maandag 14 juli 2014

C: Workshop: Destilleren

Afgelopen weekend heb ik een workshop (stoom)destillatie gevolgd. (Niet verwarren met distilleren trouwens, want dan heb je het over het stoken van alcohol!) Destilleren is een methode om etherische oliën en hydrolaten (bloemenwaters) te maken en aangezien ik veel met etherische oliën werk (bij het zeepmaken, schoonmaken, sfeermaken, etc.) én me inmiddels wel een half kruidenvrouwtje kan noemen, paste dit heel mooi in mijn straatje. Dat wil zeggen, hydrolaten heb ik al wel vaker gemaakt, dat kan vrij eenvoudig thuis in je eigen keukentje,  maar etherische olie....dat is even andere koek.

Vorig jaar had ik mezelf in een hele gulle bui al een destilleerketel cadeau gegeven. Dat wilde ik al zooo lang, maar vanwege de prijs stelde ik het steeds maar uit, afwachtend of daarmee ook de interesse vanzelf zou wegebben. Maar nee, integendeel juist. Dus uiteindelijk kwam dan toch op een mooie winterdag het bestelde pakketje uit Portugal binnen. Een heuse ambachtelijk gemaakte alambiek van 10 liter, handgeslagen koper, prachtig vakmanschap. Alleen... nu de kennis nog om het op een goede manier te gebruiken! (Ik heb 'm zelfs nog niet helemaal in elkaar gezet.)

Voor informatie hoef je eigenlijk niet lang te zoeken. Vrij snel kom je al uit op de blog "In de koperen ketel" van Henk Ploeger. Daar is al heel veel theorie te vinden over stoomdestillatie en het maken van je eigen etherische olie. Maar, nog leuker, hij geeft ook workshops! En dan ook nog zowat om de hoek, in ons eigen Brabant! Dus daar hoefde ik niet lang over na te denken, zo'n kijkje in de keuken van een geoefende destilleerder. Afgelopen weekend was het dan ook eindelijk zover. De workshop "Lavendel (Lavandin) destilleren"!

In de achtertuin van Henk, extra overspannen met zeil vanwege mogelijke regenbuien die gelukkig nooit kwamen, stonden de spullen al klaar. Met 6 andere deelnemers was het naar zijn zeggen de eerste keer dat de mannen in de meerderheid waren. Een mooi divers clubje. Henk had verschillende destilleerapparaten staan, van koper, rvs en glas.. En ik had natuurlijk gehoopt dat we in zijn koperen ketel zouden gaan destilleren, zodat ik daarvan de kunst kon afkijken, maar vanwege gemak en formaat werd het de rvs-ketel. Het principe werkt overigens precies hetzelfde.


  1. De ketel moet een warmtebron hebben. Dat kan (als het formaat van de ketel het toelaat) je fornuis zijn. Of zoals hier via een gasbrander met losse pit buiten. Of, helemaal ambachtelijk, op een kampvuurtje. (Dat laatste geeft wel iets meer regelwerk tussendoor, qua warmteverdeling.)
  2. De grote ketel is het vat waar de plantmaterialen ingaan. Binnenin dit vat zit onderop eerst een laag water (hier 20 liter!) en een stuk daarboven hangt een rooster. Op dat rooster ligt een gaasdoek waar (ruim 3 kilo) gedroogde lavendelbloemen op gestort liggen. Het is heel belangrijk dat het plantmateriaal het water niet raakt maar dat alleen de stoom van dat water in contact komt met de lavendelbloemen. Het uiteindelijke product wordt daar zuiverder van omdat zo plantbestanddelen niet oplossen in het kookwater maar meteen door de stoom daarvan weggevoerd worden om elders te condenseren.
  3. Die hete stoom stijgt dus op en neemt onderweg de bestanddelen van de lavendel mee. Om niets van die stoom te verliezen is de deksel hier afgesloten met aluminiumtape. (Van oudsher werd dat met een roggepapje gedaan.) Eenmaal boven kan de stoom dan alleen maar de kant van de schuine buis op, die richting de koeling leidt.
  4. De ketel waarin gekoeld wordt is gevuld met water waar de buis (waar het stoom inzit) spiraalsgewijs in naar beneden loopt, en die vooraan onderin de ketel naar buiten een afvoer heeft. Het koelwater is overigens niet koud, gek genoeg, maar bovenin redelijk heet, in het midden lauw en beneden koel. Zo kan de stoom geleidelijk koelen en wordt het niet "plakkerig". Rechts van de koelketel zie je onder en boven een kraantje zitten, daarop zit de aan- en afvoer van een tuinslang gekoppeld die eventueel wat koud water van onderaf kan aanvoeren als het koelwater te heet wordt.
  5. Ongeveer 10 cm. van de bodem af zit aan de voorkant de afvoer van de spiraalbuis. Daar druppelt vervolgens het gecondenseerde stoomwater (waar etherische olie in meegenomen zit.) naar buiten waar het wordt opgevangen. Henk gebruikte hier een zogenaamde Florentijnse vaas voor. Een glaswerk dat de etherische olie makkelijker van het gecondenseerde stoomwater kan scheiden (doordat de olie op het water blijft drijven en zo af te gieten is.)
  6. Het vocht wat onder het drijvende olielaagje uit die Florentijnse vaas druppelt (bij de linker foto boven) en in een grote rvs kan wordt opgevangen, is het stoomwater zonder de etherische bestanddelen. Oftewel het pure hydrolaat (of bloemenwater). Als je destilleert kun je dus zowel etherische olie als hydrolaat 'oogsten'. 

