zondag 26 juni 2016

C: Over de bloemetjes en de bijtjes

Op het moment dat ik dit schrijf staan de lindebomen al een poosje in bloei. In de buurt waar ik woon staan er een aantal en ik kan het niet laten om er in het voorbijgaan steeds even onder te gaan staan en flink in te ademen. Zo vol en verzadigd is de geur.  En ik ben niet de enige want het gonst en zoemt er van de bijen en hommels die daar haast wel dronken lijken rond te zwermen.
Wat fijn voor al die bijtjes, denk ik dan. Maar ik herinner me tegelijkertijd ook het verschijnsel dat juist veel bijen en hommels sterven bij juist deze bedwelmende lindebomen. Zelf heb ik het ook wel eens gezien, dat er met zekere regelmaat bijen/hommels uit de boom omlaag vielen. Ik dacht eerst dat ze enkel bedwelmd waren door de geur en in katzwijm raakten om later weer bij hun positieven te komen en weg te vliegen, maar het blijkt dat ze echt het leven laten.
Inmiddels is naar dit verschijnsel al uitvoerig onderzoek gedaan, want in eerste instantie werd gedacht dat de linde-nectar giftig zou zijn, maar dat is aantoonbaar weerlegt. Het blijkt juist dat de geur van de bloeiende linde zóveel insecten aantrekt dat er niet genoeg nectar is voor allemaal, en dat de energie die verbruikt wordt voor het rondvliegen en zoeken dus niet voldoende gecompenseerd kan worden door de bloesem. De bijen en hommels raken letterlijk opgebrand en sterven ter plekke in hun poging eten te vinden. Deze sterfte onder de linde komt dan ook vooral voor bij solitaire lindebomen, waar het aanbod dus beperkter is.

Triest toch?

Dat deed me weer aan de bijtjes denken. Ik vermoed dat bij de meeste mensen inmiddels wel is doorgedrongen dat de bijen het moeilijk hebben, maar dat er daarentegen nog de denkfout is dat je daar zelf niet zoveel aan kan veranderen. Er is toch genoeg groen om ons heen in de plantsoenen? Of anders op het platteland? Zo zijn er vast wel voldoende plekken die hun bijdrage leveren en kunnen wij lekker praktisch onze tuinen betegelen want dan heb je ook geen onderhoud. Maar zo zit het dus niet. Plattelandsbijen hebben het zelfs enorm moeilijk want er wordt teveel monocultuur toegepast, teveel gemaaid, teveel bewerkt. Geen bloemenweides meer. Daarom zijn onze tuintjes, in de steden en in de dorpen zo belangrijk geworden.

De meest simpele manier is om een zakje bijenmengsel te zaaien in een hoekje of pot van je tuin/balkon. Die heb je met eenjarige, tweejarige of een vaste plantenmix. Net wat je zelf wil en ze zijn haast overal te koop. Deze geven vooral in de zomerperiode aanbod waarbij alle beetjes helpen.
Maar als je iets specifieker wil zijn dan zou je zeker eens moeten kijken op de site van imkerpedia (hier) Daar vind je namelijk een uitgebreide lijst van drachtplanten met daarbij ook de mate van nectar en pollen die een plant bezit en de betreffende bloeiperiode. Zo kun je nagaan wat je tuin of omgeving in een bepaalde periode mist en met welke plant je dat het beste kunt aanvullen.

