maandag 3 november 2014

C: Kip in de rui

Nu de dagen weer korter en kouder worden komen we automatisch weer in het rui-seizoen van de kippen terecht. De fase waarin volwassen kippen een compleet nieuw verenkleed gaan aanmaken voor het écht winter wordt. Het is een jaarlijks terugkerend ritueel wat een kip erg veel energie kost. Reden temeer om er even bij stil te staan want niet bij elke kip verloopt de rui hetzelfde. Zo heb je een 'harde' rui en een 'zachte' rui. Waarbij de harde rui inhoudt dat het allemaal sneller maar heftiger verloopt en de zachte rui meer het klassieke verloop in fases laat zien.

Hoe lang een rui al met al duurt is daarom ook moeilijk te zeggen. Hoe meer veren een kip in één keer verliest, hoe korter het over het algemeen duurt. Echte snelle kippen zouden het dan in een dikke maand voor elkaar kunnen krijgen. Maar het kan in andere gevallen, waarin er meer sprake is van gefaseerd veren verliezen, ook goed 3 maanden duren. Gemiddeld kun je aan 2 maanden denken.

Belangrijk is om de kip tijdens de rui wat te ontzien en haar wat extra proteïne bij te voeren om de zware taak van veren aanmaken wat kracht bij te zetten. Zorg dat ze niet teveel stress heeft (o.a. niet teveel oppakken, geen nieuwe kippen introduceren, geen verhuizing etc.) en verwen haar, naast het dagelijkse legvoer wat ze altijd krijgt, met proteïne-rijke hapjes (zoals bijvoorbeeld gedroogde meelwormen (of insecten in het algemeen), gekookte en geprakte eitjes, tonijn en zonnebloemzaadjes.)

Harde rui:

Popo, mijn bruine Orphington kriel van anderhalf jaar oud, kreeg de enigszins harde rui over zich heen. 3 weken terug was er nog helemaal niets aan de hand, geen veertje wat verklapte dat er iets drastisch aan zat te komen. Alles lekker vol en bol zoals het hoort bij dit ras.

Maar twee dagen later vond ik het hok 's ochtend vol met veren. Alsof de dames die nacht een wild kussengevecht hadden gehouden...

Fops, de grijze kip, was nog helemaal intact. Maar Popo bleek heel wat veertjes te zijn verloren. Vooral veel van de pluisveertjes aan de onder- en achterzijde.

Als je haar vleugel optilde zag je duidelijk dat het daar helemaal kaal was geworden en dat er al nieuwe veertjes door aan het komen waren. In eerste instantie zijn dat meer een soort stekels of pennen zoals je bij egeltjes ziet. Deze pennen zijn vrij pijnlijk voor een kip vanwege zenuw- en bloedbanen. Alleen al daarom kun je haar dan maar beter niet (teveel) oppakken. Als zo'n stekel beschadigt gaat ie bloeden, wat weer allerlei vervelend pikgedrag van andere kippen kan uitlokken. Met rust laten dus.

 Ook bovenop haar rug waren duidelijk kale plekken met stekels te zien.

Nog een dag later en het was helemaal overduidelijk dat ze in de rui was, zo verfomfaaid als dat ze eruit zag. Arme Popo, ze heeft haast geen staartje meer over! Gelukkig bleef het weer buiten zacht en redelijk zonnig.

Ongeveer een week later zie je duidelijk dat de nieuwe veertjes zich beginnen te ontvouwen uit de bovenkant van de stekels. Vaak zie je dit ook aan de vele doorzichtige vliesjes die je op de mestplanken vindt. Dat zijn de beschermvliesjes die om de veertjes hebben gezeten en er afvallen of door de kip zelf worden weggehaald. Het lijken net kleine penseeltjes.

Normaal gesproken, al helemaal in een harde rui, stopt een kip met het leggen van eieren. Ze heeft begrijpelijkerwijs al haar energie nodig voor de aanmaak van nieuwe veren. Maar Popo neemt haar taak serieus. Dwars door de rui heen blijft ze trouw haar eitjes leggen. Zo vertederend vind ik dat. 


En ook niet te zuinig hoor. Bovenstaande eieren zijn bijvoorbeeld van afgelopen anderhalve week. Bijna elke dag heeft ze dus wel een eitje gelegd!! Ze is stiekem een super-kip. Dat blijkt wel weer.