Uiteindelijk wordt de vloeistof uit de afgegoten Florentijnse vaas (dus vooral de achtergebleven etherische olie met vaak nog wel een klein beetje hydrolaat) overgegoten in een scheitrechter, die kan ook het laatste beetje hydrolaat-water afvoeren. Van daaruit wordt de etherische olie gefilterd en in flesjes gevuld en afgetapt.

En ziedaar, anderhalf uur later stond daar ons eigen gebrouwen potje  'Lavandin' etherische olie klaar, 10 ml.! Nog een maandje laten narijpen en het is klaar voor gebruik!
De opbrengst voor Henk was trouwens groot. Groter dan hij zelf verwacht had. Dat kwam omdat hij dit keer voor het eerst met gedroogde lavendelbloesem werkte en niet met vers plantmateriaal waar ook altijd wat van stengels en bladeren bijzit, en meer vocht. (Bij lavendel kan dat trouwens, van de gedroogde vorm uitgaan. Dat is niet bij alle planten zo).

Naast het hele proces van lavendelolie maken gaf de workshop ook wat theorie en praktijk over etherische olie en destilleren in het algemeen met zich mee. Zoals informatie over welke planten geschikt zijn, hoe ze hun etherische olie aanmaken, opslaan en afgeven. Wat precies de samenstelling en geur beïnvloedt. Hoe je geur zou kunnen analyseren en omschrijven.
We kregen een hele hoop verschillende soorten lavendelolie te ruiken, om de verscheidenheid te vergelijken en proberen te omschrijven. (Oef, en het rook sowieso al zo lekker naar lavendel intussen. Eigenlijk was het een wonder dat we nog een beetje alert bleven na zoveel rustgevende geurtjes om ons heen!) Er waren daarnaast ook meerdere geursessies over het verschil tussen een complete etherische olie en een enkel geïsoleerd bestanddeel daarvan. Erg interessant om daar je neus eens in te kunnen steken.

Enigszins 'beneveld' weer richting huis. Met een hoofd vol luchtjes.
De volgende dag kregen we nog een flinke syllabus in de mail met een hoop van de theorie daarin beschreven. En de link naar Henk's verslag van deze middag. Klik hier.
Een aanrader dus, zo'n workshop etherische olie destilleren.

Voor degenen die liever eigenhandig aan de slag willen zal ik deze week trouwens nog het doe-het-zelf-verhaal posten over het maken van een  hydrolaat (dus het bloemenwater) in je eigen keuken. Dat is helemaal niet zo ingewikkeld en een leuk handigheidje om eens uit te proberen en daarna te gebruiken. (Een hydrolaat is overigens niet hetzelfde als water waar druppeltjes etherische olie inzitten, zoals je misschien zou denken. De samenstelling is heel anders. Daar zal ik dan ook over schrijven.)
Ik doe het dan trouwens niet met lavendel, want na deze workshop was het helemáál duidelijk, een hydrolaat van lavendel ruikt eigenlijk helemaal niet zo lekker. Niet frissig zoals de etherische olie, maar eerder muffig. Dus in plaats daarvan ga ik m'n muntplanten eens flink toppen voor een munt-hydrolaat. 
Hmmmm, lekker fris....stay tuned!

