hiervoor omdat het van zichzelf vrijwel steriel is. Het bevat geen dierlijke of plantaardige micro-organismen, wat de kans op schimmel of rot een stuk kleiner maakt. Ik begin met een laagje onderin een doosje, leg er een aantal knollen op (stengel weer omhoog) en strooi er daarna nog losjes wat turf overheen.
Tot slot schrijf ik op de doos wat erin zit, prik ik bovenin nog wat ventilatiegaatjes met een priem en de doosjes zijn klaar om opgeslagen te worden.
De plek waar je ze opslaat is erg belangrijk. De beste ruimte is een ruimte die koel, vorstvrij en luchtig is, niet te droog en niet te nat. Best ingewikkeld. Hou ongeveer 10 graden C. gemiddeld aan. Mijn allereerste keer bewaarde ik ze in een losstaand schuurtje in de tuin, dat was te vochtig waardoor ze toch gingen schimmelen. Sindsdien bewaar ik ze op de onverwarmde zolder en check ik regelmatig hoe het met de knollen gaat. Het is daar koud, maar toch warmer dan 10 graden. Ik kijk om de maand even om te zien of ze niet te erg verschrompelen, eventueel met een plantenspuit even licht vochtig maken anders. Op die manier krijg ik ze toch goed de winter door.
In het voorjaar zie ik dan dat sommige knollen in de doos al beginnen te ontspruiten. Officieel kunnen dahlia's pas na ijsheiligen (half mei) buiten uitgeplant worden, maar je kunt ze al wel eerder binnen in een pot voortrekken, zodat je in mei al meteen een plantje de grond in kan zetten. Des te eerder heb je bloemen!

Nog een laatste woord over het vermeerderen van de knollen. Het is namelijk mogelijk om de uit-de-kluiten-gewassen knollen te delen, waardoor je later twee of zelfs meer knollen van hetzelfde ras kunt uitplanten. Meer voor niks, altijd leuk. Dit vermeerderen kun je zowel vóór de winterrust als erna toepassen. Ik doe het liever erna omdat je dan beter kunt zien aan de uitlopers waar je kunt snijden. De 'ogen' waar de uitlopers uitkomen liggen rond de stengel en er moet minimaal één oog aanwezig zijn anders zal een knol niet uitgroeien. (Dus enkele afgeknipte knollen hebben geen overlevingskans) Probleem is dat die 'ogen' op dit moment niet zichtbaar zijn, ze worden daarom ook wel 'slapende ogen' genoemd. Als je knol meerdere stengels heeft dan kun je al wel makkelijker delen, zolang je zorgt dat aan elk deel een stengel zit. Maar zelfs dan laat ik het liever nog achterwege tot aan het voorjaar, vanwege de wond die dan vlak voor de winterrust ontstaat. Grotere kans op schimmel.

Ik zal in het voorjaar een fotoblog schrijven over het vermeerderen van de knollen. Dan krijg je een beter idee.
Tot die tijd fijne winterrust allemaal! (haha, als dat zou kunnen!)

(p.s. Mir, bij jullie is de garage aan huis helemaal goed om de doosjes in op te slaan, succes!)

Update 2-5-13: Link naar "C: Dahliaknollen delen"

woensdag 31 oktober 2012

C: Halloween pompoen

Zoals beloofd mijn blogverhaal over de pompoen. Nog net op de nipper want vanavond is het Halloween. (Niet dat ik daar veel waarde aan hecht maar als je dan toch een verhaal schrijft over de pompoen, met name over het inkerven ervan, dan komt het zo wel mooi uit.)
De pompoen staat van oudsher symbool voor het binnenhalen van de oogst, en dát wil ik wel vieren!
Op dit moment staat er nu bij mij zo eentje bij de deur:
Dus niet met enge gezichten erin, als verwijzing naar Halloween. Maar met bloempatronen om de zomer vaarwel te zeggen en te bedanken voor de oogst. Als volgt ben ik te werk gegaan.
Allereerst heb ik een niet eetbare pompoen uitgezocht (anders is het zonde, toch?) Deze kocht ik bij de buren van m'n ouders in het dorp voor 2 euro.
Onderin de pompoen maak ik een gat zo groot dat je hand erin past, zodat je de pitjes en draden kunt verwijderen.
 Met een mirette schraap ik daarna de binnenkant wat dunner en gladder. De dikte van de schil is dan zo'n 1,5 - 2 cm.
Daarna begin ik met decoreren. Daarvoor gebruik ik een chirurgenmesje, een guts en een gatenprikker. (en een beetje inspiratie)
De bloemen maak ik door eerst de ene kant in te kerven en daarna de andere kant. Let wel altijd op dat je niet uitschiet want het mesje is erg scherp en de schil van de pompoen is stug (en door de ribbels soms een beetje grillig.) Het mooie van deze techniek vind ik dat je verschillende dieptes creëert, dat zie je later in het schijnsel terug.
Met de guts snijd ik er gekrulde "draadjes" in. Dit werkt het makkelijkste door de pompoen op je schoot te leggen en mee te draaien terwijl je de guts meer stilhoudt. (Met de guts heb je nog veel sneller de neiging om uit te schieten dan met het chirurgenmesje.) Rustig en bedachtzaam werken dus.
Ten slotte prik ik met een gatenprikker nog gaten door en door. Dit om later meer intense lichtpuntjes te krijgen die een spikkelschijnsel kunnen geven.
Als je je pompoen later met een kaars wil verlichten dan moeten er meer, en grotere gaten in voor de zuurstof en de warmte. Vaak is dan de hele bovenkant open en een stuk van de achterkant.
Ik gebruik geen kaars maar in plaats daarvan kerstverlichting (van led-lampjes) die je er van onderaf instopt. Op die manier kan de bovenkant dichtblijven en hoeven er niet zoveel (grote) gaten in.
 In daglicht ziet het eindresultaat er zo uit.
Maar het ware genieten is natuurlijk 's avonds. Als het buiten donker is en de pompoen 'aan' gaat. Het ziet er meteen heel sfeervol en sprookjesachtig uit. Een mooie manier om de herfst te vieren.

Fijne Halloween allemaal!