Inmiddels is ze 3 weken op weg in haar rui en zijn de grootste kale plekken weer redelijk aan het aangroeien met nieuwe veren.

Op bovenstaande foto zie je duidelijk het verschil tussen de oude veren en de kortere donkerdere nieuwe veren. Al haar staartpennen is ze inmiddels al kwijt en ook haar vleugels missen al een paar van de grote slagpennen. Op dit moment is ze bezig met de veertjes op haar kop. Ze is er nog lang niet maar ik vermoed al wel over de helft.

Zachte rui:

Fops, m'n grijze Orphington kriel pakt het allemaal heel anders aan. Ten eerste is ze een dikke maand geleden al opgehouden met het leggen van eieren. Sindsdien is ze vooral bezig met mooi-wezen. Dat doet ze heel goed.
Pas sinds een paar dagen zie ik bij haar de eerste tekenen van de rui en alles wijst erop dat het bij haar meer op de klassieke manier zal verlopen. Ze ziet er over het algemeen namelijk nog niet echt uit als een kip in de rui vanuit het totaalplaatje.

 Maar als je gaat inzoomen op haar kop en hals zie je daar duidelijk de stekeltjes al zitten. Dit is over het algemeen de plek waar de rui begint. Daarna zal het geleidelijk afzakken naar de rug en borst, daarna de vleugels en tot slot de staart. Fops kennende zal ze daar waarschijnlijk uitgebreid de tijd voor nemen. Ze is over het algemeen een nerveus kipje maar laat zich wat betreft haar kip-taken niet zo druk maken. Eieren leggen, broeds worden? Mwâh.. daar ziet ze het nut niet zo van in, lijkt wel. Ze doet het wel, af en toe. Maar in de verste verte niet met dezelfde overgave als waarin Popo zich in haar kip-zijn stort.

Haha...kippen, het zijn net mensen af en toe.

maandag 13 oktober 2014

C: Recept voor bellenblaas -EXTRA LARGE-


Je hebt van die blogberichten die er een tijdje over doen om eindelijk het licht te zien. Dit is er eentje van. Al maanden ben ik bezig om er werk van te maken maar steeds werd het maar iets verder uitgesteld. Omdat ik niet meteen alle ingrediënten had, of het juiste materiaal, of gewoon te druk was met andere dingen.
En dat terwijl het zo ontzettend leuk en magisch is om te doen! Zelfs een klein beetje verslavend. 

Als hobbymatige zeepzieder heb ik wel iets met zeepbellen. Het is zo feestelijk en vrolijk meteen. Maar ook vluchtig en wonderlijk, al die kleine transparante belletjes in de lucht. 
Maar dat alles valt toch wel een béétje in het niet als je de heeeele grote reuzenbellen blaast die als dansende barbapapa's door de lucht spoken. Dát is bellenblazen voor de serieuze liefhebber, en daar hoef je echt geen kind meer voor te zijn! Het vergt alleen wel iets meer voorbereiding want uiteraard moet je zeepmengsel aangepast worden om zo'n grote bel te kunnen vormen. En ook kun je niet meer met een gewoon blaasstokje aan komen zetten, uiteraard. 

Goed bellenblaas:

Via internet leerde ik dat een goed recept voor grote bellen bestaat uit de volgende ingrediënten:
Water: Gewoon kraanwater is goed.
Oppervlakte actieve stof : In dit geval afwasmiddel. (Niet alle afwasmiddel is geschikt. In Nederland gebruik je het beste het afwasmiddel van Dreft. )
Polymeer: Een polymeer zorgt ervoor dat de zeepbel kan rekken zonder meteen kapot te barsten en wordt als bijna onmisbaar aanbevolen als je grote bellen wil blazen. Een populair natuurlijk polymeer is "Guar Gum" gemaakt van bonen. Soms in natuurvoedingswinkels te koop, in ieder geval wel via webshops op internet.
Ph-aanpasser: Door het gebruik van afwasmiddel veranderd de Ph van het water. Om dit weer aan te passen kun je bakpoeder gebruiken. (Hetzelfde poeder wat je ook in de keuken gebruikt.)
Vochtinbrenger: Hierdoor droogt de zeepbel minder snel uit. Glycerine is een goed voorbeeld. 