In mijn geval heeft het er onder andere voor gezorgd dat ik op mijn moestuin heb gekozen voor een haagje van de gunstig geprijsde gele kornoelje (Cornus Mas) als windkering, aangezien die heel vroeg in het jaar (februari/maart) een hoog aanbod nectar én stuifmeel geeft. En is er ook een voorraad bio plantenbollen (met name krokussen) in de bestelling voor diezelfde reden. Deze zijn biologisch geteeld en geselecteerd op vorm zodat de bijen en hommels goed bij de inhoud kunnen. Ik had namelijk niets staan voor die vroege periode van het jaar die steeds minder zeldzaam warm kunnen uitvallen. Ook is er een borderrand gekomen voor de eenjarige zomerse bijenplanten en weet ik nu ook dat de dahlia's uit m'n tuin een hoog gehalte aanbieden tot in oktober aan toe.
Het zijn de vele kleine beetjes die helpen en hoe meer tuintjes zich aanpassen hoe meer we samen kunnen bereiken. Het is een beetje een cliché, maar daarom niet minder waar.

dinsdag 7 juni 2016

C: Solar power

Het lijkt erop dat m'n kippenhok is verrijkt met zonnepanelen als je zo naar bovenstaande foto kijkt. Maar dat is maar gedeeltelijk het geval. De schuine klep van het legnest op het zuiden blijkt namelijk dé beste plek in m'n tuin te zijn om m'n nieuw gekochte Wakawaka (base 10) op te laden. Dat is een mobiele zonnelader met accu waar ik al een poosje over aan het twijfelen was. Ik wilde iets duurzaams om m'n telefoon e.d. mee op te laden en een mogelijkheid om ook op de moestuin wat stroom te hebben. En dit is het geworden. Ik bedoel het overigens niet als reclame, ook krijg ik hier geen geld voor. Ben gewoon erg blij dat ik 'm nu heb en geniet nu nóg meer van elk zonnestraaltje. Toch weer een tintje duurzamer groen geworden, al is het maar op kleine schaal.

maandag 16 mei 2016

C: Zelf boter maken


Afgelopen voorjaar werd ik een keer ziek. Griepje. Erg genoeg om een paar dagen zielig op bed/bank te liggen met snotlapjes en aspirientjes. Niet leuk, maar gelukkig bedacht ik al redelijk snel, tussen stoombadjes en zoutspoelingen door, dat het de perfecte gelegenheid was om weer eens een oude serie van de BBC op YouTube terug te kijken. "Tales from the green valley" Daarin keren een aantal mensen voor een jaar 'terug' in de tijd, om in 17e eeuwse stijl een boerderij te runnen. Compleet met alle technieken, materialen, ambachten en gebruiken van toen. Heerlijke feel-good-slow-down televisie, perfect voor zieke oogjes.
Tot mijn grote vreugde kwam ik erachter dat dat concept (voor een jaar terugkeren naar een boerderij uit een bepaalde periode) inmiddels vaker was uitgevoerd door veelal dezelfde groep mensen. Want zo zijn er ook de series Tudor Monastery Farm (15e eeuw), Victorian Farm (eind 19e eeuw)  Edwardian Farm (begin 20e eeuw) en Wartime Farm (WOII). Stuk voor stuk verslavend leuke afleveringen die zowel onderhoudend zijn als inzichtelijk. Tenminste, als je van ouderwets zelfvoorzienend boerenleven houdt. En een beetje nostalgische handnijverheid. En wat historische context.

Het was door die series dat ik opeens heel erg veel zin kreeg om zelf boter te gaan maken. Want dat kan dus gewoon! Natúúrlijk kan dat gewoon want hoe deden ze dat anders vroeger dan? Alleen, je moet wel even weten hoe.
Inmiddels weer druk aan het werk (en daarnaast druk met de moestuin) begon ik tussendoor met het zoeken naar meer achtergrondinformatie. En afgelopen weekend kwam het er dan ook echt van, ik maakte m'n eerste portie boter. En dat boterde goed!! Ah, flauw grapje.. Nee, maar écht, heel leuk om te doen en helemaal niet moeilijk ook.

Inleiding:

Je hebt boter en boter. Gezouten of ongezouten, rauwe of gepasteuriseerde, roomboter of margerine. Alles begint met de melk. Vers van de boer of uit de winkel maakt al een groot verschil (vanwege gepasteuriseerd en gehomogeniseerd of niet)

Als je nu zelf boter maakt dan maak je eigenlijk altijd échte boter. Dat is romige boter oftewel roomboter. Een natuurproduct. (Geen margarine of halvarine want die zijn enorm bewerkt.) En zulke romige boter gaat uit van romige volle melk. 

