Pagina's

woensdag 20 juni 2012

C: Dennensiroop.

Het is alweer een aantal weken geleden dat ik samen met mijn man wandelde in het bos en we het hadden over de lichtgroene topjes aan de naaldbomen. Je weet wel, de nieuwe verse puntjes die fris en mals met hun grasgroene kleur afsteken tegen de rest van de boom. Deze:...
Ik heb daar namelijk een nogal heldere jeugdherinnering bij waar ik altijd aan moet denken als ik ze weer zie verschijnen. Namelijk het moment dat ik als kind meeging met vrienden van mijn ouders (vrij intellectuele mensen met een veel jonger gezin) tijdens een fietstocht door de plaatselijke bossen. Ook daar stonden de naaldbomen met hun frisgroen punten te pronken en de vader stelde me de educatieve vraag of ik wist waarom die punten zo licht van kleur waren ten opzichte van de rest. Hoezeer ik ook nadacht, ik kon geen plausibele reden bedenken waarom dat zo was. Tot ik het antwoord hoorde en ik me werkelijk kapot schaamde dat ik daar niet opgekomen was. Dûh!! Ik voelde me letterlijk zo groen en naïef als de desbetreffende topjes en was daar zwaar teleurgesteld over want over het algemeen vond ik mezelf nogal slim! Een deukje in mijn ego.

Mijn man had echter een veel prettigere associatie. Zo vertelde hij dat zijn moeder vroeger die jonge scheuten altijd plukte en er een soort honing van maakte waar het hele huis lekker van ging ruiken.
Kijk! Dat klinkt al stukken beter.

Pas een paar dagen terug, toen we bij mijn schoonmoeder waren, kwam het weer ter sprake. Of zij nog wist wat het recept was en hoe ze het deed? Maar veel preciezer dan opkoken in water, dan suiker erbij en dan inkoken, kwam ze niet. Het was ook al zo lang geleden.
Nergens ook meer groene punten te bekennen trouwens, het moment is alweer voorbij.

Tot ik gisteren in het bos liep en één boompje spotte waar nog een aantal van die hele kleine groene scheutjes aanhingen. Duidelijk een nakomertje. Nou ga ik het ook uitzoeken ook, dacht ik bij mezelf.
Al was de oogst erg karig.
Een héél klein handje vol. (De rest hing te hoog.)

Al gauw bedacht ik me dat het waarschijnlijk moest gaan om een siroop, gezien het water en de suiker als ingrediënten. En eigenlijk is het dan heel makkelijk, het is precies als met een tijmsiroop. Dat bracht het balletje aan het rollen. En aangezien de topjesoogst wel erg magertjes was, besloot ik dit eerste experiment dan ook te combineren met tijm. Dan heeft het nog iets van body.

Een handje naaldtopjes en een handje tijm in een klein pannetje, ruim onder water en zeker 10 minuten laten borrelen om zo geforceerd te trekken. Daarna de vloeistof zeven en het aftreksel mengen met een paar scheppen suiker (hoe meer hoe stroperiger) en vervolgens een poosje inkoken zodat het indikt.

En vervolgens hou je dus zoiets over..Kleine oogst, kleine potjes!
Maar anders had ik weer maanden en maanden moeten wachten dus mij hoor je niet klagen.
Bewaar het koel en donker, dan moet het zeker een jaar goed blijven. Mits je het niet eerder opmaakt!

Als bewijs trouwens dat ik ook nu nog steeds een groen en naïef blaadje kan zijn wil ik nog even kwijt dat het inkoken van suikerwater niet automatisch betekent dat het in de pan ook zichtbaar dikker wordt, daarvoor moet het eerst afkoelen en stollen.. dûh! Maar..nóg belangrijker...blaas een keer extra goed als je van een lepeltje wil proeven. Suikerwater blijft gemeen lang loeiheet! dubbel-dûh!! (tong verbrand)

Maar goed, bij mijn man thuis smeerden ze dit vroeger op het brood. Wat hij erg lekker vond. Je kunt het ook medicinaal toepassen want naaldtopjes en tijm werken antibacterieel en slijmoplossend. Een paar theelepeltjes per dag. In de thee bijvoorbeeld.

Overigens vind je hier ook een heel mooi recept voor dennensiroop, wat wel wat meer geduld vergt. Zeker iets voor volgend jaar!!

Tot slot nog een ezelsbruggetje die mijn man (bioloog) me leerde tijdens de wandeling.
Hoe weet je het verschil tussen een den en een spar?
Ik wist het niet.. Nu wel...
Kijk goed naar de naaldjes op de foto. Bij de linkse zijn het steeds enkele naaldjes die uit het takje groeien, bij de rechtse zitten ze met twee naaldjes aaneen.
Welnu.. Spar is Solo, Den is Duo. (Beginletter én aantal letters komen overeen)
Links is dus spar en rechts is den.