Update..Voor het zelf maken van hydrolaat: klik hier

dinsdag 8 juli 2014

C: Doe-het-zelf: Deodorant

Ik spijbel een beetje, want ik heb eerder (...goh, bijna 2 jaar geleden alweer...) over het zelf maken van deodorant geschreven, hier. Maar ik vond dat het wel wat meer podium verdiende. Dus toen m'n eigen potje leeg raakte en ik toch een nieuwe lading moest bereiden, besloot ik maar meteen een fotoverslag van het hele proces te maken. En voor de gelegenheid ook maar meteen een íets luxere en uitgebreidere uitvoering dan die van de eerste beschrijving. Het is immers volop zomer nu, nietwaar? (Al valt vandaag de regen met bákken uit de lucht.  Zucht.)

Waarom zelf maken?

Er zijn veel dingen die ik graag zelf maak, zodat ik precies weet wat voor ingrediënten ik gebruik en invloed heb op de puurheid daarvan. Maar als er één product is waarvan ik overtuigd ben dat je het beter zelf kunt maken dan is het deodorant. De reden daarvoor is omdat de reguliere deo's uit de winkel in bijna alle gevallen aluminium chloorhydraat bevatten. Ik ben eens voor zo'n schap gaan staan en kon er geen één vinden die dat niet als ingrediënt had.
Nu is over aluminium chloorhydraat veel controverse te lezen op internet, waarbij het mij inmiddels onduidelijk is of het nu wel of niet een correlatie heeft met borstkanker. De ene bron beweert dat er geen wetenschappelijk bewijs is, de andere bron is daar juist heel stellig in... Hoe dan ook, ik wil het niet onder m'n oksels spuiten, klaar. Vorig jaar heb ik voor het eerst een keer een mammografie moeten laten maken omdat er iets niet pluis leek. Gelukkig bleek het allemaal in orde, maar ik moet je zeggen.. daar in het ziekenhuis, eerst zo'n foto en daarna een echo, dan komt het allemaal akelig dichtbij.   
Dus bewijs of niet, als een effectief alternatief zo gemaakt is, van eerlijke ingrediënten en naar eigen inzicht aan te passen, waarom zou je het dan niet eens proberen? Ik ben er in ieder geval heel tevreden over, en als ik internet mag geloven óók een heleboel andere vrouwen over de wereld die dit (of een soortgelijk) recept gebruiken.

De ingrediënten:

Voor het maken van deze deodorant-versie heb je de volgende ingrediënten nodig:
  • 3-6 eetlepels kokosolie
  • 125 gram arrow root (alternatief maizena)
  • 125 gram zuiveringszout (Baking Soda/ Natriumbicarbonaat)
  • optioneel: 5-8 druppels etherische olie (hier lavendel en tea-tree)
  • optioneel: 3 eetlepels gedroogde bloemen (hier lavendelbloesem & goudsbloem)

Kokosolie kun je tegenwoordig op meerdere plekken kopen, zelfs al in sommige gewone supermarkten. Maar in ieder geval in toko's, natuurvoedingswinkels of in de Tuinen. Je hebt ook een geurloze variant (zou ik kiezen tenzij je een beetje naar kokos wil ruiken uiteraard.) Het is hetzelfde spul als waar je ook in kunt bakken en braden en dat lijkt in eerste instantie gek want je smeert toch ook geen margarine onder je oksels? Maar kokosolie bevat veel anti-bacteriële eigenschappen en werkt verzachtend voor de huid. Bovendien wordt het ondanks het gebruik van deze olie geen vette boel onder je oksels! Echt niet.
De reden waarom het recept 3-6 eetlepels aangeeft is omdat het voor iedereen verschillend is wat prettig werkt. Wat droger of wat smeerbaarder. Je merkt bij het mengen vanzelf wat voor jou het beste is.

Verder gelijke delen (125 gram) van zuiveringszout en arrow root. Zuiveringszout vindt je vaak bij Toko's. (Maar ik koop de mijne altijd bij de Sligro.) Arrow root vind je bij natuurvoedingswinkels, als alternatief kun je ook maizena gebruiken.