 

Kun je aan verse rauwe melk komen, dan is dat een onbewerkt natuurproduct. Het is niet gepasteuriseerd (al kun je dat thuis zelf alsnog doen als je rauwe melk een eng idee vindt*) en ook niet gehomogeniseerd (waarbij met grote druk en verhitting vetdeeltjes kleiner worden gemaakt waardoor ze mooier in suspensie blijven). Als je rauwe melk een poosje laat staan dan vormt zich als vanzelf een roomlaagje aan de bovenzijde. Supermarktmelk doet dit niet, dus als je niet aan melk rechtstreeks van de koe kunt komen dan mis je het roomlaagje waar het nu net om te doen is. Ook bij de volle supermarktmelk mis je dat. De room zit er wel in, maar door de homogenisatie scheidt het zich niet dus je krijgt het er niet uit. Van de supermarkt moet je in dat geval geen melk halen, maar slagroom. En dan bij voorkeur biologische.


In mijn geval, met een biologische boerderij in de buurt, kan ik aan vers gemolken rauwe biologische melk komen. Dichter bij the-old-days kun je qua melk eigenlijk niet komen. Heb je zelf gekochte slagroom dan kun je de eerste stappen overslaan.

(*) Wil je rauwe melk liever pasteuriseren dan doe je dat door de melk al roerend op het vuur naar 72 graden C. te brengen en daarna zo snel mogelijk weer af te koelen (bijv. d.m.v. koudwater-badjes) Aangezien het wel gepasteuriseerd is maar niet gehomogeniseerd kun je er nog steeds room van oogsten. Stap 3 werkt dan wel anders dan bij ongepasteuriseerde rauwe melk.

Aan de slag:

Werk altijd zo schoon mogelijk!
Stap 1: De melk. Ik haalde 3 liter rauwe melk bij de boer en liet dat een poos in de koelkast staan. Volgens de recepten 12-24 uur. Als je een glazen fles gebruikt zie je na verloop van tijd duidelijk een laagje room bovenop drijven.

Na 16 uur plakte ik er een stickertje op met lijntjes bij de laag. Ik was benieuwd of het laagje na 24 uur nog dikker zou worden maar het tegendeel bleek het geval. Het roomlaagje wordt blijkbaar compacter en dus iets dunner.

Stap 2: Het afromen. Het bovenste roomlaagje is het laagje waar je uiteindelijk de boter mee maakt, dus die zal je moeten gaan afscheppen. Ik stel me voor dat je dat misschien ook kunt afzuigen als je een grote pipet hebt maar ik deed het nu gewoon heel voorzichtig en oppervlakkig met een lepeltje. Vooral niet roeren en schudden want dan vermengt het laagje zich weer, dat snap je wel toch? Van 3 liter kreeg ik ongeveer 1,25 cup room. Grofweg 300 ml. Wel handig als je dus een pot hebt met een grote opening anders is het met een lepel haast niet gecontroleerd te doen. In de grotere potten blijft nu magere melk over. Het is dus niet zo dat je naast de room de rest kunt weggooien. Niks mis met die magere melk.

Stap 3: Fermenteren van de room. Deze stap kun je overslaan als je geen rauwe room hebt (dus gemaakt van rauwe melk, ongepasteuriseerd.) of als je het liever niet wil.
Slagroom uit de supermarkt, ook biologische, heb ik nooit anders gezien dan gepasteuriseerd. En het gaat er nu juist om dat er melkculturen in de room zitten die het licht kunnen gaan verzuren. (Hoewel je wel rauwe melkculturen kunt toevoegen dmv een probioticapilletje wellicht?)
Het maakt de uiteindelijke boter rijker van smaak én beter verteerbaar. In het Engels noemen ze dat cultured butter. Hier zou je het gefermenteerde boter noemen.
Hiervoor laat je de room afgedekt maar niet helemaal afgesloten voor ongeveer 24 uur bij kamertemperatuur staan. Dat klinkt alsof het meteen gaat bederven, maar in eerste instantie gaat het juist fermenteren/verzuren. Vertrouw hier je neus. Een licht zurig geurtje is oké maar het mag verder niet bedorven ruiken. (Mocht er nu een hittegolf rondwaren dan laat je het aanmerkelijk korter staan dan op een koude winterdag, die logica is er ook.)