Dit wetende, en weer terug naar de allereerste foto van dit bericht, moet je concluderen dat het eigenlijk helemaal niet gaat om dennensiroop maar om sparrensiroop! Het zijn de sparren die de groene topjes geven! 
(Ook de zogenaamde dennenhoning van de bijtjes komt officieel van sparren af.) Dat is me ook wat!

Dus wat zullen we doen? Het vanaf nu sparrensiroop noemen?

zaterdag 16 juni 2012

C: Dahlia's aanbinden

Het duurde erg lang, in het prille begin van 2011, eer het voorjaar werd. Ergens in die kale koude vorstperiode met haar korte dagen en gure winden heb ik me laten verleiden door de pracht en praal die ik zag in een webshop op internet. Alle kleuren dahlia's straalden je daar tegemoet. Voor ik het goed en wel doorhad had ik ruim 20 knollen besteld voor in mijn kleine tuintje.
En wat een kleurrijke zomer werd het! Zowel in mijn voor -als achtertuin barste een vuurwerk aan bloemen los die tot laat in het seizoen (begin november!) hun eindeloze knoppen bleven vormen.
(zelfs Mirjam, die het nooit zo had op de dahlia raakte onder de indruk.)
De knollen zijn, ondanks mijn gebrek aan ervaring, de winter goed doorgekomen in een kartonnen doos met wat turf op de koude zolder. Zelfs wat vermeerdering kunnen toepassen hier en daar. En hoewel ik er dit voorjaar een hard hoofd in had omdat sommige knolletjes er wel erg dood en verschrompeld bij lagen, is alles vroeger of later toch weer opgekomen!
Inmiddels staan de meeste planten er al een flink stuk bij, en herinner ik me de enige fout die ik vorig jaar maakte.. namelijk het vergeten van het opbinden van de dahlia's.
Dat hebben ze echt nodig want anders liggen ze na een flinke regenbui allemaal plat, of anders doet de zwaarte van de bloemen dat wel. Als je meteen stokken zet bij het planten half mei, loop je nooit de kans dat je later door de knol prikt. En nu dat de planten een eindje de lucht in zijn is er ook daadwerkelijk wat op te binden.
Met flexibel opbinddraad bind ik ze aan een stevige stok vast. Zie je de knop? Vandaag of morgen wordt dat de eerste bloem!

Op een enkele knop zit wel wat luis. Alle lieveheersbeestjes, of de larven daarvan, die ik in de tuin vind zet ik er meteen bij. Hopelijk krijgen zij het onder controle anders knip ik de knop gewoon af. De larf op deze foto zit er al een dag of twee. Hij blijft dus wél in de buurt!

Er woont ook een wijngaardslak in mijn tuin. Normaal gesproken koester ik die maar nu is ie wel erg stout. Een van mijn laatst opgekomen dahlia is ten prooi gevallen aan zijn/haar hongerzucht en afgeknabbeld bij het begin van de steel. De slak is met de blaadjes naar de andere kant van de tuin gezet. Waarschijnlijk perst de knol er nog wel een tweede steeltje uit maar loopt hierdoor nóg meer achter dan ie al deed.

Cousje ziet het geheel vanuit een hoger perspectief aan. Ze vindt het heerlijk als ik buiten bezig ben en zoekt altijd een plekje in de buurt om me stilzwijgend maar geamuseerd en goedkeurend gade te slaan.

Tot slot.. dit is dan wel geen dahlia maar kijk eens hoe schaamteloos mooi deze klaprozen in mijn voortuin nu staan te pronken! Vorig jaar heb ik achteloos de piepkleine zaadjes uitgestrooid en was het vervolgens alweer helemaal vergeten. Wat een verrassing toen ze opengingen!

Fijne dag!
Chantal

woensdag 13 juni 2012

C: Lavendel oogsten en drogen

In de afgelopen jaren heb ik steeds stekjes genomen van mijn lavendelplant en die een plekje gegeven in mijn voortuin. Inmiddels heb ik nu een bescheiden 2,5 meter aan lavendel staan en deze maand is het tijd om de bloemen te oogsten. Doe dat op een droge en warme ochtend.
En het liefst als de bloemetjes nog nét niet open zijn, maar flink in de knop zitten, zoals hier. Dan zitten ze boordevol etherische olie.

Leg ze neer en neem steeds een klein busseltje die je met de knoppen omlaag in een papieren boterhamzakje  stopt en knoop ze met een touwtje vast.