Je kúnt de kokosolie au-bain-Marie smelten om het mengen wat makkelijker te maken. Bij kamertemperatuur is het namelijk soms nog steeds redelijk vast. (Het is dus afhankelijk van hoe warm de omgeving is of je het rechtstreeks uit de pot kunt mengen of dat je het wat zachter moet maken.)
In dit specifieke geval maak ik de deo echter net iets luxer door van de kokosolie een maceraat te maken. Dat betekent dat je in de vloeibare olie kruiden en/of bloemen laat trekken die iets van hun geur en geneeskracht afgeven aan de olie. Dus in dat geval moet je de olie wel zachtjes laten smelten.

Omdat dit straks een deodorant gaat worden die je op de gevoelige huid van je oksels smeert, maak je liever een aftreksel dat verzachtend en anti-bacterieel werkt. Ik kies hier voor gedroogde goudsbloemblaadjes en lavendelbloesem. (Meer info over het drogen van goudsbloem (calendula) vind je hier, en over het drogen van lavendel hier.)
Op het moment dat het water in de pan ging koken zette ik het op een klein pitje bovenop een vlamverdeler. Daarna ging pas de bovenste schaal erop met de kokosolie en de bloemblaadjes erin, en heb het zo ongeveer 2 uur zachtjes laten trekken. Tot slot is het een kwestie van de blaadjes eruit zeven en de olie opvangen.

En kunnen alle ingrediënten bij elkaar gevoegd worden. Als je etherische olie gebruikt, gebruik dan maar een kleine hoeveelheid en liefst ook hier zachte en antibacteriële oliën (die je eventueel ook puur op je huid zou kunnen gebruiken) zoals lavendel en tea tree. Niet teveel druppels, hooguit 10. Je moet het zo bekijken, je maakt een deodorant die geurtjes gaat neutraliseren en niet zozeer een deodorant die je een wolk lavendelgeur meegeeft. Hou het subtiel.

Mengen met de bolle kant van een lepel werkt voor mij het best. In het begin is het heel taai en kruimelig. Eventueel kun je wat extra kokosolie toevoegen.

Zoals ik net al zei: Het is maar net wat je zelf prettig vind qua consistentie. Zoals bovenstaande foto vind ik het persoonlijk nog steeds wat te kruimelig.

Maar nu is het voor mij perfect. Enigszins pasteus, maar niet té vloeibaar. In een koudere badkamer wordt het vanzelf weer wat stijver dus de zachtheid is niet allesbepalend, het is eerder dat de verhouding tussen kokosolie en de poeders lekker moet voelen.

Giet het in een schoon (gesteriliseerd) potje en plak er desnoods een etiket op. (Ik heb me weer eens uitgeleefd op "Handlettering" zoals dat heet.) en klaar ben je. Je kunt trouwens zien dat door de goudsbloem de kleur van de deo iets minder wit is geworden, lijkt het haast nóg authentieker. Ha!
Voor gebruik haal je 's ochtends een kleine hoeveelheid uit het potje (denk: knikker) en warm het een beetje op in je handen. Smeer het daarna onder je schone, droge oksels en meer is het niet.

Voor de volledigheid:
Ik heb er zelf nooit last van gehad maar ik heb wel heel af en toe gelezen dat er soms mensen zijn die jeuk en bultjes onder hun oksels krijgen bij het gebruik van huisgemaakte deodorant. Soms pas na maanden gebruik zonder eerdere problemen. En dat lijkt me behoorlijk irritant. Al is het percentage mensen die dit overkomt maar heel klein. Toch, om te voorkomen dat je daar eventueel last van krijgt kun je het volgende doen.

Koop een fles appelazijn en hou er een klein gedeelte van in je badkamer. Voordat je de deodorant aanbrengt dip je heel even met een (eventueel natgemaakt en uitgeknepen) katoenen doekje in de appelazijn en veegt even langs je oksels. Appelazijn ruikt niet erg deo-fris, maar de zure geur verdwijnt helemaal als het opdroogt. Dus geen hele kwats azijn gebruiken, een licht vliesje is voldoende. Mocht je net je oksels geschoren hebben dan kan het even licht prikken. In dat geval kun je beter een verdunde versie gebruiken, dus op een licht natgemaakt doekje. Anders kun je de azijn ook puur gebruiken.
Daarna de deo opbrengen en je bent klaar voor de dag. De appelazijn zorgt ervoor dat de zuurgraad van de huid onder de oksels herstelt. (Er zijn trouwens mensen die alleen deze appelazijn-methode gebruiken als anti-zweetluchtproduct en voor wie dat ook afdoende helpt.)