Stap 4: Schudden, schudden, schudden...oftewel, het karnen. Doe de (eventueel gefermenteerde) room in een grote schone en goed te sluiten pot. Zorg dat je nog ongeveer 2/3 ruimte leegte in de pot overhebt want die ruimte heb je nodig om de room goed te kunnen laten klotsen. Het is nu een kwestie van schudden. Dat hoeft niet als een bezetene, maar wel met regelmatige snelheid. Hoe leg je dat uit, een schud per seconde? Eén-en-twintig...twée-en-twintig...drié-en-twintig...etc.
 
Eerst gebeurt er een poos niet zoveel, maar na 8 minuten merkte ik verandering in het geluid van het geklots. Je ziet duidelijk dat de room niet meer glad is maar brokkeliger wordt.
Nog niet eens een minuutje later zie je dat die brokkeligheid doorzet. Een verschil tussen romige substantie en wat witte waterige substantie.
Amper een halve minuut verder en je bent er al. Je hebt de vetmoleculen nu zodanig op hun donder gegeven dat het is gesplitst in boter en karnemelk.

Stap 5: Afgieten.
Die karnemelk dus, die moet je ook niet weggooien want ook daar is niets mis mee. Die kun je gewoon drinken, of door het pannenkoekenbeslag mengen, ik noem maar iets. Je giet het makkelijk af.
Om er vervolgens voor te zorgen dat de overgebleven boter langer goed blijft zijn er een paar dingen die je moet doen.

Stap 6: Spoelen
Allereerst, de boter spoelen, al het aanhangende karnemelk eraf. Doe dat met koud water, zo koud mogelijk want de boter smelt bij warmte, zoals boter nu eenmaal doet. Ik doe het met een vergiet, maar het kan ook in een bakje water die je een paar keer vult en weer afgiet. Het water moet zoveel mogelijk doorzichtig zijn. En vervolgens..

Stap 7: Weet eigenlijk niet de officiële term voor deze stap, maar het houdt in dat je zoveel mogelijk het spoelwater wegwerkt.
En vanwege de warmte doe je dat beter niet met je handen. Twee platte houten lepels werken goed. Je neemt wat boter op de ene lepel en wrijft dat steeds met een lichte druk over naar de andere lepel, steeds opnieuw. Als je de lepels een beetje schuin houdt dan druppelt er als het goed is wat water vanaf. Ga net zolang door tot dat niet of amper meer gebeurt. Gaat vrij snel al moet je niet in één keer de hele hap boter nemen want dan vallen er ook steeds boterklontjes mee af...of je moet grotere lepels hebben misschien.

Als het goed is wordt je boter er droger en gladder door. Zoals bovenstaande foto de voor en na laat zien. Het lijkt toch opmerkelijk veel op echte boter. Echte échte boter!!

Bijna 100 gram boter. Dat lijkt niet veel op 3 liter melk, maar eigenlijk is het bijna 100 gram boter, een kopje karnemelk en ruim 2,5 liter magere melk wat het eindresultaat is.

Stap 8: Optioneel. Zouten.
Ikzelf heb nog wat zout toegevoegd voor de smaak en houdbaarheid. Ongeveer een kwart theelepeltje. Maar dit kan natuurlijk ook het uitgangspunt zijn van allerlei kruidenboters (zoals onze befaamde zoete kruidenboter met walnoten.) Makkelijk in te vriezen ook. Oh, de mogelijkheden!!