Het recept:

- 1 liter kraanwater (warm)
- 40 gram Dreft afwasmiddel
- 1,5 gram Guar Gum
- 2 gram bakpoeder
- 1 theelepel glycerine

Weeg in een klein bakje de Guar Gum af en voeg daar een beetje glycerine aan toe, genoeg om het samen te kunnen mengen. 1 theelepel is vaak al genoeg.

Meng het samen tot een klontvrij geheel. Het komt nooit echt helemaal in suspensie, maar zolang er geen klontjes inzitten is het goed.

Van het 1 liter warme water neem je een kwart (250 ml.) af en verwarmt dat tot heet.

Voeg aan die 250 ml. heet water het Guar Gum-glycerine mengsel toe en blijf dat ongeveer 2 minuten doorroeren. Het water zal er enigszins dikker van worden.

Dit mengen met het overige driekwart (750 ml.) warme water.

Het geheel goed roeren en enigszins laten afkoelen.

Meet 40 ml. van het afwasmiddel af.

En roer dat rustig door het water-Guar Gum-glycerinemengsel. Niet te hard anders gaat het teveel schuimen.

Tot slot nog het afgewogen bakpoeder erbij.

En weer rustig doorroeren. Na een kwartiertje wachten is je bellenblaasmengsel in principe klaar voor gebruik, al schijnt het beter te zijn als je een etmaal wacht voor het beste resultaat. Deze hoeveelheid lijkt niet veel maar toch kun je er heel wat grote bellen mee maken. Genoeg voor een middag plezier!

De bellenblaas-stok:

De bellenblaas-stok is een geval apart, die zul je zelf moeten gaan maken. Gelukkig is ook dat niet al te moeilijk. Wat je nodig hebt zijn:

2 stijve stokken als lange handvatten. (Ik gebruikte bezemstelen, al zijn die wel wat zwaarder als je dit met kinderen gaat doen.)
2 stukken veterkoord (liefst van katoen of andere opneembaar materiaal) De bovenste is dikker en korter (ongeveer 85 cm.) dan de onderste (ongeveer 170 cm.). Dat dikteverschil komt doordat het bovenste koord de drager is van het zeepsop, een dikker koord kan meer sop opnemen.  
2 ooghaakjes. Om het koord aan de stokken te bevestigen.
- optioneel, een gewichtje voor aan het onderste koord. Niet noodzakelijk maar soms wel makkelijker als er meer wind staat. Ik gebruikte een grote kraal die ik met wat dunner touw aan het onderste koord vastknoopte.

De praktijk:

Als er een windje staat, ga dan met de wind in de rug staan. Doopt het koord in het zeepmengsel. Laat het erboven heel even uitlekken en brengt het dan, met de stokken nog tegen elkaar boven je hoofd. Langzaam..langzáám..haal je nu de twee stokken van elkaar zodat het koord zich opent. Door de wind komen er automatisch bellen vanaf. (Als er geen wind staat zul je zelf een stukje achteruit moeten lopen (of in een drafje.))

Als je te lang wacht, en je de bel te groot laat worden, springt ie stuk terwijl het nog aan je koord vastzit. Wil je een bel sluiten dan moet je langzáám de twee stokken weer naar elkaar toe brengen zodat het koord zich sluit (en de bel ook.)

En nu jullie:

Bellen blazen is veel leuker als je niet alleen bent. (Je zult overigens toch wel gauw publiek krijgen dat bewonderend toekijkt) Ik kreeg net m'n ouders op bezoek en dat was natuurlijk bij uitstek het geschikte moment om samen de straat op te gaan. Niet het mooiste weer dus we gingen naar het dichtstbijzijnde parkeerplaatsje.

Kijk eens wat een prachtige bel m'n vader te voorschijn toverde.

Al knapte die wel stuk... dat doen ze ook mooi trouwens. Niet in één keer maar van het koord af naar achteren toelopend. Je ziet het gebeuren. Bij bovenstaande foto is ie op de helft.

M'n moeder werd er helemaal jolig van. "Dit moet je bij een bejaardentehuis gaan doen." zei ze maar steeds. Wat maar weer laat zien dat het zeker niet alleen voor kinderen is.

Zelfs niet alleen voor mensen.. Want later in het bos bleek dat Lucky, een van de wat oudere buurthondjes, er ook helemaal speels en vrolijk van werd. Die bleef achter alle bellen aanrennen in een poging ze te vangen.