Helemaal voor de volledigheid:
Dit hele recept gebruik ik eerlijk gezegd alleen in de zomer, of in de warmere maanden. Vanuit praktisch oogpunt eigenlijk. Want als het buiten kouder wordt, wordt ook onze onverwarmde badkamer ijskoud. En daarmee ook de kokosolie in dit recept waardoor het niet echt heel handig te gebruiken is. Je moet het dan zowat uit het potje schrapen en daarna zien op te warmen in (vaak) toch al koude handen. Heb je zelf altijd de verwarming aan in je badkamer dan is het geen probleem uiteraard, maar ik verander en vereenvoudig  het recept gewoon een tikkeltje. Namelijk naar een spray. Je hebt dan nodig:

  • Een sprayflesje
  • Gedestilleerd water
  • Zuiveringszout
  • optioneel: Etherische olie
Vul het flesje met water en los er de zuiveringszout in op. (Ongeveer in de verhouding van 1 eetlepel zuiveringszout op 100-150 ml. water) Eventueel een paar druppeltjes etherische olie en goed schudden voor gebruik. Even sprayen, klaar.  Het werkt wel minder langdurig dan het recept met kokosolie maar in de winter is dat ook minder nodig, komt dat even mooi uit.


Iets meer over zweet en lichaamsgeur:

We zweten van nature vooral om af te koelen. Dat gebeurt in ons lichaam automatisch en werkt continu, dag en nacht. Bij extreme warmte, inspanning, of stress merk je dat het best. Zweetdruppels op je voorhoofd, klotsende oksels, zweethanden.. we kennen het allemaal. Maar ook als je gewoon rustig op de bank zit of ligt te slapen verlies je vocht door verdamping. De een zweet wat meer of sneller dan de ander, daar zit erfelijkheid en hormoonhuishouding achter, al helpt het dragen van synthetische kleding ook niet echt.

Nu heeft dat zweetvocht van zichzelf eigenlijk geen geur. De geur (je lichaamsgeur dus, in allerlei varianten van lekker ruikend tot afstotelijk) komt vrij als huidbacteriën dat vocht (wat proteïne bevat) gaan afbreken in zuren. 
Voeding, hormonen, algemene gezondheid, hygiëne en medicijngebruik hebben allemaal in meer of mindere mate invloed op hoe je ruikt.  Je kunt dus eigenlijk stellen dat de mate van zweten (veel of weinig) en de samenstelling van dat zweet (bij afbraak) bepaald hoe je ruikt (lekker of vies). 
Genoeg water drinken, niet al te kruidig eten (curry's, ui en knoflook zijn befaamd) of te proteïnerijk, zijn simpele manieren om het een beetje binnen de perken te houden. Maar verder ben ik ook geen expert hoor. Ik denk altijd maar, niets ruikt zo vies als lui zweet. Dus lekker aan de slag dan maar, met het maken van een gezonde pure deo bijvoorbeeld!

vrijdag 4 juli 2014

C: Vanaf nu zijn we op Pinterest


De oplettende lezer had het misschien al gezien... een paar dagen geleden is er een klein icoontje links in de zijbalk bijgekomen. "Follow me on Pinterest" staat er. En dat betekent dus dat we eindelijk een account hebben aangemaakt voor deze blog op Pinterest ! Hèhè.

Waarom?
Euh, nou. Ten eerste omdat Pinterest heel inspirerend werkt. Als "pinner" kun je allemaal mooie afbeeldingen bij elkaar verzamelen, naar welke categorie je ook maar wil, die zo als een soort moodboard kunnen werken. Af en toe kun je die dan doorkijken en er enorm veel inspiratie mee opwekken. Dat is op zich al een geweldige feelgood-motivator.
Maar daarnaast kan het ook als makkelijke verzamelplek dienen voor links die naar interessante of informatieve websites (of blogs) verwijzen. Zo heb je in één simpel overzicht allemaal informatie bij elkaar gegroepeerd staan wat je her en der in de loop der tijd op het web bij elkaar gescharreld hebt. (en dus heel makkelijk weer op kunt zoeken.)