De Bretonse boterpot:

Wat sindsdien ook opeens in m'n hoofd omhoog plopte was een bepaald boterpotje dat ik ooit op een keramiekmarkt had gezien. Even google-en om erachter te komen dat dat officieel een Bretonse boterpot heet. Weten we dat ook weer. Het geniale aan dat boterpotje was dat het een manier boodt om buiten de koelkast (dus te allen tijde smeerbaar) je boter langer houdbaar te houden. Namelijk omdat de boter hiermee ondersteboven in een waterbadje hangt, wat fungeert als een waterslot. Een beetje zout in dat water en het was helemaal optimaal tegen bederf van buitenaf beschermt.  (Al moet je wel opletten dat je niet teveel broodkruimels in je boter achterlaat. Helemaal onfeilbaar is het dus ook niet.) Een koelkast geeft nog altijd de langste bescherming.

Ze zijn er in verschillende modellen. Soms bollig, soms cilindrisch. Soms heeft het binnenpotje extra gaatjes om ook bij minder boter geen grote luchtbel te creëren.

Wat handig dat ik zelf keramist ben. Hoewel niet de grootste draaier ben ik hiervoor toch met veel plezier achter de draaischijf gekropen. Beetje passen en meten, beetje decoreren en glazuren en voila.. M'n eigen boterpotje! Genoeg voor 100 gram perfect smeerbare boter.

Ik voel me nu werkelijk alsof ik met m'n neus ergens in gevallen ben!!!
En mocht m'n moestuin me nog wat meer vrije tijd gunnen dan ga ik ook nog aan de slag met boterstempels. Die zijn vooral van hout maar kunnen ook van aardewerk zijn....hándig!!!

woensdag 23 maart 2016

M: bewaarmap voor posters oftewel een (hele) grote tekenmap

en nieuw
 
 
oud


 


Ooit, in een ver en ver verleden, zeg maar zo'n 20 jaar geleden, heb ik samen met Chantal een grote zwarte tekenmap gemaakt. En ik hoorde laatst dat we samen er ook een voor haar hebben gemaakt, in ruil voor een tekening, van een elf van Rien Poortvliet, lichtjes ingekleurd. Die tekening moet ik ook nog hebben. Hij hangt niet meer aan de muur, maar ik ga hem opzoeken!
 



oude voorkant, tekening van Chantal, van een beest?
oude achterkant, glimmend papier met krassen van ouderdom, zie je het opbollen in de hoek?
Dit formaat, 66 bij 47 cm moet je eigenlijk met z'n tweeen maken om het papier goed te kunnen hanteren en aan te drukken. Het was voor het eerst dat ik zo'n grote map maakte en ik sta er nog van te kijken dat we dat zonder een kreukje en netjes recht hebben kunnen plakken. Toen was het het grootste stuk karton dat ik kon vinden.
Het formaat was eigenlijk net te klein voor de grote stukken papier, die zijn soms toch 50 bij 70...
en ik had het achter een tafel staan, rechtop en dan ook nog eens bij een verwarming in de buurt, dus langzaam maar zeker begon de map wat uit te bollen en zat er langzamerhand meer in dan goed voor hem was.
Een nieuwe dus, en omdat ik het boekbinden weer een beetje 
begin op te pakken, vond ik het tijd voor een groot project!
Het grootste karton is nu 50 bij 70, dus dat ging hem worden.
 
De rug met wat meer ruimte, zodat er wat meer in kon. De kaft in stukken verdeeld, omdat de patronen die ik wilde gebruiken op A4 formaat was en het vèèèèèèl  beter hanteerbaar is. De binnenkant wilde ik wel graag in 1 keer doen omdat het dan mooi glad is en je geen dubbele diktes krijgt. Dat mislukte !! Zo'n groot ingelijmd papier, in je eentje (want geen zin om te wachten en eigenwijs...), is niet goed te hanteren. Al had ik trucjes bedacht en kreeg ik het papier wel in een hoek goed gelegd, het karton begon de lijm al op te nemen voordat ik het aan kon drukken en heb ik het snel weg moeten trekkken, met al beschadigen in het karton... En toen was de buitenkant dus al klaar, naar alle tevredenheid en uren werk.