Het is echt prachtig om die enorme bellen door de lucht te zien wobbelen. Soms wel een meter in doorsnee. Ze blijven trouwens ook bast lang zweven als de wind ze een beetje omhoog neemt. 
Ik denk dat als ik nóg grotere bellen wil blazen (jááá), ik dan het koord wat langer moet maken. (Zo blijft er gelukkig altijd wel wat te experimenteren over!!) Maar in de tussentijd is dit al meer dan leuk genoeg, echt een aanrader!

(Bron: http://soapbubble.wikia.com/wiki/Soap_Bubble_Wiki)

zondag 5 oktober 2014

C: Zelf maken "Kastanjemeel"

Het is weer de tijd van de tamme kastanjes. Ik kan niet door het bos wandelen zonder ze te rapen, zo massaal liggen ze te pronken. Inmiddels heb ik al een paar kilo geschild en in de vriezer liggen voor komende winter. (Hoe je dat doet lees je hier) Maar om een beetje variatie toe te passen leek het me leuk om ook eens te schrijven over het maken van eigen kastanjemeel. Het is wel redelijk arbeidsintensief om te doen, maar voor wie tijd en tamme kastanjes over heeft is het zeker leuk om eens te proberen.
Ik maakte er heerlijke notenkoekjes van, glutenvrij ook nog! Het recept daarvoor vind je ook hieronder.
En trouwens, voor wie niet de tijd en moeite (of de kastanjes) heeft om zelf meel te maken, het is ook gewoon te koop, dat kastanjemeel. In natuurvoedingswinkels bijvoorbeeld.


Kastanjemeel maken:

Allereerst moet je de kastanjes roosteren. Daarover heb ik al eens uitgebreid geschreven dus gemakshalve verwijs ik je voor dat deel even naar die post terug. (Klik hier. Halverwege het verhaal kun je de uitleg vinden over het roosteren van tamme kastanjes.)

Ik neem niet eindeloos de moeite om alle binnenste velletjes helemaal weg te peuteren. Dan zou het al helemáál monnikenwerk worden. Bij de ene gaat het soms makkelijker dan bij de andere, maar over het algemeen zijn de kastanjes hier vrij lastig helemaal schoon te krijgen. Dus, dan maar met velletjes. Maar wel zonder schil natuurlijk, want die zijn kei-hard na het roosteren.
Ook breek ik ze hier doormidden of verkruimel ze een beetje. Maar dat is meer om te zien of er geen nare beestjes inzitten. (Vooral als kastanjes niet vers geraapt zijn is de kans daarop groter.)

En vervolgens maal ik ze in de keukenmachine zo fijn mogelijk. Het blijft altijd wel een beetje te grootte van broodkruimels. In het kader van meten=weten heb ik ze eens gewogen. Ongeveer 450 gram was het bij elkaar.

Daarna is het belangrijk om de fijne kruimels te drogen. Dat kan door het op een ovenplaat de spreiden (met de oven op de laagste stand en met de klep op een kiertje voor een aantal uur.) Of desnoods boven een warme verwarming voor een dag. Ik heb hier een dehydrator, dus dat is helemaal gemakkelijk. 

Vanwege de ventilator in de dehydrator leg ik er een extra matje op, zodat het netjes blijft liggen. En zo droogt het een nacht op 30 graden C.

Als de kruimels droog zijn kun je ze nóg een keer in de keukenmachine malen voor een nog fijnere structuur. Of desnoods in een vijzel. Al krijg je het nooit zo fijn als traditioneel meel, de structuur zal altijd wat grover zijn. Of je moet een echte meelmaler bezitten natuurlijk. Koffiemolentjes zijn meestal wel beter in het fijner malen van dingen dan keukenmachines, maar die van mij is onlangs doorgedraaid (letterlijk.)
Maar ook wat grover is het prima om te verwerken in gerechten. Het grote voordeel is dat het glutenvrij is en een enigszins nootachtige smaak heeft. De meeste recepten die ik ken gaan echter nooit alleen maar uit van kastanjemeel, het is altijd een combinatie met andere meelsoorten. Ik heb ooit gelezen dat het tot ongeveer 25 tot 30 % van een recept kan uitmaken.
Na het drogen had ik trouwens nog maar 135 gram aan gewicht over. Wat de relatie tussen arbeid en eindproduct gaandeweg dus niet gunstiger maakt. 