Dus.. als het voor mij als gebruiker al een leuke manier is om vondsten op het web te kunnen beheren en delen, dan is het óók een leuke plek waar we onze eigen blogposts aan mee kunnen laten doen. Zo kan het door meer mensen opgemerkt en gedeeld worden.
En niet om nou heel hebberig zieltjes te winnen. Maar gewoon, het is fijn als je werk gezien wordt, toch?

Volg je de link dan kom je op ons account waar we in ieder geval alvast de verschillende categoriën/prikborden hebben staan van posts die ook op de blog zijn verschenen. Onderverdeeld in "Huis", "Tuin", "Keuken" en "Kip"(beestjes). Zo is het makkelijk te "pakken" voor op je eigen prikbord.
Maar er komen natuurlijk ook gaandeweg andere prikborden bij. Zowel Mirjam als ik kunnen er afzonderlijk van elkaar dingen opzetten en dat kan van alles zijn wat ons inspireert of informeert, en wat enigszins te maken heeft met onze blog.
Zo heb ik er alvast een hele hoop illustraties opgezet van allemaal illustratoren die moestuinen, groente en fruit hebben getekend. Blij wordt ik daarvan, en jullie misschien dus ook wel.
Kijk maar eens een keertje als je het leuk lijkt. See you on Pinterest!

woensdag 2 juli 2014

M : eten uit de moestuin

De laatste loodjes van een schooljaar..., en met een man en 2 kinderen in het onderwijs is dit ongeveer de drukste en vervelendste periode van het jaar. Testweken, afsluitingen, projecten, en dat met je hoofd al bijna in de vakantie-stemming. Dit jaar spant de kroon, met ook nog eens een kind en man die continu tegen ziek zijn aan zitten. Dus dan is een moestuin wel erg lekker om je even in terug te trekken.
En op een onbewaakt ogenblik kwam ik in de Libelle die ik van mijn schoonmoeder kreeg dit stripverhaal tegen. Ik moest er erg om lachen. (al heb ik geen man die helpt in de moestuin, dat is echt mijn "ding" en dus ook alleen mijn werk...)




Nu is Jan, Jans en de kinderen jeugdsentiment, we hebben ongeveer alle stripboeken vroeger herlezen en herlezen. En waren we zelf ongeveer een Jan, Jans en de kinderen-gezin. Vroeger meer in de rol van de kinderen, nu inmiddels meer herkenbaar in Jan en Jans...

dinsdag 1 juli 2014

C: Eigengemaakte groentebouillon (van restjes)

Oké, dit is niet zozeer een recept als wel een "methode", want over het zelf maken van bouillon zijn natuurlijk al voldoende blogs geschreven. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik als verstokte doe-het-zelver, die van koken houdt én een eigen moestuin heeft, opvallend vaak gewoon de kant-en-klare bouillonblokjes gebruik. De keren dat ik zelf groentebouillon heb gemaakt zijn op twee handen te tellen. En dat is eigenlijk jammer want huisgemaakt is de smaak zoveel rijker en puurder.
Maar met deze nieuwe methode (haha, nieuw? lacht m'n oma.) komt voor mij de lol er weer helemaal in. Nu ik bijna alleen nog maar biologische groenten koop (of zelf oogst) krijgen ook de snijrestjes een tweede taak vóór ze op de composthoop gaan (of bij de wormentoren, of bij de kippen.)
En dat voelt lekker..  niets verspillen als het niet hoeft en het ook niet al te veel moeite kost.

Alle uiteinden of schillen van allerlei soorten groenten worden in de loop van de tijd opgespaard in een diepvriesbakje.
Noem maar op: Uienschilletjes, pompoenhuidjes, champignonsteeltjes, schillen van de zoete aardappel, knoflookvelletjes, peultjes-topjes, afgeritste steeltjes van kruiden als rozemarijn of tijm, kontjes van wortelen, courgette, pastinaak, venkel, etc. etc. Bijna álles kun je ervoor gebruiken, al worden restjes van koolsoorten vaak afgeraden, die kunnen de bouillon wat bitter maken. En kijk natuurlijk uit met bespoten groenten.