1 kant
 
en de andere kant
 

De binnenkant daarna met wit A4 kopieerpapier beplakt, met kleine overlappingen. Eigenlijk ook prima. Maar ik kijk met een schuin oog toch nog eens naar die map van 20 jaar geleden.  Hebben we toen toch maar even goed gedaan!

nu: wit, gewoon kopieer a4 formaat, iets overlappend
toen: of  daarna versierd met leuke platen van tijdschriften, alles kan






De oude map heeft nu een inhoud van stukken gekleurd papier en dun karton. De nieuwe map heeft alle posters, inpakpapier, tekeningen en alles wat een kaft zou kunnen worden. En het ligt nu onder het logeerbed in plaats van dat het staat uit te bollen. Veel beter, zelfs gestructureerd en zo. Alles heeft nu zijn eigen plekje.



zie, hoe netjes en geordend... en ook nog passend!
 
Alles heeft een eigen plekje, ja, dat wel, het papier.... Voor het dikke karton, bij mij toch al gauw een cm of 5/6 dik bij elkaar, moet ik nog iets bedenken. Voor een volgende keer...

Een klein boekje of een grote bewaar/tekenmap: het principe blijft natuurlijk hetzelfde. Alles is te maken, een kwestie van gewoon beginnen. Verkijk je alleen niet op te grote stukken papier en de ruimte die dat vraagt, hou het behapbaar, A4 is al best een klus om netjes te kunnen verwerken. En liever iets kleiner en dan zonder kreukels en recht, dan groter en slordig. Maar een veelvoud van A4 of kleiner kan natuurlijk best. Hou het papier van gewone dikte, te dun papier is heel lastig hanteerbaar. Ik heb voor deze map kleurplaten gebruikt, die ik lekker eigenwijs niet inkleur!
 

1 tip nog, het hoeft niet in 1 keer af. Je bent dan al gauw ùùùùùùùren verder...





zondag 21 februari 2016

M: zelf eveloppen-boekje maken

klein enveloppen-boekje


Als een klein en leuk cadeautje, bleek dit een snelle en leuke manier te zijn.
Niet helemaal volgens de boekjes van het boekbinden, maar af en toe eens iets proberen kan geen kwaad, dacht ik zo.
Ik kwam dit op pinterest tegen (het boekje dan) en wist eigenlijk nog niet of het echt handig zou zijn...
Een enveloppen-boekje, heel simpel gezegd een boekje gemaakt van enveloppen i.p.v. losse papieren vellen. En in die enveloppen kun je dan van alles kleins doen. Envelopje dicht, mooi opgeruimd!

En laat ik nou, in de afgelopen december maand tegen mooie gedessineerde enveloppen aanlopen. In verschillende kleuren en motieven. Niet te groot, niet te klein, eigenlijk precies goed.



En hoe leuk zou het zijn om zelf enveloppen te maken, van mooi bestaand papier, of zelf getekend, beschreven, geschilderd, beplakt...









Tijd voor een projectje!
In het kort:
  • Enveloppen mooi verdeeld, 15 stuks in totaal.
  • met perforator de gaten gemaakt in enveloppen, aan de onderzijde 
  • lintje erdoorheen  en vastgelijmd met onverdunde boekbinderslijm
  • Karton op maat gesneden, net iets groter dan de enveloppen. In 2 delen dit keer omdat ik het goed open wou kunnen doen.
  • karton geperforeerd.
  • karton met gekleurde duct-tape beplakt (hoe leuk! van de Action...). Alleen het karton dit keer, niet de "rug" (zie hier de technieken van het beplakken bij de tekenmap)
  • perforatergaten weer doorgeprikt met dikke naald of priem, van buiten naar binnen
  • lint door enveloppen en karton gehaald, strikje erin
  • klaar!