Recept notenkoekjes, met kastanjemeel: (glutenvrij & lactosevrij)

Sinds ik glutenvrij moet eten is m'n eetgedrag behoorlijk veranderd. Geen brood meer, dat is de meest ingrijpende aderlating geweest, al moet ik zeggen dat ik het inmiddels niet meer mis. Voor andere deegwaren zoals pizzabodems of pannenkoeken zijn er alternatieven in de vorm van bijvoorbeeld boekweitmeel. Gebakjes en zoete hapjes zijn getransformeerd in andere heerlijke en bovenal gezondere varianten. En ook koekjes hoef ik niet te laten staan. Al moet ik ze wel vaak eerst zelf bakken!

Voor dit notenkoekje heb ik me laten inspireren door de notenkoeken van Bakker Meelmuts. Dé bakker van Eindhoven. Hij staat o.a. op de biologische markt waar ik vaak m'n boodschappen doe. Zijn notenkoeken vonden jarenlang gretig aftrek hier, zoo lekker, maar inmiddels koop ik er alleen af en toe nog maar eentje (voor m'n man, terwijl ik weemoedig toekijk.)

Zo zien ze eruit (na een paar kilometer fietsen onderin de boodschappentas.. haha)
Dit is overigens geen poging om ze te evenaren, dat is onmogelijk. Maar een lekker notig koekje, glutenvrij én lactosevrij is al welkom genoeg!

En uitgangspunt was de 135 gram eigengemaakte kastanjemeel. 

Recept:

-135 gram kastanjemeel
-135 gram amandelmeel (Als je zelf amandelmelk maakt kun je hiervoor ook de pulp gebruiken die je daarvan overhoudt. Wel gedroogd uiteraard.) Klik hier voor de link naar het zelf maken van amandelmelk.
-135 gram boekweitmeel
-135 gram gehakselde noten (Ik had nu pecannoten, hazelnoten, cashewnoten en amandelen, gedeeltelijk fijn én grof gemalen) Als je ze eerst lichtbruin roostert in een droge pan wordt de smaak nog intenser. (Stukjes beetgaar gekookte kastanjes zouden overigens ook niet misstaan hier.)

(Zoals je ziet zijn het allemaal gelijke delen, als je zelf van andere hoeveelheden uitgaat kun je het makkelijk aanpassen.)

-ongeveer 1 pakje bakpoeder (21 gram)
-flinke theelepel zout (naar smaak)
-3 eetlepels basterdsuiker (of andere zoetmiddelen.) (naar smaak)
-eventueel wat kaneel, of koekkruiden (naar smaak)

Smaakstoffen zoals zout en suiker staan niet vast maar kun je naar eigen inzicht toevoegen. Ik ben bijvoorbeeld inmiddels redelijk van suiker afgekickt en heb er minder behoefte aan, maar misschien vind jij het zoeter lekkerder. Je kunt altijd van het deeg proeven voor het de oven ingaat en naar smaak meer toevoegen.

-handje rozijnen. (ach, die waren bij mij net op.. jammer. Met rozijnen of cranberry's of stukjes dadel worden ze net een graadje lekkerder, want plaatselijk zoeter en minder droog, en dus ook minder saai.)
-5 eetlepels gesmolten kokosolie (als alternatief voor boter)
-amandelmelk (Genoeg om het kneedbaar te krijgen, in mijn geval was het nu 100 ml.) 


Rol er balletjes van die je vervolgens een beetje plat drukt en bak ze in de oven goudbruin. Ongeveer 180 graden voor ongeveer 20-30 minuten, afhankelijk van je oven. Ik draaide ze halverwege een keertje om.

 Koud proef je de smaken beter dan warm, dus even het geduld hebben om ze af te laten koelen... en dan vooral aanvallen!!




zondag 28 september 2014

C: Herfst-Moestuin

Ondanks het prachtige weer in deze tijd van het jaar, is het ontegenzeggelijk herfst aan het worden. Ik merk het ook in de moestuin. Er is veel te oogsten en te verwerken maar zo zoetjes aan merk je dat de kracht van de planten wat begint af te nemen. Tijd voor het 5e rondje van dit jaar door de moestuin!






