Als je genoeg bij elkaar hebt haal je het uit de vriezer. (Op bovenstaande foto is die witte aanslag dus géén schimmel maar vorst, even voor de duidelijkheid!) En nogmaals, het is geen exact recept, hoeveel is genoeg? Dat ligt eraan hoeveel je in één keer wil maken.

Bij mij is het bakje uitgestort ongeveer een bord vol. Maar heb je meer of minder dan is dat ook goed.

Ik stop alle restjes in een schone kaasdoek en bind dat vast. Dat hoeft niet trouwens, je kunt ook alle restjes gewoon zo in de pan laten drijven. Maar soms is het wel handig als je de restjes er later makkelijk tussenuit kunt vissen.

Want er gaan naast de restjes ook nog een paar andere ingrediënten bij om tot een krachtige bouillon te kunnen komen. Hier als voorbeeld ui, wortel en bleekselderij; ook een beetje knoflook, wat laurier en rozemarijn en tijm. Oja, en peper en zout uiteraard.
Maar voor een bouillon wordt ook wel prei, venkel, tomaten, champignons, knolselder, peterselie, kervel, salie, dragon etc. gebruikt. Maak je eigen combinaties afhankelijk van het seizoen of wat je lekker vindt.
Ook ongeveer een bord vol. Dus in verhouding één helft restjes en één helft volle groenten. En nu zie ik mezelf dit opschrijven, maar als je het zelf anders doet... meer restjes, alleen maar restjes, maar een béétje restjes, weet ik veel, misschien wel géén restjes... het komt allemaal niet zo nauw. Bouillon heeft vele gezichten! Al is het idee van restjes gebruiken nu juist de meerwaarde van het hele verhaal, vind ik.

Trouwens, de schilletjes, kontjes en uiteinden van de toegevoegde groenten (in mijn geval nu ui, wortel, knoflook en bleekselderij) kunnen weer mooi in het bakje van de restjes voor volgende keer. Dan is daarvoor het beginnetje ook weer gemaakt!

Smoor de uien, bleekselderij, wortel en knoflook even een paar minuten met wat olie in een grote pan tot ze wat zachter zijn. (dus deksel erop en vaak roeren.)  In principe is het daarna kwestie van water erbij gieten (hier 2,5 liter) de kruiden én het baaltje met opgespaarde restjes erbij doen, en het een uurtje laten trekken. Dan zeven en klaar is je bouillon.
Het kan dan meteen als basis dienen voor een soepje (als je de restjes eruit vist en de andere groenten laat zitten heb je meteen een groentesoepje, handig!) of je kan het invriezen als basis voor iets anders, voor later gebruik. Bewaar je het zolang in de koelkast dan is het ongeveer 5 dagen houdbaar.

Maarrr... wil je dat het een heldere bouillon wordt dan moet je een paar dingen wat serieuzer in acht nemen.

  1. Smoor eerst de groenten tot ze wat zachter worden. Dat is hetzelfde.
  2. Giet er daarna koud water bij en breng dat langzaam (lang-záám) tegen het kookpunt aan.
  3. Laat de bouillon nooit koken!
  4. Mocht je merken dat er schuim komt bovendrijven tijdens het trekken (bij soep uit botten komt dat eerder voor dan uit groenten, maar het kán) schuim dat dan af.
  5. Laat het totaal ongeveer een uur trekken. En dus niet koken en wel afschuimen tussendoor.
  6. Test of de groenten gaar zijn. Zijn ze dat (nog) niet dan zijn ook nog niet alle smaakstoffen eruit getrokken. Laat het dan wat langer trekken.
  7. Zeef de groenten eruit met een fijne zeef. (kaasdoek bijvoorbeeld)
  8. Laat de bouillon langzaam (lang-záám) afkoelen en zet het dan pas in de koelkast.
Doe je het te snel, kookt het wel, schuim je niet af, koelt het te vlug... dan kan het betekenen dat je bouillon "blind slaat". Grappige uitdrukking voor het verschijnsel dat het troebel wordt en dus niet helder meer is. 
Dat maakt echt helemaal niets uit verder. Je bouillon zal er écht niet minder om gaan smaken of slechter van kwaliteit zijn. Het is alleen, nou, niet helder. Big deal.

Ben benieuwd. Deden jullie dit al? Zelf bouillon maken en/of restjes gebruiken daarvoor? Of loop ik hopeloos achter in mijn zogenaamd bewuste keuken?