Een highlighter gebruikt om de maat van de perforator goed te houden. Niet alle enveloppen konden in 1 keer door de perforator.



Een lintje van een boeket bloemen, voldoet prima
 
 
Beetje straktrekken en vastzetten met onverdunde boekbinderslijm


Het boekblokje is klaar, nu de kaft nog en in elkaar zetten, zie hoe de lijm een glimmend laagje achterlaat op papier. Voor de binnenkant niet erg, als je papier gebruikt bij de kaft is dit jammer. Niet knoeien dus...


 
de kaft in wording




 
mooi de hoekjes bijsnijden, net kaften...
 
 
 de 2 delen van de kaft worden aan elkaar geplakt, eerst de buitenkant, dan afwerken aan de binnenkant. Zorg dat de kneep goed aangedrukt wordt, dan kan het makkelijker bewegen.

 
eerst de buitenkant kaften (groen) en dan mooi afwerken aan de binnenkant (met rose)

 
de binnenkant met duct-tape gedaan. De uiteindes niet aandrukken maar meteen bijsnijden met een afbreekmesje en voorzichtig de tape weghalen


 kijk, ziet er mooi uit , toch?



 
keuzes... rose of groen lintje om alles aan elkaar te maken


met een priem of (haak) naald door de duct-tape gaan. lintje erdoor frommelen met (haak)naald, door de kaft, het boekblokje en weer de kaft , andere kant weer terug, strikje erin, klaar!

 
de groene gemaakt door mij, met de vlinder door de vriendin van mijn zoon

 
de achterkant met de ooievaar door mijn zoon
 

deze gaat gebruikt worden om gedroogde bloemblaadjes in te bewaren


Oude kalenders (zie: vlinder en ooievaar), tekeningen van je (klein)kinderen, tijdschriften, kranten, spreuken van je scheurkalender, kleurboeken, echt alles kan als kaft dienen!
Het hoeft ook niet in 1 formaat, kleinere formaten , net iets overlappen, kan ook prima.


Met het precies meten en bedenken van alles ben je langer bezig dan met het in elkaar zetten. Maar is dat eigenlijk niet bij alles zo??
Hierbij de maten zoals ze bij dit project waren:

enveloppen zelf: iets verschillend, maar ik ging uit van de grootste maat, 16,2 bij 11,4 cm
de kaft maak ik aan alle kanten , behalve de rug, 2mm groter . Dat ziet er mooier uit en zit het boekblok er mooi binnenin. Iets verschil valt dan ook minder op... De rug van dit boekje is hier open, dus daar hoef ik niks bij te tellen.
kaft bij de rugkant: 2,0 bij 11,8 cm (2 mm groter dan de envelop aan beide kanten en die 2 cm komt mooi voorbij de perforatiegaten)
kaftgedeelte dat kan openklappen: 11,8 bij 14,0 cm (tussenruimte (kneep) om de kaft te kunnen bewegen is 4 mm)  Sommetje in cm: 16,2 als envelopmaat + 0,2 voor de kaft= 16,4 . Dit -0,4 voor de kneep=16,0. Dit -2,0 voor het vaste gedeelte van de kaft =14,0 cm

 
Tijd zal nog moeten uitwijzen hoe handig een envelopboekje is en hoe sterk de duct-tape is in plaats van het boekbinderslinnen dat je normaal hiervoor gebruikt)

 
                                                       dit boekje is vergeven,               

 
deze ook,
 
en toen hadden we er nog 1... (de groene)
 
 
en daar is ook een plekje voor gevonden inmiddels! Een verjaardag van een nichtje, wordt alweer 14, met als verjaardagswens: geld, dat is toch veel leuker in zo'n boekje verstopt dan in een enkele kaart of losse envelop...
 
Op naar een nieuw project!