Vervolgens hang je ze op een droge luchtige plek. Bij mij is dat onder het afdak, tenzij ik weet dat het dagen achtereen gaat regenen want dan wordt de luchtvochtigheid te hoog en hang ik ze tijdelijk even binnen. Alle touwtjes zitten aan een kleerhanger geknoopt dus je verplaatst ze heel makkelijk.

Bruine papieren boterhamzakjes zouden eigenlijk beter zijn want dan hangen ze nóg donkerder, maar die had ik niet in huis. Ik perforeer er wel altijd een paar gaatjes in omdat boterhamzakjes een klein waterafstotend laagje hebben en de lavendel anders zou kunnen gaan schimmelen.
Heb je een donker en luchtig plekje dan hoeft er in principe geen zakje omheen, maar ik vind dit handiger, ze verzamelen geen stof en eventuele knopjes die er bij het drogen afvallen blijven bewaard.

Zo laat ik ze een hele zomer hangen afhankelijk van hoe warm het wordt. Halverwege check ik nog wel een keer of de touwtjes nog strak zitten want door de krimp van het drogen wordt dat losser. Elastiekjes zijn dan makkelijker, maar ik hou nu eenmaal van het natuurlijke van het touw.

Lavendelolie/ Lavendelmaceraat:

Eigengedroogde lavendel gebruik ik o.a. voor het maken van lavendelmaceraat. (maceraat = geïnfuseerde olie) Daarvoor moet je dan wel eerst de gedroogde knopjes afritsen. Dat is best even wat werk maar je handen gaan er heerlijk van ruiken en het houdt je van de tv weg!
(De afgeritste takjes niet weggooien, die zijn heerlijk op de barbecue, voor het roken van witvis bijvoorbeeld!)

Ik schep een half potje (gesteriliseerd in kokend water of in de magnetron) vol met gedroogde bloesem en giet daar biologische zonnebloemolie over. Een andere olie kan ook maar zonnebloemolie is neutraal van geur én makkelijk biologisch te koop zonder dat het extreem duur wordt. (Het is wel, hoe vetter de olie hoe beter de etherische olie uit de lavendel wordt opgenomen. Jojobaolie is het beste, of amandelolie. Olijfolie kan ook heel goed maar dat heeft wel een sterke eigen geur. Je kunt eventueel ook een mix van een aantal olieën nemen.) Goed dichtschroeven en dan maar laten trekken voor ongeveer 3 weken met regelmatig schudden. Hoe warmer hoe beter, dus laat die zon maar komen!
Na die periode de lavendel eruit filteren en in schone (bruine) glazen potjes koel en donker bewaren. Dan moet het zeker een half jaar goed blijven.

 Ook andere kruiden zoals tijm en rozemarijn zijn heel geschikt om later olie van te trekken. Dus oogst ze deze maand, vóór de bloei, en begin alvast met drogen! Ik ga nog genoeg schrijven over waar je het allemaal voor kunt gebruiken!

Heb je weer wat te doen!
Wel heel leuk!
Chantal




dinsdag 12 juni 2012

C: Vlierbloesem avontuur

Vorig jaar herfst heb ik bij toeval de vlier ontdekt. Of nou, ontdekt.. ik wist natuurlijk wel van het bestaan af maar had er nooit iets mee gedaan. Dat gebeurde dus opeens in een vlaag. Vol overgave vlierbessengelei en vlierbessenjam gemaakt. Voornamelijk vanwege de anti-virale eigenschappen die mij, griepgevoelig als ik ben, de winter door zouden moeten helpen. Ook Mirjam getipt.. die nota bene een paar vlierstruiken op haar moestuintje had staan die op het punt stonden geruimd te worden! Dat is gelukkig niet doorgegeaan want allebei werden we al snel vlierbesfan!
Ik nam de hele winter trouw een eetlepel vlierbessengelei in hete citroendrank met gember, en hoewel ik uiteraard wel weer griep kreeg duurde die korter en was minder heftig dan normaal.
Dusss...
Nu de vlier deze maand in bloei staat met prachtige bloesem had ik het geduld niet langer en ben allerlei recepten uit gaan proberen met de bloesem. (Die trouwens dezelfde anti-virale eigenschappen heeft als de bessen.) Het vergt een iets andere aanpak, had ik al gelezen, want het beste verwerk je de bloesem binnen een paar uur na de pluk. De weeïg zoete geur kan anders al snel omslaan in iets wat minder aangenaam ruikt (kattenpis).
Op mijn experimentenlijstje stonden: Vlierbloesemsiroop. vlierbloesemazijn, vlierbloesempannenkoekjes, vlierbloesembeignets en vlierbloesemgelei. Een hele lijst. Voor al deze recepten geldt dat je lekker geurende bloeiende schermen verzamelt, liefst aan het eind van de ochtend op een warme droge dag. De schermen niet wassen want het stuifmeel zorgt juist voor de specifieke smaak. Uiteraard wel controleren op insectjes e.d.