Links en rechts van het centrale middenpad liggen de twee tuindelen. Links met de klassieke rotatiebakken (waarvan de bakken van de aardbeien, blad-, peul-en koolgewassen nog beplant staan.. en er bij de aardappelen alleen onder de grond nog iets te vinden is.) Rechts het hügelbed, de kruidentuin enz.
We zullen er even langslopen.

Het hügelbed (klik hier voor link) is inmiddels een maand oud. Ik heb het ingeplant met phacelia en rode klaver als groenbemester voor de winter, bedekt met stro en overspannen met gaas. En het pad rondom van houtsnippers voorzien. Achterin, aan de kopse kant is een stukje grond nog kaal. Daar ga ik een groot insectenhotel bouwen... (Wanneer is nog onduidelijk. Dit jaar nog, of toch pas volgend seizoen..?)
Oh, en als je door de spijlen van m'n nieuwe hekje kijkt zie je dat we op het openbare pad tegels hebben gekregen!! Zo fijn want daar is het in de winter en voorjaar altijd zo'n modderboel!

De kruidentuin doet het ook goed, al is de middelste bak vooral nog met extra groenten beplant. (Palmkool, broccoli en rode boerenkool, en nog wat pompoenen en zonnebloemen.) Voor de rest is het vooral kruiden en een beetje bloemen. (Kamille, oregano, munt, komkommerkruid, majoraan, dragon, rozemarijn, afrikaantjes, goudsbloem, rode zonnehoed, zomeralsem, russische dragon, engelwortel, wilde venkel, lavendel, tijm, rucola, oost-ondische kers.) In de winter ga ik er ook nog de grote mierikswortel naartoe verhuizen die nu nog in m'n eigen achtertuin staat. De meeste van die kruiden gebruik ik trouwens ook (vooral) voor de kippen.
En die tuinstoel die ertussen staat...daar zit ik dus nooit!! Blijf altijd bezig en heb geen rust om lekker te gaan zitten. Misschien in het najaar?

Zijaanzicht van de kruidentuin. Met vooraan nog wat van de rotatiebakken. Zie dat ik ook nog bieten heb staan trouwens. Eigenlijk veel te groot gegroeid, maar nog prima voor de beestjes thuis.

Meteen achter de kruidentuin zijn de compostbakken en het stuk grond waar de pompoenen en maïs stonden. Die heb ik twee weken geleden al geoogst en liggen al thuis in de opslag. Dit kale stuk wordt volgende maand gedeeltelijk ingezaaid met de knofloken. En ik wil er deze winter grote gaasconstructies plaatsen voor het maken van bladcompost. Dan is de grond tenminste ook bedekt daar.
Achterin heb ik de bladspinazie ook al weggehaald. Die stond op het punt om in zaad te schieten en ik wilde voorkomen dat ik volgend jaar o-ve-ral nieuwe plantjes krijg. Heb nog zaad genoeg! Alleen de tomatillo's staan.. of, ehum..liggen nog. Ben vergeten ze op te binden...  En helmaal achter in de hoek staan de aardperen. Die kan ik vanaf oktober in fasen gaan opgraven en eten. Genoeg voor een hele winter lang!


De composthopen doen het ook heel goed. Ik blijf ze voeden en ze blijven inslinken. Heb ze al een keer gekeerd, maar vaker steek ik gewoon de riek erin en haal die een stukje omhoog. Op die manier komt er ook lucht in en check dan meteen of het te nat/droog is binnenin de hoop. Het is zaak om vaak af te wisselen, bruin materiaal (zoals verhoute stelen, verdord blad, houtsnippers, papier/karton) met groen materiaal (vers groen van de moestuin). Al het pompoenblad kwam twee weken terug nog als grote hoop ver boven de bakken uit, nu is er alweer ruimte voor nieuw materiaal.
In de winter ga ik de bakken wel gedeeltelijk afdekken door er planken op te leggen. Zodat er niet teveel regenwater in blijft vallen waardoor veel voedingsstoffen kunnen weglekken.

Helemaal links de houten stellage die ik had gemaakt voor de kapucijners. M'n misser dit jaar. Ik had ze eerder moeten afdekken want nu hadden de vogels alles al op voor er echt wat aan kon groeien. Heb er daarna nog gauw wat zonnebloemen neergezet die nu op het punt van openen staan. Ach ja, er is altijd volgend jaar weer!

In het linkergedeelte nog wat groen in de bakken. Wat bieten dus, de laatste courgette-plant, spinazie, andijvie, prei, raapstelen, late mei-raapjes, rode spruitjes en paarse spruit-brocolli. Gedeeltelijk onder netten tegen de vogels en insecten. In één broccoliplant had ik een rupsjesplaag, dat was een kwestie van eenmalig handmatig wegvangen en het was opgelost. (Rupsjes naar de kippen, allemaal blij.) En helemaal achterin zie je de grote fijnmazige pluimen van de groene aspergeplanten. Vanaf volgend seizoen mag ik daar onbeperkt van gaan oogsten want dan zijn ze in hun 4e groei-jaar en zijn ze ein-de-lijk sterk genoeg. Soms is een moestuin erg veel geduld hebben!

Achter de asperges staan de palmkolen (waar de kippen al weken van smullen!) en de herfstframbozen. Daar heb ik nog een houten constructie voor getimmerd zodat de planten mooi aangebonden konden worden, in twee rijen. In het voorjaar had ik al die frambozenplanten opgegraven en opnieuw in opgeschoonde grond herplant. Ze hebben het fantastisch gedaan en ze hebben (haast) geen akkerwinde meer tussen hun takken groeien. Maar ik ben toch nog niet helemaal klaar met ze. Dit jaar had ik namelijk naast de rode ook een paar gele herfstframbozen geplant en die gele zijn echt vele malen lekkerder!! Véél zoeter. Dus de komende jaren ga ik steeds wat uitlopers van de gele framboos nemen en zo langzamerhand de rode grotendeels vervangen. Het blijven sowieso fantastische struiken voor in een moestuin. Omdat frambozen in de supermarkt zo duur zijn maar ook omdat de vogels er vanaf blijven. Geen gedoe met netten enzo.

Even een stapje opzij, naar de andere kant van de asperges. Zo kun je namelijk ook de kas weer zien. Helemaal weer schoongewassen. Tenminste, van de buitenkant dan want binnenin staan nog teveel planten. De schilderingen met kalkverf (zie hier) zijn er weer afgeschrobd want hun functie is voorbij. Het herfstzonnetje is zwakker en minder fel, dus er mag weer onbeperkt licht binnenvallen.

Dat gaat beter door lekker schone ramen. Zo kunnen de tomaten en aubergines nog goed afrijpen.

Want de kas hangt daar nog redelijk vol mee. De meeste mensen hebben hun tomaten al geruimd, maar ik plukte vorig jaar nog tot half november verse tomaten van de plant!! Zolang ik geen ziekte zie laat ik ze zo lang mogelijk staan. Ze zijn ook zo zoet! Daar wil ik zo lang mogelijk van genieten want daar kan geen supermarkt-tomaat tegenop!

En ook de aubergines mogen van mij volgend jaar terugkomen. Wat hebben die veel vruchten gegeven. Even was ik bang geweest dat ze het niet goed zouden doen want de bladeren werden geel en de bloempjes vielen af voordat ze vrucht konden geven, maar dat bleek een kwestie van voedingstekorten. Even bij-gieren en het probleem was verholpen. Idem met de rode paprika trouwens, die kwam heel laat op gang, maar toen ging ie ook echt los! De kas heeft het dus weer perfect gedaan dit jaar!!

Nou, en als afsluiter nu toch maar weer eens een foto van het aller-achterste stuk van de tuin. De schaamteloze wildernis. Ik kom daar al 2 jaar niet aan toe al heb ik er wel grootse plannen voor. In ieder geval wil ik een klein schuurtje gaan timmeren voor het gereedschap en het oppotten. En uiteraard een vijvertje met salamanders en kikkers (met een herpetoloog als man kan dat niet missen natuurlijk) En die arme vlieren en bottelrozen van me moeten daar ook snel voet in vrije aarde krijgen. De druif gaat eruit en de appelbomen moeten worden vervangen. Het is een hels karwij door al die zevenbladwortels die er groeien, wat begrijpelijkerwijs dus veel te makkelijk uitgesteld wordt. Ach ja.. wat zei ik ook alweer?
Er is altijd volgend jaar nog!