Vlierbloesemsiroop:

- ongeveer 20-30 grote schermen
- 1,5 liter kokend water
- 2 biologische citroenen, in stukken gesneden met schil en al
- zakje vanillesuiker
- 50 gram citroenzuur (turkse winkel)
- 1 kilo (oer)suiker

Alles bij elkaar in een pot of pan doen en een paar dagen laten trekken onder af en toe roeren of schudden. Daarna zeven door een schone theedoek en in flessen bewaren. Ik hergebruik daar petflessen voor.
Op warme (of minder warme) dagen aanlengen met wat bronwater en ijsklontjes, takje munt.. hmmmm, verfrissend.

Vlierbloesemazijn:

- flesje biologische witte wijnazijn
- genoeg schermen om helemaal te overgieten.

De schermen overgieten en minimaal 2 weken op een warme plek laten trekken. Daarna zeven en weer teruggieten in het wittewijnazijn-flesje. Schijnt erg lekker te zijn over de aardbeitjes..maar dat moet ik nog uittesten.

 Daar waar mijn kat Cousje ligt is zonder twijfel het warmste plekje in huis. Zij heeft daar speciale radaroogjes voor!

Vlierbloesempannenkoekjes:

- Pannenkoekbeslag
- Afgeknipte bloesembloemetjes (met zo min mogelijk steeltjes)

Het recept is simpel; doe een hoeveelheid bloesem naar keuze bij je beslag en bak de pannenkoeken zoals normaal.

Vlierbloesembeignets:

Beignetbeslag: 
- 125 gr bloem
- 2 eieren (1 eidooier en 2 eiwit) (de andere eidooier gewoon aan de kat of hond geven, is goed voor ze.)
- 2 dl water (of bier)
- snufje zout
- 1 eetl olie
- evt. beetje kaneel

- aantal mooie grote schermen met steeltje

Voeg bloem, eidooier, zout en olie samen en mix hier al roerend het water doorheen. Een uur laten rusten in de koelkast. Daarna de eiwitten stijfkloppen en voorzichtig door het beslag scheppen.

Schermen in het beslag onderdopen.

Beetje laten uitlekken.

Voorzichtig in een pannetje hete zonnebloemolie frituren.

Tot ze helemaal mooi goudbruin kleuren. Soms moet je ze daarvoor een beetje onderdompelen want ze drijven op de hete olie.

Voila! Bestrooien met poedersuiker en als dessert eten. (niet de steeltjes!)
Een zomerse variant op de oliebollen!

Vlierbloesemgelei:

- 15 tot 30 schermen
- 1 liter water
- sap van 2 citroenen
- 1 kilo geleisuiker
In een ruime pan het water en citroensap over de afgeknipte bloesems gieten en in de koelkast 1 à 2 dagen laten rusten.
Daarna de bloesem eruit zeven d.m.v. een schone theedoek en het opgevangen vocht samen met de geleisuiker aan de kook brengen. 4 minuten laten doorkoken en checken op een koud schoteltje of de gelei goed is. Gelei in gesteriliseerde potten schenken, dichtschroeven en 5 minuten ondersteboven laten staan. Na openen in de koelkast bewaren.

Tot slot:

Tja.. dat was het grote vlierbloesem avontuur.
De siroop en de gelei zijn lekker. Beetje parfumsmaakje, heel delikaat. Het is lekker als drank, door de thee of yoghurt als zoetstof en over vanilleijs. (mijn toepassingen tot zover) 
Over de pannenkoekjes en de beignets was ik minder te spreken. De smaak van de vlierbloesem vond ik er haast niet in terug, dus waarom zou je ze dan daarvoor gebruiken? Al zien de beignets er wel heel mooi uit!
En de vlierbloesemazijn staat nog te trekken, maar ruikt wel lekker sprankelend.

Stiekem ben ik al wel tot de conclusie gekomen dat de vlierbessen vééél lekkerder zijn. Vanaf nu laat ik de schermen voor wat ze zijn en wacht ik geduldig tot september! Voordeel is wel dat de vlierstruiken nu goed te spotten zijn. Ik sla ze op in mijn geheugen zodat ik in het najaar flink toe kan slaan!

Moet je ook doen!
Succes,
Chantal